Literaire bijlage van woensdag 29 augustus 2018

Een verhaal uit Egypte* uit de tijd dat de farao’s van de klei het er voor het zeggen hadden.

HET HORLOGE

Veertig jaar lang was Jan Verhulst vrachtrijder geweest voor een grote dakpannenfabriek niet ver bij ons buurtschap vandaan, aan de voet van de berg, waar van de klei die deze bevatte dakpannen werden gemaakt.

Veertig jaar lang was hij voor dag en dauw opgestaan om ze te laden en te lossen. Eerst met een Ford, toen met een Renault en weer later met een Citroën. Veertig jaar lang, door weer en wind, zonder het minste krasje, schadevrij.

Dat moest gevierd worden. Omdat de jubilaris bij veel fabrieken in de omgeving een bekende verschijning was, verwachtte de personeelschef veel mensen en hij huurde de Harmoniezaal in de Posthuisstraat af. De zaaleigenaar wist wat hem te doen stond en haalde de sinterklaastroon tevoorschijn, die hij op het podium zette en met slingers versierde. Aan de bovenkant bracht hij een bord aan, waarop in gouden cijfers en met laurier omkranst het getal veertig stond.

Daarna ging de personeelschef bij de plaatselijke juwelier het vergulde horloge afhalen dat hij een maand eerder besteld had, controleerde of de inscriptie van de initialen van de jubilaris en de datum van indiensttreding goed was aangebracht en verzocht de directeur hem dat halverwege het feest te komen overhandigen.

Intussen werd er in huize Verhulst druk gespeculeerd over de eer die hem ten deel zou vallen.

‘Met al dat schadevrij rijden mogen ze je wel een flinke bonus geven,’ zei de oudste zoon.

‘Een extra maandsalaris is toch wel het minste,’ zei de middelste.

‘Als het stormde of onweerde en je was nog niet thuis, stond ik doodsangsten uit,’ memoreerde de vrouw gedragen.

‘Ja, laat ze daar ook maar eens aan denken,’ zei de jongste.

‘Als er één recht op een flinke bonus heeft, dan ben jij het wel,’ zei de oudste dochter.

Enzovoort, enzovoort, iedereen vond dat de directie nu maar eens flink in de buidel moest tasten.

Verhulst zelf liet het gelaten over zich heen gaan en kon er alleen maar over lachen.

‘Recht, recht,’ sputterde hij. ‘Voor die heb je geen rechten, alleen maar plichten.’

‘Dat mag dan misschien zo zijn,’ zei de oudste, ‘maar hoe vaak komt het voor dat ze de Harmoniezaal afhuren?’

‘Ja, ze pakken dit keer flink uit,’ zei de middelste.

‘Ach wat,’ zei de man. ‘Dat komt omdat ze me overal kennen. Ik kom op zoveel plaatsen.’

De oudste hield echter voet bij stuk.

‘Als ze de Harmoniezaal afhuren, dan weet ik het zo net nog niet. Afwachten maar.’

Verhulst haalde zijn schouders op.

‘Eerst zien, dan geloven,’ zei hij.

Toen de grote dag aanbrak, waren de verwachtingen in familiekring hoog gespannen. Eindelijk zou de directie zich van zijn gulle kant laten zien. Het feest was in volle gang, toen de deur van de Harmoniezaal openging en de grote baas binnenkwam. De personeelschef snelde op hem toe om hem uit zijn jas te helpen en hem het horloge te geven, dat hij Verhulst aan het einde van zijn speech moest geven.

De man betrad het podium, maande de zaal tot stilte en roemde ‘s mans verdiensten voor het bedrijf. Én zijn plichtsbetrachting én de no-claimkorting passeerden de revue.

‘En daarom overhandig ik je dit cadeau,’ zei hij ten slotte. ‘Alsjeblieft!’

Hij stak zijn hand in de binnenzak van zijn colbert, haalde er de cassette met het horloge uit en gaf het met een flinke handdruk aan Verhulst, die het horloge te voorschijn haalde en omhoog stak. Iedereen klapte plichtmatig, in de vaste vooronderstelling dat dit niet het einde was, maar er nog iets zou komen. Eindelijk zou er recht worden gedaan.

Toen het applaus wegstierf, zette de personeelschef het Lang zal hij leven in, dat al snel door de zaal werd overgenomen. Toen ook dat wegstierf, stapte de directeur van het podium af en begaf zich naar de bar, waar hij een Courvoisier bestelde en een dikke sigaar opstak. Blakend van weelde onderhield hij zich met de eigenaar van de zaal, die hij nog kende van de lagere school. Lachend haalden ze herinneringen op.

Toen hij zijn cognac en sigaar op had en er ook geen schelmstreken meer op te halen vielen, stak hij zijn hand op naar de jubilaris, die even dacht dat de man hem bij zich riep om uiteindelijk toch recht te doen. Zelf had hij er een hard hoofd in, maar het zou leuk zijn geweest voor zijn aanhang. In plaats daarvan zwaaide de oude naar hem en liep naar de kapstok. Daar bedacht hij zich. Sommigen zagen het en stootten elkaar aan.

‘Nu komt het,’ zei de een.

‘Hoogste tijd,’ meende de ander.

Hij stak zijn hand in zijn binnenzak, haalde er een enveloppe uit, stak hem in de lucht en liep ermee naar de jubilaris.

‘Hier’, zei hij tot hem. ‘Helemaal vergeten.’

Zijn gezinsleden haalden opgelucht adem en iedereen begon te klappen.

Daar keek de directeur toch wel van op. Wat gebeurde er, waarom werd er weer geklapt? Hij snapte het niet helemaal, maar wat gaf het ook? Hij had gedaan wat hij moest doen. Kordaat zette hij zijn hoed op, knoopte zijn jas dicht en liep naar buiten.

Gespannen keek het publiek toe hoe de jubilaris de enveloppe opende en in de lach schoot, een grimmige, honende lach. Hij toonde wat erin zat: het garantiebewijs van het horloge.

Met tranen doordrenkt fietspad in Egypte, buurtschap tussen Venlo en Tegelen

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s