Avondeditie van Driekoningen – zondag 6 januari 2019

Avondeditie van Driekoningen – zondag 6 januari 2019

We vallen meteen met de deur in huis. Wie wordt de nieje hoeëgheid in ’t stedje van lol & gewaer? In de nacht van oud op nieuw werden de glazen geheven op de vastelaovend door ’t Dreejspan van dit jaar. De vraag is, waar precies gebeurde het?

De Vors heeft het behaagd de eerste aanwijzing te geven. Exclusief voor Aevel. Wij mogen ons gepaerdskeuteld voelen. Het Mirakel van de Mieëwbaemp oreerde: ‘De Hoeëgheid 2019 is enne èchte Jubelprins dae ’t gans geit make’. Hoe kunnen we dit duiden? De Jocusoloog van vrouwelijke kunne, dacht meteen aan een poelier of aan een kok. Vanwege die gans dus. In het geval van een kok zou het Eric Swaghoven kunnen zijn. Die wacht al haos even lang op het prinsschap bij Jocus als prins Charles op het koningschap van Engeland.

Het blijft aevel gissen, want de Jocus-omerta werkt ook dit jaar uitstekend. Er wordt veel gefluisterd, maar niemand weet het zeker. Dat is ook ’t ketje van ’t prinsjeraoje. Tot aan ’t Hofbal verkeren Jocusologe in onzekerheid en die onzekerheid is glièk hun bestaansrecht. Het moet de Vors sowieso hoofdbrekens hebben gekost om na Lex en Herm een geschikt iemand te vinden. En dan werd ook nog de Vreedzame Krijger teruggeplaatst.

Toch is er enkele dagen na de Elfde van de Elfde iets opvallends gebeurd. Een prominent lid van De Naate Raaf werd voor de joeks en de jen in verband gebracht met het Jocusdreejspan 2019. Hij schrok zich unne bölt en wuifde de mogelijkheid iets te nadrukkelijk weg. We noemen geen namen, want het is prinseraoje en geen prinseverraoje. Laten we het daarom cryptisch zo zeggen: zoeë-as Atlas oeits de aerd op zien schouwers torstte, zoeë druueg ziene naokommeling meschiens dit jaor de Venlose vastelaovend.

Tot slot iets heel anders. Van sommige mensen verwacht je dat ze het eeuwige leven hebben. Tot het niet zo blijkt te zijn. De stad is deze week een sterke vrouw ontvallen. Mieke Schreurs-Braem, beter bekend als Mie van ’t Frietei. Zelfstandig onderneemster sinds 1954 en een geweldige verhalenvertelster. Venlo verliest een icoon.

Wies ’t aevel waer is,
Sef Derkx

Advertenties
Middageditie van dinsdag 25 december 2018

Middageditie van dinsdag 25 december 2018

Alzoeë. Voor het tweede jaar in successie gaat de wisseltrofee voor de mooiste kerstkaart naar Luuk Smeets. Omdat je die van dit jaar niet begrijpt, wanneer je geen notie hebt van de kerstkaart van 2017 (ben je er nog?) hieronder beide kerstkaarten.

Luuk Smeets is de man achter het one man magazine Venlo Internationaal. Tot nu toe hebben we slechts één persoon in levende lijve ontmoet, die het tijdschrift ook kent. Hij is er even enthousiast over als wij.  

In de jaren negentig van startte Luuk Smeets samen met zijn broer Mark het small press magazine. De eerste aflevering verscheen in een oplage van veertien exemplaren op zaterdag 4 april 1998. Het was een zwaar bewolkte dag met een gevoelstemperatuur van iets meer dan zeven graden Celsius. De wind woei uit het zuiden, maar stelde niet veel voor.

In het eerste en de volgende nummers van Venlo Internationaal werd de stad Venlo zo raak geportretteerd, dat we voor het Limburgs Museum in 2011-2012 een expositie samen hebben gesteld met de tekeningen die Mark Smeets van de vestingstad heeft gemaakt.

