Ochtendeditie van zaterdag 1 september 2018 (Venlo 657 jaar stad)

Beste vrind Blônd,

Van herte perfitsia! Met de meteorologische records voor Arcen. Maar op de eerste plaats natuurlijk gefeliciteerd met Venlo 675 jaar stad. Heb je de feesploète al klaar liggen? Ik wel, ze zijn schoeftig mooi. Wat ik vandaag zeker doe, is Ik höf mien glaas op alle Venlonaere draaien, gezongen door Wiel Vestjens. De melodie is trouwens niet van een computer, geleefde sjarmezenger vanTegele en kunsmatige intilliegentsies. Giel Aerts is de componist, Frans Boermans de tekstschrijver. Ik höf mien glaas gaat over deze dag, 675 jaar geleden. Ik ga ook naar het Gemeentearchief om de stadsbrief uit 1343 te bekijken. Ik wil wel eens met eigen ogen zien of er werkelijk staat dat Venlo stadsrechten heeft gekregen. Wazel, natuurlijk kreeg Venlo in 1343 stadsrechten. Heel zelden is aevel de innerlijke noodzaak gevoeld daar een beroep op te doen. We zijn vooral un stedje. Grootsteeds? Ik werd een beetje lacherig toen bekend werd dat Venlo tot de grote steden van Nederland wordt gerekend. Maar Roermond is dat ook en dat is echt met krantepepeer toegeplèk.

Nee, Blônd, we zijn een stedje waarvan het bezoekersaantal terugloopt, de winkelleegstand oploopt, de gemeente geld voor versterking van het centrum misloopt en het bestuur van venlostad.com leegloopt. Ook dat is de Venloop. En neem van me aan, het wordt er niet beter op. Om dit te voorspellen hoef je geen Nostrademus te zijn. Wat denk jij dat straks gebeurt, wanneer de minimumprijs voor een krat bier twintig euro wordt? Ken! Nog meer mensen gaan hun bruin euver de päöl kopen. En als ze dan de prijzen spanne in restaurants en bij prijsvechters in Duitsland, vrees ik dat de terugloop hier nog groter wordt. Iets anders. De affaire Oruç. Ik heb geen oordeel over de feiten waarvan hij wordt beschuldigd. Ik weet er het fijne niet van. Maar er is een bericht dat mij opgevallen is. Hij is emotioneel zo geraakt, dat hij zijn raadswerk zestien weken neerlegt. Er is een doktersverklaring overlegd en hij krijgt doorbetaald. Ook de vervangster in de fractie van EENLokaal krijgt de vergoeding. Ik ben niet medisch geschoold, maar als ik lees hoe weerbaar Ali Oruç is op Twitter en Facebook, doemt niet het beeld op van een emotioneel aangeslagen raadslid.

Hald dich,

Bril

Advertenties

Sportbijlage van woensdag 29 augustus 2018

Hoeveel punten zal Lars Unnerstall voor VVV pakken in het seizoen 2018-2019?  Onze doelman verricht wonderbaarlijke reddingen. Redder Lars, El Salvador Unnerstall – het inspireerde beeldend kunstenaar Jos Deenen. Exclusief voor de Venloër Grensbode vervaardigde hij deze collage, waarvoor hartelijk dank!

© Jos Deenen, 2018

Literaire bijlage van woensdag 29 augustus 2018

Een verhaal uit Egypte* uit de tijd dat de farao’s van de klei het er voor het zeggen hadden.

HET HORLOGE

Veertig jaar lang was Jan Verhulst vrachtrijder geweest voor een grote dakpannenfabriek niet ver bij ons buurtschap vandaan, aan de voet van de berg, waar van de klei die deze bevatte dakpannen werden gemaakt.

Veertig jaar lang was hij voor dag en dauw opgestaan om ze te laden en te lossen. Eerst met een Ford, toen met een Renault en weer later met een Citroën. Veertig jaar lang, door weer en wind, zonder het minste krasje, schadevrij.

