Auteursarchief: Floddergatsblog (Venlo voor gevorderden)

Over Floddergatsblog (Venlo voor gevorderden)

Sef Derkx (1951) schrijft over geschiedenis en cultuur, verzorgt lezingen en presentaties, maakt 'waerse wandelinge' door Venlo en is vinyl DJ.

Extra editie van woensdag 15 augustus 2018

Van Hans Canters ontvingen wij een foto van een wel heel bijzonder automaat aan de straat in Altenahr. In jaren van weleer konden dames die in nood waren, omdat zij een ladder in hun nylonkous hadden, hierbij terecht voor een nieuw paar.

Reeds eerder meldde de Venloër Grensbode dat lange tijd geleden dames die met hetzelfde ongerief werden geconfronteerd, terecht konden bij een automaat van de lingeriewinkel van de familie Canters aan de Lomstraat.

Advertenties

Avondeditie van woensdag 15 augustus 2018

(van onze correspondent in het Grensland)

Wij waren in het het dorp Beeck bij Wegberg, waar wij het verhaal hoorden over een poedel die dusdanig kon blaffen dat velen er de naam Adenauer in meenden te horen. Het bazinnetje van de hond was de exploitante van het voor Beeck wel erg werelds hotel Zur Post. Inmiddels is het horecapand in verregaande staat van verval geraakt. Maar toch gloort nog iets van de grandeur van vroeger. Hotel Zur Post had een Spiegelzaal waar gedanst werd. Rijke industriëlen uit grotere plaatsen uit de omgeving kwamen in de jaren van het Wirtschaftwunder naar hier om anoniem de bloemetjes buiten te kunnen zetten. Vaak in gezelschap van hun secretaresse of maîtresse.

Hotel zur Post, vergane glorie in de dorpskern van Beeck

De exploitante van Zur Post stond wijd en zijd bekend als Tante Juliane. Het was een pronte dame. Maar terug naar haar poedel. Op zekere dag werd het geblaf opgenomen met een bandrecorder. De geluidsband werd opgestuurd naar bondskanselier Konrad Adenauer. De tijd verstreek en de hoop een reactie te ontvangen was allang vervlogen, toen die alsnog kwam .De bedankbrief van Adenauer werd ingelijst en  sierde lang de gelagkamer van Zur Post.

Een lichtbak van Hannen Alt met de naam van de legendarische Tante Juliane die van niemand tante was 

Tante Juliane – die overigens van niemand in Beeck echt een tante was, ze had de tante-status – is reeds lang geleden overleden. Haar door en door verwende poedel ging haar voor naar de hondeneeuwigheid. Het hotel Zur Post met de prachtige Spiegelzaal, waar buitenechtelijke dansparen zich ontelbare malen gespiegeld zagen, raakte in verval. Een projectontwikkelaar kocht het pand op. Op een kwade dag stond een container voor de deur. Leden van de Heimatverein Beeck redde een portret in olieverf van Tante Juliane. Speciaal voor de Venloër Grensbode werd het uit het depot van het Flachsmuseum gehaald. Onze gids in Beeck, Paul Winkens (1938), was meer dan bereid om met Tante Juliane te poseren voor het etablissement dat eens de roem van het dorp was.

Paul Winkens met het portret in olieverf van Tante Juliane

Tot slot attenderen wij liefhebbers van het langzaam verdwijnend cultuurgoed ‘automaat aan de straat’ erop dat aan de gevel van de Kneipe Flachse aan de Kirchplatz in Beeck nog een sigarettenautomaat hangt. In Nederland zijn sigarettenautomaten aan de openbare weg inmiddels door de overheid verboden.

Door de Nederlandse overheid verboden, maar ook in het Duitse Grensland verdwijnend cultuurgoed: de sigarettenautomaat aan de openbare weg

Middageditie van woensdag 8 augustus 2018

UNDERCOVER BIJ DE TRAPPISTEN

Op een steenworp afstand van het buurtschap Egypte*, vanwaar ik U schrijf, ligt het voormalige trappistenklooster Ulingsheide, waar uw correspondent vorig jaar undercover ging ten behoeve van het bestuur van de stichting Emmaus-Fenix, die het klooster en de daarin gevestigde woon-werkgemeenschap bestiert. De aanleiding was het tienjarig bestaan van de stichting, die het bestuur onder meer wilde vieren met een boekje waarin deze rapportage zou worden opgenomen. Van dat jubileum, die viering en het boekje heb ik nooit meer iets gehoord. Dat zal zijn redenen hebben gehad. Aan de rapportage heeft het kennelijk niet gelegen, want daarover was men wel te spreken. Ook zelf heb ik geen spijt van mijn kortstondige verblijf aldaar, ik heb er tal van interessante ontmoetingen gehad. Wat me echter het meest is bijgebleven is het feit dat ik een kamer kreeg op het snijpunt van twee zichtlijnen, pal boven de toegangsdeur van het klooster. Daarover heb ik toen het volgende stukje geschreven.