 

 

 

Ochtendeditie van maandag 24 december 2018

Ochtendeditie van maandag 24 december 2018

De Ark van de Limburgse Smaken (1)

Zwart broeëd, Code Rood en het Donkere Welriekende Goud

De Ark van de Smaak is een catalogus van kleinschalige kwaliteitsproducten die horen bij een specifieke cultuur, historie of traditie van een streek of land. Door bijzondere groente- en fruitsoorten, granen, dierenrassen, dranken, kazen en vleeswaren onder te brengen in de Ark van de Smaak bieden we een platform en nodigen we iedereen uit om deze producten te beschermen door ze weer te kopen en te eten. Of – in het geval van bijvoorbeeld bedreigde wilde diersoorten – door ze juist niet meer of veel minder te eten zodat ze zich weer kunnen voortplanten.’ – Slow Food Nederland

Wat is de oersmaak van Limburg? Is dat de vlaai? Nee, vlaai vindt zijn oorsprong in Vlaanderen of Duitsland en is dus import. Een tweede kans. Is het asperges, het witte goud, de vaandeldraagster van de Limburgse gastronomie? Nee, de aspergeteelt dateert van de vorige eeuw en heeft pas sinds zo’n jaar of veertig een hoge vlucht genomen. Streekgerechtendeskundige Netty Engels-Geurts is er heel stellig in. Typisch Limburgse producten zijn er eigenlijk nauwelijks. Nou ja, ieëwig moos, een snijkool die geoogst en gegeten werd van carnaval tot Kerstmis, was een puur Limburgs groente maar is inmiddels opgeborgen in het Museum van de Limburgse Smaken. Voor wie er naar op zoek gaat, het is op één plek in Limburg te vinden: de Historische Groentenhof in het Midden-Limburgse Rijkel, een buurtschap van Beesel.

Maar gelukkig is er natuurlijk nog altijd de Limburgse stroop, bereid van appels en peren. Spreekwoordelijk kun je die niet met elkaar vergelijken, maar godzijdank gelukkig wel samen inkoken. Stroop is een verbinder. Neem een sneetje Limburgs roggebrood, besmeer het met appel-perenstroop en beleg het met kaas. Ervoor wakker maken, is teveel gezegd – maar de combinatie is wel lichtverslavend.

Maar ja, daar noem je zoiets. Limburgs roggebrood. Laten we het zou zeggen, het fabrieksroggebrood dat ik de schappen van de supermarkt ligt, kan niet in de schaduw staan van ambachtelijk roggebrood uit de oven van een bakker. De samenstelling en de bereiding van roggebrood zijn in Nederland historisch en regionaal bepaald. Connaisseurs onderscheiden drie soorten roggebrood: noordelijk (Fries en Gronings), Gelders en zuidelijk (Brabants en Limburgs). Behalve de geur, kleur, structuur en smaak, is ook de bereidingswijze van roggebrood anders dan van gewoon brood. Roggebrood wordt namelijk meer gaar gemaakt dan echt gebakken. De oventemperatuur van wordt tijdens de bereiding niet verhoogd, omdat roggebrood dan een harde korst zou krijgen. Roggedeeg gaat vaak na het brood de oven in als de temperatuur zakt. Bakken bij een afliggende oven, heet dat. In het zuiden duurt het bakken van roggebrood anderhalf tot tweeënhalf uur. De Friezen doen er wel vijftien tot twintig uur over en in Gelderland neemt de bereiding van roggebrood tien tot vijftien uur in beslag. Die grote verschillen hebben weer te maken met het vochtigheidsgehalte van het deeg. In Limburg bakken de bakkers roggebrood van gemalen rogge en tarwemeel. Het is lichter van kleur en vaster van structuur. Zuidelijk roggebrood heeft een hardere korst. Vaak gebruikt men zuurdesem als rijsmiddel, net zoals de Duitsers. Daardoor kan bijvoorbeeld Limburgs roggebrood wat rins van smaak zijn.

https://bakkerijputs.nl/productinformatie.html

Op zoek naar het lekkerste ‘zwart broeëd’ van onze provincie kregen we van Gerry Küppers een zakje roggebrood van bakkerij Jos Puts uit Ohé en Laak. We zijn geen culinaire snobs of betweters, maar dit prachtig roggebrood verdient een plaats in de Ark van Limburgse Smaken.