Dat moest gevierd worden. Omdat de jubilaris bij veel fabrieken in de omgeving een bekende verschijning was, verwachtte de personeelschef veel mensen en hij huurde de Harmoniezaal in de Posthuisstraat af. De zaaleigenaar wist wat hem te doen stond en haalde de sinterklaastroon tevoorschijn, die hij op het podium zette en met slingers versierde. Aan de bovenkant bracht hij een bord aan, waarop in gouden cijfers en met laurier omkranst het getal veertig stond.

Daarna ging de personeelschef bij de plaatselijke juwelier het vergulde horloge afhalen dat hij een maand eerder besteld had, controleerde of de inscriptie van de initialen van de jubilaris en de datum van indiensttreding goed was aangebracht en verzocht de directeur hem dat halverwege het feest te komen overhandigen.

Intussen werd er in huize Verhulst druk gespeculeerd over de eer die hem ten deel zou vallen.

‘Met al dat schadevrij rijden mogen ze je wel een flinke bonus geven,’ zei de oudste zoon.

‘Een extra maandsalaris is toch wel het minste,’ zei de middelste.

‘Als het stormde of onweerde en je was nog niet thuis, stond ik doodsangsten uit,’ memoreerde de vrouw gedragen.

‘Ja, laat ze daar ook maar eens aan denken,’ zei de jongste.

‘Als er één recht op een flinke bonus heeft, dan ben jij het wel,’ zei de oudste dochter.

Enzovoort, enzovoort, iedereen vond dat de directie nu maar eens flink in de buidel moest tasten.

Verhulst zelf liet het gelaten over zich heen gaan en kon er alleen maar over lachen.

‘Recht, recht,’ sputterde hij. ‘Voor die heb je geen rechten, alleen maar plichten.’

‘Dat mag dan misschien zo zijn,’ zei de oudste, ‘maar hoe vaak komt het voor dat ze de Harmoniezaal afhuren?’

‘Ja, ze pakken dit keer flink uit,’ zei de middelste.

‘Ach wat,’ zei de man. ‘Dat komt omdat ze me overal kennen. Ik kom op zoveel plaatsen.’

De oudste hield echter voet bij stuk.

‘Als ze de Harmoniezaal afhuren, dan weet ik het zo net nog niet. Afwachten maar.’

Verhulst haalde zijn schouders op.

‘Eerst zien, dan geloven,’ zei hij.

Toen de grote dag aanbrak, waren de verwachtingen in familiekring hoog gespannen. Eindelijk zou de directie zich van zijn gulle kant laten zien. Het feest was in volle gang, toen de deur van de Harmoniezaal openging en de grote baas binnenkwam. De personeelschef snelde op hem toe om hem uit zijn jas te helpen en hem het horloge te geven, dat hij Verhulst aan het einde van zijn speech moest geven.

De man betrad het podium, maande de zaal tot stilte en roemde ‘s mans verdiensten voor het bedrijf. Én zijn plichtsbetrachting én de no-claimkorting passeerden de revue.

‘En daarom overhandig ik je dit cadeau,’ zei hij ten slotte. ‘Alsjeblieft!’

Hij stak zijn hand in de binnenzak van zijn colbert, haalde er de cassette met het horloge uit en gaf het met een flinke handdruk aan Verhulst, die het horloge te voorschijn haalde en omhoog stak. Iedereen klapte plichtmatig, in de vaste vooronderstelling dat dit niet het einde was, maar er nog iets zou komen. Eindelijk zou er recht worden gedaan.

Toen het applaus wegstierf, zette de personeelschef het Lang zal hij leven in, dat al snel door de zaal werd overgenomen. Toen ook dat wegstierf, stapte de directeur van het podium af en begaf zich naar de bar, waar hij een Courvoisier bestelde en een dikke sigaar opstak. Blakend van weelde onderhield hij zich met de eigenaar van de zaal, die hij nog kende van de lagere school. Lachend haalden ze herinneringen op.