AAN DE GRENS

Rond half acht ben ik weer terug op mijn kamer, die zich bevindt pal boven de ingang, de poort van het oude klooster. Ik loop naar het raam en kijk naar buiten. Links kijk je naar Duitsland, voor je uit en rechts naar Nederland. Tussen die twee landen loopt een onzichtbare lijn, grens genoemd. Opeens realiseer ik me hoe vreemd het in een leven kan lopen. Je kunt links geboren worden, maar ook rechts. Nu maakt dat weinig verschil meer, maar vroeger des te meer. Was ik in Duitsland geboren, dan was ik misschien de zoon van een wrede SS’er geweest. Ik had een verstoorde vader-zoon relatie gehad en elke keer als ik met Nederlanders in contact was gekomen, had ik mijn zondagse gezicht van Gutmensch moeten opzetten, die afstand neemt van zijn vaders naziverleden. En maar vriendelijk lachen en maar wiedergutmachen. Die last voel ik nu niet. Ik heb geluk gehad. God zij dank ben ik in Nederland geboren.

Wie heeft daarvoor gezorgd? Waaraan heb ik dat te danken?

Je kunt moeilijk volhouden dat het je eigen verdienste is geweest, en toch gaan veel mensen daar voetstoots vanuit: ze zijn uitverkoren om niet als Syrische vluchteling of Afrikaanse gelukzoeker geboren te zijn, maar als Nederlander. Hoe had het ook anders kunnen zijn met zo’n uniek karakter, zo’n boeiende persoonlijkheid?

Net zo vanzelfsprekend vinden ze het hier te zijn opgegroeid, naar school te zijn geweest, werk te hebben gevonden en een gezin te hebben gesticht. Dat is een kwestie van goed karma, toch? Dat hebben ze bij wijze van spreken al vóór hun geboorte verdiend.

Daar kun je ook anders over denken. Je kunt ook denken dat het een kwestie van stom toeval is. Voor hetzelfde geld was je aan de andere kant van die stomme grens geboren. Geen boeiende persoonlijkheid, geen goed karma, maar puur geluk of pech. Net zoals je supergezond kunt leven en toch kanker kunt krijgen of door de een of andere idioot plompverloren omver gereden kunt worden. Niets kan je ervoor behoeden om op de verkeerde tijd op de verkeerde plek te zijn. Voordat je het weet zit je aan de grond en bij de dokter, in het ziekenhuis of hier, bij Emmaus tussen de ‘marginalen’.

Maar er is nog iets anders. Ik buig me naar voren en zie de Venlonaren staan die hier op 5 november 1944 stonden, toen Venlo werd getroffen door een verschrikkelijk bombardement. Ze waren ‘uitgebombt’ en sloegen massaal op de vlucht naar Velden en Tegelen en hiernaartoe, naar deze trappistenabdij, waar ze samendromden onder dit raam. De abt van het klooster had tegen hen kunnen zeggen: ‘Loop maar verder, mensen, ga maar naar Tegelen. Wij zijn een contemplatieve orde, geen wereldse. Wij eren God door beschouwing en gebed, niet door middel van goede werken. Helaas pindakaas.’

Maar dat heeft hij niet gedaan. Hij heeft hen binnengelaten en zich met zijn medebroeders over hen ontfermd. Met de rust van de bezinning was het in één luide klap gedaan, van de ene op de andere dag moesten ze zich uit de naad werken om het hun gasten naar de zin te maken.

Misschien bent u wel een kleinkind of achterkleinkind van een van deze gasten. Bedenk, het had ook anders kunnen lopen.

O, die grens, die grens.

tekst en foto’s Willem Kurstjens

*buurtschap tussen Venlo en Tegelen nog niet ontdekt door het massatoerisme, maar door kenners geroemd om zijn opdrogend fietspad

Avondeditie van dinsdag 7 augustus 2018

Nog een aanvulling over de Bochums Kuil.

De naam voor de plas is in het dialect van de Boekend Boumeskoul. Chrit Klerken, een groot kenner van de Boekend, kon ons niets vertellen over de herkomst van deze dialectbenaming. Evenmin over de officiële topografische aanduiding. Hij neemt aan dat de plas ontstaan is door het winnen van turf. Op de beroemde Tranchotkaart staat de Boumeskoul al afgebeeld, helaas zonder naam.

Detail Tranchotkaart, boven Génékenhof is de turfplas weergegeven, die we heden ten dage kennen als de Bochums Kuil.