Ieder dorp had in dagen van weleer een eigen stroopkoker en iedere stroopkoker had zijn eigen, vaak geheim familierecept. Stroop is Limburg in de overtreffende trap; een concentraat van Limburg. Zoals de stroop zelf, want die is een concentraat van appels en peren. Limburgse appels en peren vanzelfsprekend. Geur en smaak van stroop roepen bij iedere Limburger herinneringen op. Het stond steevast op tafel bij de broodmaaltijden. Je at het puur of dik gesmeerd op kaas of schijfjes bloedworst. Stroop was het geheime wapen bij de bereiding van rode kool en hazenpeper. Zeg stroop en iedere Limburger komt met een verhaal. Het is de oersmaak, de moedersmaak. Het werd gewaardeerd, zeker, maar dat stroop gezien werd als onvervangbaar culinair cultuurgoed? Nee, daar was het misschien te gewoontjes voor. Er kleefde toch altijd iets aan van broodbeleg voor de armen – de slobbers, knechten, loonwerkers, dienstmaagden en fabriekarbeiders.

Ruim vijftig jaar geleden begon voor de Limburgse stroop een zware tijd. Hoogstamboomgaarden met traditioneel fruit werden gerooid, de laatste ambachtelijke Limburgse stroopbereiders hielden ermee op. De echte peren-appelstroop werd een herinnering van oude mensen.

Maar het kan verkeren. Anno nu is het tij gekeerd. De Limburgse stroop is hoogst actueel. Het staat in de vakken van reformwinkels en is het puur Limburgse broodbeleg door de internationale Slow Food-organisatie opgenomen in de Ark van Smaak – zeg maar de Champions League van streekproducten wereldwijd. Voedseldeskundigen lopen er weg mee en sterrenkoks uit de beide Limburgen hebben het ontdekt. Het laat zich fantastisch combineren met bijvoorbeeld gevogelte.

Waar komt stroop eigenlijk vandaan, wie stond er aan de bakermat? Waarschijnlijk danken we het aan de Romeinen. Zij introduceerden rond het begin de jaartelling de fruitteelt en wijnbouw in Limburg. De fruitbomen stonden verspreid in weilanden. De oogst was overvloedig en het bereiden van stroop een manier om het overschot aan fruit te verwerken. De bereiding van stroop op ambachtelijk wijze is een kunde, maar ook een beetje een kunst. In een grote koperen ketel komt eerst een laagje water. Vervolgens worden de appels en peren in de ketel gestapeld en met een doek afgedekt. Onder de ketel wordt het vuur aangemaakt en na ongeveer vijf uur stoken is het fruit zacht en barst het. De pulp wordt over geschept in een houten pers en onder hoge druk uitgeperst. Het sap wordt tot slot nog eens vier uur ingedikt. Wat dan overblijft is donkere mysterieuze en uiterst geurige zalf.

De stroopbereider, de porsjer in het Limburgs, gebruikte vroeger vooral lokale en regionale appel- en perenrassen zoals de schaapsneuzen, het Gronsvelder klumpke of het klumpke uit het buurdorp Eysden, de herfstpeer van Geulle, het Serumse striepke, de sterappel, gerstepeer, bongertje, legipont en suikerpeer. Helaas behoren ook veel van deze oude heerlijkheden uit de Limburgse boomgaard inmiddels tot de bedreigde fruitsoorten. Sinds de Franse tijd worden ook suikerbieten verwerkt. Ze zijn goedkoper en branden niet zo snel aan. De traditionele Limburgse stroop bestaat uit ongeveer zestig procent uit peren en veertig procent appels, de Limburgers uit Vlaanderen gebruiken tachtig procent peren, wat de stroop zoeter en vloeiender maakt. Maar tegenwoordig is het bestanddeel suikerbieten groot geworden. De etiketten spreken boekdelen.  Limburgse stroop kan enkele jaren worden bewaard en verliest nauwelijks aan smaak en die smaak is eigenlijk met niets te vergelijken. Aan stroop wordt niets toegevoegd, het bevat alleen maar de natuurlijke suikers van de verwerkte vruchten.