Toen hij zijn cognac en sigaar op had en er ook geen schelmstreken meer op te halen vielen, stak hij zijn hand op naar de jubilaris, die even dacht dat de man hem bij zich riep om uiteindelijk toch recht te doen. Zelf had hij er een hard hoofd in, maar het zou leuk zijn geweest voor zijn aanhang. In plaats daarvan zwaaide de oude naar hem en liep naar de kapstok. Daar bedacht hij zich. Sommigen zagen het en stootten elkaar aan.

‘Nu komt het,’ zei de een.

‘Hoogste tijd,’ meende de ander.

Hij stak zijn hand in zijn binnenzak, haalde er een enveloppe uit, stak hem in de lucht en liep ermee naar de jubilaris.

‘Hier’, zei hij tot hem. ‘Helemaal vergeten.’

Zijn gezinsleden haalden opgelucht adem en iedereen begon te klappen.

Daar keek de directeur toch wel van op. Wat gebeurde er, waarom werd er weer geklapt? Hij snapte het niet helemaal, maar wat gaf het ook? Hij had gedaan wat hij moest doen. Kordaat zette hij zijn hoed op, knoopte zijn jas dicht en liep naar buiten.

Gespannen keek het publiek toe hoe de jubilaris de enveloppe opende en in de lach schoot, een grimmige, honende lach. Hij toonde wat erin zat: het garantiebewijs van het horloge.

Met tranen doordrenkt fietspad in Egypte, buurtschap tussen Venlo en Tegelen

Ochtendeditie van woensdag 29 augustus 2018

Van onze correspondent in het Grensland

We zijn altijd spits op verweesde automaten aan straat. Buiten dienst gestelde automaten voor nylonkousen, condooms, snacks, tabakswaren en wat dies meer zij. Mooie uitdrukking toch? Wat dies meer zij. Ook al in onbruik geraakt net als automaten aan straat. Bij de dienstingang van Frischdienst Kaas op de hoek van de Synagogenstrasse en Marktplatz in Kaldenkerken hangt een mysterieus kastje van Agfa. Het is dan weliswaar geen automaat, maar toch. Alleen al hoe het in de hoek is opgehangen, roept vragen op. Waarom niet iets meer naar rechts? Compositorisch gezien was dat beter geweest. De uitdrukking ‘je in een hoek laten drukken’, heeft hier een bijzondere dimensie gekregen. Hoe komt de Agfa Color Service Box er en door wie werd hij gebruikt? Wisselden hier ten tijde van de Koude Oorlog spionnen en een lokale agent van de Stasi berichten uit? Waarom wordt de plek bewaakt met een camera, zoals te lezen staat op het witte bordje op de blauwe deur?

In de goede oude tijd van de analoge fotografie deponeerden fotografen en fotovakhandelaren, wanneer ze hun nering sloten, de belichte fotorolletjes van hun klanten in deze blikken kastjes. Bodes van de fotolaboratoria hadden de sleutels. ’s Nachts maakten ze een ronde door verschillende steden en dorpen in een bepaalde regio en haalden de rolletjes op. Bij een volgende ronde werden de ontwikkelde foto’s en de bijbehorende negatieven weer in de Agfa Color Service Box gelegd. Het kastje in Kaldenkerken is circa 35 bij 50 bij 35 centimeter groot. De vormgeving is typisch voor de jaren zeventig van de vorige eeuw. Door de triomfale zegetocht van de digitale fotografie is de Agfa Color Box buiten gebruik geraakt. Het is erfgoed uit de epoque van de analoge fotografie geworden. Erfgoed om te koesteren, voegen we er gehaast aan toe.

