Literaire bijlage van zaterdag 18 augustus 2018

Geen werk van literaire aard met Venlo als plaats van handeling heeft de stad meer in beroering gebracht dan de obscure publicatie Het Zedenschandaal van Venlo. Voor de literaire bijlage  ‘Je bedreft je ogen nog!’ van de Venloër Grensbode gaan we op onderzoek naar de achtergronden van dit boekje, dat ons inziens ten onterechte de prestigieuze Geschiedenis van de literatuur van Limburg  (Uitgeverij VanTilt/LGOG, 2016) niet heeft gehaald.

Het zedenschandaal van Venlo I

Het moet bijna zestig jaar geleden zijn dat een boekje Venlo in rep en roer bracht. Het betrof een werk van erotische aard, gedrukt op 61 pagina’s zeer houthoudend papier. De stad sprak er schande van. Meer dan schande. De goede naam van Venlo was te grabbel gegooid. Maar wat nog zwaarder woog, de katholieke moraal was geschonden. De schrijver verschool zich achter het pseudoniem Elka Inconnu en hem werden de meest vreselijke ziekten en straffen toegewenst.

Exterieur van café De Witte aan de Parade

In de tijd waarin het speelde, mocht ik soms op zaterdagmiddag met mijn vader mee als hij ging kaarten in Café De Witte aan de Parade. Die dag zouden de kaarten niet op tafel komen. Al bij binnenkomst in De Witte bespeurde ik een dreigend krachtenveld. Eén vonk was voldoende om bolbliksems en donders te laten rollen. De kaartvrienden van mijn vader zaten aan hun vaste tafeltje bijeen met een blik waaruit zowel ontzetting als verontwaardiging sprak. De kans om aan te schuiven kreeg ik niet: ‘Steur dae blaag weg!’. Ik kreeg een dubbeltje toegestopt, vouwde uit een bierviltje een provisorisch bakje en ging naar de pinda-automaat die op het buffet stond. Het was de kunst om de schuif van het apparaat niet in één beweging van links naar rechts te trekken, maar hortend en stotend. De opbrengst was dan groter. Zeker tien nootjes meer. Ik werd gesommeerd om aan een tafeltje aan het raam te gaan zitten. De kastelein bracht een glas Riedellimonade.

Interieur café De Witte, begin jaren zestig. Dat vroeger alles beter was, zult u niet horen van de Venloër Grensbode. Maar dat het huidige interieur van De Witte een verloochening is van alles van waarde, staat onomstotelijk vast.  

Mijn vader en zijn vrienden dachten dat ik buiten gehoorafstand zat, maar kleine potjes hebben grote oren. Ik had niet alleen grote oren, maar ook nog wijduitstaande. Flaporen, een familiekenmerk. Model Pieter van Vollenhoven. Later zou ik hieraan worden geholpen door onze huisarts, dokter Tielbeek, die met behulp van speciale pleisters mijn oren in een achterwaartse groeirichting dwongen. Maar goed, mijn oren die steeds onderwerp waren van hoon en spot, kwamen mij nu goed van pas. Ik kon grote gedeelten van het op gedempte toon gevoerde gesprek opvangen en hoorde voor het eerst in mijn nog jonge leven, de titel van het boekje. Het zedenschandaal van Venlo. Het woord zeden in combinatie met schandaal had op mij de uitwerking van een bermbom. Zedenschandaal. Het leek alsof in mijn bewustzijn zware toneelgordijnen van velours werden opengeschoven en mij een blik werd gegund op iets onuitsprekelijks. Mijn oren werden nog groter en ik ving op dat het Zedenschandaal van Venlo onder de toonbank verkocht werd in de Neutrale Bibliotheek, gevestigd in het pand op de hoek van de Sint-Martinusstraat en Mgr. Boermansstraat aan de zijde van het Klein Park. Daar was nog niet zo lang geleden de politie binnengevallen omdat er in de etalage enkele exemplaren van De Natuurvriend lagen, het orgaan van de Naturistenvereniging. Met op de omslag dames in bikini. Dat op hetzelfde adres Het zedenschandaal van Venlo werd verkocht, lag helemaal in de lijn van de verwachting.

Omslag van Het Zedenschandaal van Venlo

Het gewraakte boekje ging nu over tafel van de kaartvrienden. Het werd met betekenisvolle blik doorgeschoven. De lippen van mijn vader trilden toen het zijn beurt was. ‘Die vuiligheid komt ons huis niet in. Nooit of te nimmer. Ik heb zes jongens!’, siste hij. Omdat ik voorvoelde dat mijn vader met zijn ogen mij zou zoeken, wendde ik mijn blik af van het tafeltje van de kaartvrienden en keek ik op straat. De geveinsde argeloosheid in eigen persoon. Het was een drukke zaterdag op de Parade die toen nog een doorgaande straat was. Maar echt zag ik het verkeer niet, omdat ik slechts bevangen was door één gedachte.  Het zedenschandaal van Venlo, dat móést ik lezen!

Druk verkeer op de Parade, op de achtergrond National; opvallend is de openbare telefooncel links, door de komst van de mobiele telefonie is deze inrichting van openbaar nut uit het straatbeeld verdwenen

(wordt vervolgd)

 

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s