Maar stroop werd niet alleen vervaardigd omdat het zo lekker was. Het was ook dé manier om het beste uit het fruit te halen en extra calorieën op voorraad te hebben in de vitaminearme winter. De stroop werd bewaard in Keulse potten, weckglazen of blikken. Kinderrijke gezinnen (en die waren talrijk in het door en door katholieke Limburg!) hadden tientallen kilo’s stroop in voorraad. Ieder dorp had zijn eigen porsjers die het beroep in het oogstseizoen uitoefende. Na de Tweede Wereldoorlog namen fabrieken de stroopproductie over. Er zijn slechts enkele ambachtelijke stroopkokers in de beide Limburgen. Op YouTube troffen wij een instructief filmpje aan over stroopbereiding bij Mart VandeWall. Zijn stroop is echter moeilijk te krijgen, want sinds enkele jaren is er een enorme run op. Wie op strooptocht gaat, wordt dringend aangeraden tevoren te bellen.

Tot slot, maar niet op de laatste plaats de kaas. Onze favoriet is de roodkorst van Tebben, een echte Blerickse kaasfamilie. We schrijven 1958, rond de aarde cirkelen de eerste satellieten. In Blerick, aan het Lambertusplein met zijn statige herenhuizen, gaat een knusse buurtwinkel open. Kaashandel Tebben staat in sierlijke letters op de etalageruiten. Sjaak Tebben en zijn vrouw Mia Tebben- van Aerts zoeken ook de ruimte. Ze kopen een aanhangwagen en reizen naar weekmarkten in Limburg. De slagzin ‘Op alle markten is het raak met kaas van Sjaak’ wordt geboren. Het zullen profetische woorden blijken te zijn. Nog steeds is het raak met de kaas van Sjaak op de markt, de uitgelezen plek om in contact te blijven met de consument. Uiteraard is er in zes decennia veel veranderd, maar kaas blijft een fantastisch beleg op een sneetje roggebrood besmeerd met ‘kroèt’. De roodkorst van Tebben is zo’n heerlijke kaas, dat we hem hebben omgedoopt in ‘Code Rood – Gevaarlijk Lekker’.

Ochtendeditie van maandag 17 december 2018

Ochtendeditie van maandag 17 december 2018

Oud-stadsdichter Herman Verweij liet ons afgelopen zaterdag genieten van een prachtig gedicht bij de terugkeer van de Verloren Zoon, de sculptuur de Vreedzame Krijger. Dat maar eens eerst:

 

Krijger kado

De laatste tijd heeft hij de stad gemeden. Op zijn schreden

teruggekeerd steekt hij met zijn lange leden Flujas &

Guntrud naar de kroon. Aan een verloren zoon biedt

 

Jocus nu ruimhartig onderdak, vaste grond en droge

voeten. Als een waakhond houdt hij wat niet pluis is

tegen. Zelfs stijgend water toont ontzag. Met de Wachters

op de brug brengt deze vredesman ons stedelingen rust.

 

In de haven meren schepen af, aan de stadspoort klopt

een vreemde. Zij weten dat ze welkom zijn. De muren

zijn geslecht, deuren kunnen dicht en open. Waar de stad

 

schurkt aan het water, rijst de Krijger op. Wulps schudt hij

zijn weelderige kop met haar als we omzien naar een meeuw

of gans. Zie de Krijger glanzen als de veren van de Jocushaan.

Hij is voor ons als carnaval: een houvast in het bestaan.

Herman Verweij

 

De naam Vreedzame Krijger  is in wezen carnavalesk. Inherent aan de vastelaovend is de omkering . Een krijger is meestal bedreigend, deze herplaatst op initiatief van de jubilerend gezelschap Jocus, is vreedzaam.

