Literaire bijlage van zondag 19 augustus 2018

Waar waren we gebleven? Aan een tafeltje in café De Witte, begin jaren zestig. Mijn vader en zijn kaartvrienden spraken met gedempte stem over Het zedenschandaal van Venlo. Vele, vele jaren later kwam ik de gewraakte publicatie plots tegen bij het ordenen van de bibliotheek van George Goossens, die na het overlijden van de verzamelaar was geschonken aan het Goltziusmuseum. Zo op het eerste oog stelde het boekje niks voor, maar het veroorzaakte begin jaren zestig een rel van jewelste. Het zedenschandaal van Venlo, geschreven door iemand die zich bediende van het pseudoniem Elka Inconnu, werd op enkele plaatsen in de stad onder de toonbank verkocht. Tot afgrijzen van overheid, kerk, media en een deel van de burgerij.

Het zedenschandaal van Venlo II

Je moet de feiten natuurlijk altijd in de context van hun tijd zien. Wie anno nu Het zedenschandaal van Venlo leest, zal zich niet kunnen voorstellen dat het boekje ooit zoveel stof deed opwaaien. Het taalgebruik is van een braafheid om lacherig van te worden. Buste is zo ongeveer het meest onvertogen woord in het hele relaas. ‘Tijdens ons gesprek had hij zijn hand rustig op mijn borst laten liggen, nu echter voelde ik dat diezelfde hand boven door mijn blous mijn naakte borst ging betasten. Rustig laat ik hem begaan en ook nu weer voel ik dat eigenaardige gevoel in mij opkomen, dat ik ook later altijd ondervonden heb als mannenhanden met mijn busten spelen’.

Het zijn zinnen waar niemand rode oortjes van zal krijgen, maar gemeten met de maatstaven uit het begin van de jaren zestig was het pure pornografie. Het boekje is overigens niet slecht geschreven. Het lijkt erop alsof Elka Inconnu zijn verhaal verteld heeft aan een professionele tekstschrijver. Het zedenschandaal van Venlo begint op 5 mei 1947. De stad viert de bevrijding en de ikfiguur wordt in een danszaal gearresteerd op verdenking van ontucht met minderjarigen. Hij is niet de enige. Veel vrienden en kennissen zijn al opgesloten in het politiebureau aan de Lohofstraat. Elka Inconnu is de spil in wat nu een netwerk van pedofielen genoemd zou worden. Blijkbaar heeft de politie de zaak snel rond en draaien justitiële molens op topsnelheid want al enkele weken later komen de verdachten voor de rechter. De ikficuur krijgt een gevangenisstraf van twee jaar aan de broek. In het boekje dat hij ongeveer vijftien jaar na de geruchtmakende zaak schrijft of laat schrijven, doet hij een poging zichzelf vrij te pleiten. Het klinkt bekend: de meisjes zagen er ouder oud dan ze waren en ze lokten het zelf uit. In Het zedenschandaal van Venlo worden enkele amoureuze escapades beschreven die zijn gelijk moeten bewijzen. Als we de ikfiguur moeten geloven, namen de meisjes steeds het initiatief en is hij er eigenlijk ingeluisd. Onder het lezen bekroop mij het opeens het idee dat het hele verhaal verzonnen was. Dat er nooit een zedenschaal was geweest. Dat die Elka Inconnu gewoon een pornografisch verhaal wilde schrijven om zo geld te kunnen verdienen.

Limburgsch Dagblad, 13 mei 1947

Maar de krantenlegger van 1947 en het politiearchief van dat jaar wezen uit dat er wel degelijk sprake is geweest van een grote zedenzaak. In totaal werden 23 personen – burgers en militairen – gearresteerd en veroordeeld. De geruchten wilden dat er ook artsen bij betrokken waren, maar in het Dagblad voor Noord-Limburg wordt dat ten stelligste tegengesproken: ‘Wat de thans ingeslotenen hebben gedaan is weerzinwekkend; maar door deze kwaadaardige kletspraatjes wordt bewezen, dat onze stad ook nog lijdt aan de kanker der kwaadsprekerij.’ De schrik zat er in bij de overheid in en in samenwerking met de krant werd een offensief ingezet voor méér fatsoen, voor méér aandacht van ouders voor hun kinderen die door de woningnood praktisch op straat leefden.

Dagblad voor Noord-Limburg, 23 mei 1947

Op vrijdag 23 mei 1947 kopt de krant op de voorpagina met: ‘Jeugd in gevaar. Vier vuisten tegen ’t kwaad’. Politie, onderwijsinspectie, lokale overheid en ouders zullen hun vuisten moeten ballen tegen de zedenverwildering, diefstal, smokkelarij, abortus, verslaafdheid aan tabak, ernstige baldadigheid en vernielzucht, gevaarlijke spelletjes met katapulten en het ongekleed zwemmen van jongens en meisjes. Of de kruistocht echt geholpen heeft, valt moeilijk te beoordelen. Maar dat er door de actie aandacht kwam voor grote problemen in het na-oorlogse Venlo staat buiten kijf.

(Wordt vervolgd)

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s