Onze belangstelling voor het kastje en zeker het feit dat we het uitgebreid gingen fotograferen, wekte argwaan bij een toevallig passerende fietser van onbestemde leeftijd. Hij reed richting het centrum van Kaldenkerken of kwam ervandaan. Als door een wesp gestoken, remde hij. Wat spoken die twee (wij dus) daar uit bij de dienstingang van Frischdienst Kaas, moet hij hebben gedacht. Je hoort heutzutage alleen maar over narigheid. De man observeerde ons opvallend. Toen we even later lege flessen deponeerden in de daarvoor bestemde glasbakken op de Marktplatz, cirkelde hij op de fiets om onze auto. Terug richting Venlo reden wij in een slakkengang achter hem aan. Hij draaide zich verschillende malen om en keek ons nerveus aan. In de Bahnhofstrasse passeerden we hem. We wuifden nog even. De heer van onbestemde leeftijd stapte van zijn rijwiel met trommelremmen, greep naar zijn telefoon en maakte een digitale foto van onze auto. In tegenstelling tot vroeger, de tijd van de Agfa Color Service Box, kon hij meteen vaststellen of de foto gelukt was. Een vooruitgang, inderdaad.

We gaan graag naar Frischdienst Kaas in Kaldenkerken vanwege het altijd wisselende assortiment en de uiterst gunstige prijs-kwaliteitverhouding. Bovendien is boodschappen doen hier precies het tegenovergestelde van funshoppen, waaraan wij een hekel hebben. Zowel het exterieur en interieur van de winkel is overweldigend sober. Less is more. Niks geveinsde gezelligheid, goddank. Zonder ooit in het land geweest te zijn, hebben we bij Frischdienst Kaas toch het gevoel in een staatswinkel in het Noord Korea van Kim Jong-Un te zijn. De temperatuur in de winkel is rond de 7 graden Celsius. Eigenlijk is het één grote koelcel.

Foto’s Meer*Wolff en website Frischdienst Kaas

Middageditie van woensdag 22 augustus 2018

De redactie van Voetbal International kiest na elke speelronde een Voetballer van de Week van de Eredivisie. Afgelopen weekend viel het oog op Lars Unnerstall. Tegen Ajax kwam de keeper van VVV op acht reddingen. Hij moest alleen buigen voor de strafschop van Tadic. Ook in de eerste uitwedstrijd tegen Willem II onderscheidde de goalie zich. Statistici hebben zijn reddingspercentage berekend. Dit is 93,3 procent, het hoogste reddingspercentage in de Eredivisie tot dusver.

Wim Moorman – Onze Man in de Mieëterik Voorpost van de Menselijke Beschaving – is gekend supporter van VVV en bewonderaar van Lars Unnerstall. Hij schreef naar aanleiding van de wedstrijd tegen de gedoodverfde landskampioen Ajax, onderstaand gedicht voor de Venloër Grensbode

VVV – AJAX

De vertrouwde plaats

De vertrouwde gezichten

De vertrouwde knulligheid van een onverstaanbare speaker

De vertrouwde knulligheid van sproeiers die sproeien als ze niet moeten sproeien

De vertrouwde spreekkoren

De vertrouwde angst voor een monsternederlaag

De bevestiging dat Kum ongeschikt is als rechtsback

De man een rij hoger die na tien minuten zegt dat Ajax bij rust al met 5-0 voorstaat

De adem die stokt in de keel als Neres alleen voor Unnerstall opduikt

De goddelijke Unnerstall

De man een rij hoger die na twintig minuten zegt dat Ajax zo nooit wint van Dynamo Kiev

De goddelijke Unnerstall

De goddelijke Unnerstall

De goddelijke Unnerstall

De wetenschap dat topclubs dit soort wedstrijden toch altijd winnen

De extase na de goal van Samuelsen

De adem die stokt in de keel als Blom iets krijgt toegefluisterd

De adem die stokt in de keel als Blom naar het beeldscherm aan de zijlijn loopt

De wetenschap dat dit niet goed kan aflopen

De bevestiging dat dit niet goed afloopt

De frustratie

De woede

De spreekkoren

De goddelijke Unnerstall

 

De rust van de rust

 