De Vreedzame Krijger bij dag en bij nacht

 

Ochtendeditie van dinsdag 11 december 2018

Ochtendeditie van dinsdag 11 december 2018

De altijd ijverige correspondent voor de Venloër Grensbode in het stadsdeel zuid, Mart Peters, stuurde ons een YouTube-bijdrage over de afronding van de vervaardiging van het grondbeeld Ik geloof in water  van de kunstenaar Willibrord de Winter. De sculptuur is een blijvende herinnering aan het project Rondom Water. De onthulling grijpt zaterdag aanstaande plaats bij De Werf aan de Maasboulevard. Wat betreft de titel van het kunstwerk Ik geloof in water  zouden wij er graag aan toevoegen dat in de brouwerij is geweest. 

Ochtendeditie van vrijdag 7 december 2018

Ochtendeditie van vrijdag 7 december 2018

Moeite met het onthouden van data en tijdstippen? Dan wordt het u volgend weekend gemakkelijk gemaakt. Ja, want op zaterdagmiddag 15 december om 15 uur wordt bij restaurant De Werf aan de Maasboulevard een bronzen footprint in de bestrating onthuld. Het kunstwerk is vervaardigd door Willebrord de Winter.

Een dansgroep van het Kunstencentrum Venlo danst op muziek van Claude Debussy en onthult samen met cultuurwethouder Marij Pollux en cultuurgedeputeerde Ger Koopmans het kunstwerk.

Voordat het glas wordt geheven, komen kunstenaar, wethouder en gedeputeerde aan het woord.

De footprint is een blijvende herinnering aan het internationale kunstproject Rondom water: overvloed en schaarste. Dat startte in januari met een expositie. Eind maart vond een werkweek plaats, die werd afgesloten met een optocht door de binnenstad  en een theatervoorstelling met dans, muziek, poëzie en beeldende kunst in Poppodium Grenswerk. Het derde bedrijf vindt dus op zaterdag 15 december aan de Maasboulevard plaats.

Dus nog even onthouden: de vijftiende om vijftien uur. Moet te doen zijn, toch?

Ochtendeditie van Sinterklaasdag 2018

Ochtendeditie van Sinterklaasdag 2018

Herman Verweij (1945)  was van 1 januari 2011 tot 31 januari 2013 stadsdichter van Venlo. Maandelijks publiceerde dagblad De Limburger een gedicht van zijn hand in de regionale editie. Zijn stadsgedichten zijn samengebracht in de bundel Waar gisteren en vandaag.

De Frans Coehorststraat  in de wijk het Groenveld is een straat genoemd naar Frans Coehorst. Tijdens de oorlog sloot hij zich op jonge leeftijd aan bij het verzet, werd opgepakt en via Kamp Amersfoort tewerkgesteld in Zwickau. Daar hij is hij in 1944 door uitputting overleden.

*********

Frans Coehorststraat

Waar de zon het glas van tuinderskas bescheen

ligt nu het Groenveld. Op twaalf straatnaamborden

de ondertekst: omgekomen in het verzet.

In het hart, vernoemd naar een nog jonge knaap

een doodgewone straat met tuintjes en wat bomen.

Een man die er zijn hond uitlaat.

 

‘Wist u dat de Frans van deze straat, toen negentien

zijn stad verliet om er nooit meer terug te keren?

Stel dat dezelfde jongeman nu hier verscheen

dwalen zou hij door de straten van zijn vrienden.

Stel dat hij in de huizen de beelden ziet van jonge

mensen op het Tahrirplein of kogels fluiten hoort

door de straten van Misrata, zou dan zijn hart

opnieuw tekeer gaan? Vrijheid is zelden in de aan-

bieding meneer, het vraagt de volle prijs.’

 

Misschien dat later in Damascus of Benghazi

een straat de naam draagt van een jonge man of

vrouw met dezelfde ondertekst.

Een doodgewone straat met tuintjes en wat bomen.

Een man die er zijn hond uitlaat.

*********

Met dank aan Herman Verweij