De goddelijke Unnerstall

De zekerheid dat een goal nu echt niet lang meer kan uitblijven

De vertwijfeling bij Ziyech

De goddelijke Unnerstall

De hoop

De spanning

De spreekkoren

De wetenschap dat topclubs dit soort wedstrijden toch altijd winnen

De adem die stokt in de keel als het schot van Ziyech richting bovenhoek zeilt

De goddelijke Unnerstall

De goddelijke Unnerstall

De goddelijke Unnerstall

De hoop

De spanning

De spreekkoren

De wetenschap dat topclubs dit soort wedstrijden toch altijd winnen

De adem die stokt in de keel als Blom iets krijgt toegefluisterd

De adem die stokt in de keel als Blom naar het beeldscherm aan de zijlijn loopt

De wetenschap dat dit niet goed kan aflopen

De bevestiging dat dit niet goed afloopt

De penalty

De goal

De frustratie

De woede

De spreekkoren

De onuitstaanbare Onana

De wetenschap dat topclubs dit soort wedstrijden toch altijd winnen

De adem die stokt in de keel als Opoku alleen voor Onana opduikt

De vertwijfeling bij Opoku

De vertwijfeling op de tribunes

De spreekkoren

De onuitstaanbare Onana

De bevestiging dat topclubs dit soort wedstrijden toch altijd winnen

De aftocht van Blom

De nabeschouwingen

De frustratie

De berusting

(Wim Moorman)

Ten overvloede wellicht, maar toch willen wij hieraan het volgende toevoegen. Van Rinus Michels is de uitspraak Voetbal is oorlog.  Natuurlijk de Generaal had en heeft gelijk, meestal is dit ook zo. Echter: Voetbal  is óók poëzie. Met dank aan Onze Man in de Mieëterik Voorpost van de Menselijke Beschaving.

Literaire bijlage van zondag 19 augustus 2018

Waar waren we gebleven? Aan een tafeltje in café De Witte, begin jaren zestig. Mijn vader en zijn kaartvrienden spraken met gedempte stem over Het zedenschandaal van Venlo. Vele, vele jaren later kwam ik de gewraakte publicatie plots tegen bij het ordenen van de bibliotheek van George Goossens, die na het overlijden van de verzamelaar was geschonken aan het Goltziusmuseum. Zo op het eerste oog stelde het boekje niks voor, maar het veroorzaakte begin jaren zestig een rel van jewelste. Het zedenschandaal van Venlo, geschreven door iemand die zich bediende van het pseudoniem Elka Inconnu, werd op enkele plaatsen in de stad onder de toonbank verkocht. Tot afgrijzen van overheid, kerk, media en een deel van de burgerij.

Het zedenschandaal van Venlo II

Je moet de feiten natuurlijk altijd in de context van hun tijd zien. Wie anno nu Het zedenschandaal van Venlo leest, zal zich niet kunnen voorstellen dat het boekje ooit zoveel stof deed opwaaien. Het taalgebruik is van een braafheid om lacherig van te worden. Buste is zo ongeveer het meest onvertogen woord in het hele relaas. ‘Tijdens ons gesprek had hij zijn hand rustig op mijn borst laten liggen, nu echter voelde ik dat diezelfde hand boven door mijn blous mijn naakte borst ging betasten. Rustig laat ik hem begaan en ook nu weer voel ik dat eigenaardige gevoel in mij opkomen, dat ik ook later altijd ondervonden heb als mannenhanden met mijn busten spelen’.

Het zijn zinnen waar niemand rode oortjes van zal krijgen, maar gemeten met de maatstaven uit het begin van de jaren zestig was het pure pornografie. Het boekje is overigens niet slecht geschreven. Het lijkt erop alsof Elka Inconnu zijn verhaal verteld heeft aan een professionele tekstschrijver. Het zedenschandaal van Venlo begint op 5 mei 1947. De stad viert de bevrijding en de ikfiguur wordt in een danszaal gearresteerd op verdenking van ontucht met minderjarigen. Hij is niet de enige. Veel vrienden en kennissen zijn al opgesloten in het politiebureau aan de Lohofstraat. Elka Inconnu is de spil in wat nu een netwerk van pedofielen genoemd zou worden. Blijkbaar heeft de politie de zaak snel rond en draaien justitiële molens op topsnelheid want al enkele weken later komen de verdachten voor de rechter. De ikficuur krijgt een gevangenisstraf van twee jaar aan de broek. In het boekje dat hij ongeveer vijftien jaar na de geruchtmakende zaak schrijft of laat schrijven, doet hij een poging zichzelf vrij te pleiten. Het klinkt bekend: de meisjes zagen er ouder oud dan ze waren en ze lokten het zelf uit. In Het zedenschandaal van Venlo worden enkele amoureuze escapades beschreven die zijn gelijk moeten bewijzen. Als we de ikfiguur moeten geloven, namen de meisjes steeds het initiatief en is hij er eigenlijk ingeluisd. Onder het lezen bekroop mij het opeens het idee dat het hele verhaal verzonnen was. Dat er nooit een zedenschaal was geweest. Dat die Elka Inconnu gewoon een pornografisch verhaal wilde schrijven om zo geld te kunnen verdienen.

Limburgsch Dagblad, 13 mei 1947

Maar de krantenlegger van 1947 en het politiearchief van dat jaar wezen uit dat er wel degelijk sprake is geweest van een grote zedenzaak. In totaal werden 23 personen – burgers en militairen – gearresteerd en veroordeeld. De geruchten wilden dat er ook artsen bij betrokken waren, maar in het Dagblad voor Noord-Limburg wordt dat ten stelligste tegengesproken: ‘Wat de thans ingeslotenen hebben gedaan is weerzinwekkend; maar door deze kwaadaardige kletspraatjes wordt bewezen, dat onze stad ook nog lijdt aan de kanker der kwaadsprekerij.’ De schrik zat er in bij de overheid in en in samenwerking met de krant werd een offensief ingezet voor méér fatsoen, voor méér aandacht van ouders voor hun kinderen die door de woningnood praktisch op straat leefden.

Dagblad voor Noord-Limburg, 23 mei 1947

Op vrijdag 23 mei 1947 kopt de krant op de voorpagina met: ‘Jeugd in gevaar. Vier vuisten tegen ’t kwaad’. Politie, onderwijsinspectie, lokale overheid en ouders zullen hun vuisten moeten ballen tegen de zedenverwildering, diefstal, smokkelarij, abortus, verslaafdheid aan tabak, ernstige baldadigheid en vernielzucht, gevaarlijke spelletjes met katapulten en het ongekleed zwemmen van jongens en meisjes. Of de kruistocht echt geholpen heeft, valt moeilijk te beoordelen. Maar dat er door de actie aandacht kwam voor grote problemen in het na-oorlogse Venlo staat buiten kijf.

(Wordt vervolgd)

 

Literaire bijlage van zaterdag 18 augustus 2018

Geen werk van literaire aard met Venlo als plaats van handeling heeft de stad meer in beroering gebracht dan de obscure publicatie Het Zedenschandaal van Venlo. Voor de literaire bijlage  ‘Je bedreft je ogen nog!’ van de Venloër Grensbode gaan we op onderzoek naar de achtergronden van dit boekje, dat ons inziens ten onterechte de prestigieuze Geschiedenis van de literatuur van Limburg  (Uitgeverij VanTilt/LGOG, 2016) niet heeft gehaald.

Het zedenschandaal van Venlo I

Het moet bijna zestig jaar geleden zijn dat een boekje Venlo in rep en roer bracht. Het betrof een werk van erotische aard, gedrukt op 61 pagina’s zeer houthoudend papier. De stad sprak er schande van. Meer dan schande. De goede naam van Venlo was te grabbel gegooid. Maar wat nog zwaarder woog, de katholieke moraal was geschonden. De schrijver verschool zich achter het pseudoniem Elka Inconnu en hem werden de meest vreselijke ziekten en straffen toegewenst.

Exterieur van café De Witte aan de Parade

In de tijd waarin het speelde, mocht ik soms op zaterdagmiddag met mijn vader mee als hij ging kaarten in Café De Witte aan de Parade. Die dag zouden de kaarten niet op tafel komen. Al bij binnenkomst in De Witte bespeurde ik een dreigend krachtenveld. Eén vonk was voldoende om bolbliksems en donders te laten rollen. De kaartvrienden van mijn vader zaten aan hun vaste tafeltje bijeen met een blik waaruit zowel ontzetting als verontwaardiging sprak. De kans om aan te schuiven kreeg ik niet: ‘Steur dae blaag weg!’. Ik kreeg een dubbeltje toegestopt, vouwde uit een bierviltje een provisorisch bakje en ging naar de pinda-automaat die op het buffet stond. Het was de kunst om de schuif van het apparaat niet in één beweging van links naar rechts te trekken, maar hortend en stotend. De opbrengst was dan groter. Zeker tien nootjes meer. Ik werd gesommeerd om aan een tafeltje aan het raam te gaan zitten. De kastelein bracht een glas Riedellimonade.

Interieur café De Witte, begin jaren zestig. Dat vroeger alles beter was, zult u niet horen van de Venloër Grensbode. Maar dat het huidige interieur van De Witte een verloochening is van alles van waarde, staat onomstotelijk vast.  

Mijn vader en zijn vrienden dachten dat ik buiten gehoorafstand zat, maar kleine potjes hebben grote oren. Ik had niet alleen grote oren, maar ook nog wijduitstaande. Flaporen, een familiekenmerk. Model Pieter van Vollenhoven. Later zou ik hieraan worden geholpen door onze huisarts, dokter Tielbeek, die met behulp van speciale pleisters mijn oren in een achterwaartse groeirichting dwongen. Maar goed, mijn oren die steeds onderwerp waren van hoon en spot, kwamen mij nu goed van pas. Ik kon grote gedeelten van het op gedempte toon gevoerde gesprek opvangen en hoorde voor het eerst in mijn nog jonge leven, de titel van het boekje. Het zedenschandaal van Venlo. Het woord zeden in combinatie met schandaal had op mij de uitwerking van een bermbom. Zedenschandaal. Het leek alsof in mijn bewustzijn zware toneelgordijnen van velours werden opengeschoven en mij een blik werd gegund op iets onuitsprekelijks. Mijn oren werden nog groter en ik ving op dat het Zedenschandaal van Venlo onder de toonbank verkocht werd in de Neutrale Bibliotheek, gevestigd in het pand op de hoek van de Sint-Martinusstraat en Mgr. Boermansstraat aan de zijde van het Klein Park. Daar was nog niet zo lang geleden de politie binnengevallen omdat er in de etalage enkele exemplaren van De Natuurvriend lagen, het orgaan van de Naturistenvereniging. Met op de omslag dames in bikini. Dat op hetzelfde adres Het zedenschandaal van Venlo werd verkocht, lag helemaal in de lijn van de verwachting.

Omslag van Het Zedenschandaal van Venlo

Het gewraakte boekje ging nu over tafel van de kaartvrienden. Het werd met betekenisvolle blik doorgeschoven. De lippen van mijn vader trilden toen het zijn beurt was. ‘Die vuiligheid komt ons huis niet in. Nooit of te nimmer. Ik heb zes jongens!’, siste hij. Omdat ik voorvoelde dat mijn vader met zijn ogen mij zou zoeken, wendde ik mijn blik af van het tafeltje van de kaartvrienden en keek ik op straat. De geveinsde argeloosheid in eigen persoon. Het was een drukke zaterdag op de Parade die toen nog een doorgaande straat was. Maar echt zag ik het verkeer niet, omdat ik slechts bevangen was door één gedachte.  Het zedenschandaal van Venlo, dat móést ik lezen!

Druk verkeer op de Parade, op de achtergrond National; opvallend is de openbare telefooncel links, door de komst van de mobiele telefonie is deze inrichting van openbaar nut uit het straatbeeld verdwenen

(wordt vervolgd)