Jean Joseph Tranchot (1752-1815) was een Franse topograaf. Zijn historisch belang ligt in het minutieus vastleggen van het gebied tussen Maas en Rijn. Tranchot en zijn staf ontwikkelden nieuwe karteringstechnieken. Ze verbeterden meetinstrumenten en -methoden en ontwikkelden nieuwe werkprocessen. Zo ontstonden kaarten van ongekende kwaliteit. Veel historici maken ook nu nog veelvuldig gebruik van het materiaal vanwege de nauwkeurigheid en overvloed aan details. In het vredesverdrag van Parijs (1814) werd bepaald dat het complete kaartwerk van Tranchot, waaronder die van het huidige Limburg die tussen 1802 en 1807 waren opgenomen, aan het koninkrijk Pruisen zouden worden overgedragen.

  • Sef Derkx

Middageditie van dinsdag 7 augustus 2018

Bochums Kuil aan de Overkorenweg in de Boekend; of de prop papier links van het midden een literair meesterwerk is dat in het ongerede is geraakt, wagen we te betwijfelen (bron: Google Streetview)

We waren korte tijd geleden in de Boekend voor een bezoek aan de kruidentuin van de familie Bosch. U las erover in de zaterdageditie van de Venloër Grensbode. We zijn geen geef-mij-maar-een-citroenmelissethee-type noch leggen wij op zere plekken een zwachtel gedrenkt in een kamille-aftreksel, maar toch hebben we genoten en veel opgestoken van het aangename kruidencollege dat we kregen.

Vlak voordat wij aankwamen bij hun Ecosofisch Centrum Achantus zagen wij een mysterieuze waterplas aan de Overkorenweg.  Later vernamen we dat het de Bochums Kuil is. Een onheilspellende naam, toch? Bochum ligt in is Duitsland en is groot geworden door de mijnbouw. Nu herinneren alleen nog het mijnmuseum en diverse instituten eraan. In die industriële periode lukte het hier het eerst om staal in vormen te gieten.

Maar hoe zo een Bochums Kuil in de Boekend? Is op deze plek in een grijs verleden iemand door verdrinking om het leven gebracht? Was de dader of het slachtoffer een inwoner van Bochum?

Bochums Kuil zoals een ovetrekkende watervogel deze waarneemt; van een bevriend ornitholoog hoorden we dat er zelden watervogels op de waterplas worden waargenomen. Ook dit gegeven roept vragen op. Waarom mijdt de avifauna de Bochums Kuil?

 

Sef Derkx

Ochtendeditie van dinsdag 7 augustus 2018

Nescio in Arcen (2)

In een vorige editie van de Venloër Grensblad hebben we beschreven hoe Nescio gevallen is voor de charme van Arcen, dat ‘malle kleine stadje’, zoals hij het noemt. We deden dit aan de hand van fragmenten uit de jaren 1946-1950 van zijn Natuurdagboek. Op grond van zijn aantekeningen op 17 mei 1950 concludeerden we dat zijn liefde definitief was, want hij ging die dag tweemaal naar het kasteeltje en de watermolen. Dat deed hij tijdens eerdere bezoeken nooit. Daarom leek ons de verwachting gewettigd dat hij in de daaropvolgende jaren jaarlijks naar Arcen terug zou gaan of wellicht wel twee of drie keer per jaar. Het dagboek loopt tot eind 1955, dus we dachten nog tussen de vier en tien dagboeknotities over Arcen tegoed te hebben.

OUE SCHUUR WEG

Niets is echter definitief in het leven, ook de liefde van Nescio voor Arcen niet. Om onnaspeurbare redenen komt hij er nog maar één keer terug, en wel op 23 september 1954. Vanuit het station in Venlo neemt hij om tien over twaalf ’s middags de bus naar Arcen, waar hij een hotel – naar we mogen aannemen het Maashotel – bezoekt: ‘Kopje koffie in de weranda en broodje met overvloedig kaas en een allervriendelijkst dienstertje en zeer duur. Zon verdoofd, doffe tinteling op de Maas. Geen gezicht naar den weg ten westen van de Maas meer, door een rommelige beplanting.

Schuur tegenover het kasteel van Arcen, vóór 1954

Arcen heeft zijn charme verloren, want hij blijft er amper een uur. Bij het verlaten van het dorp windt hij zich vreselijk op: ‘Bus 1 uur 18 terug. De oue schuur aan den weg naar Duitschland tegenover de brug van het kasteel is afgebroken (G.v.d). Er staan nieuwe ‘lieve’ huisjes.

Niet vaak komt de uitdrukking ‘G.v.d.’ in het Natuurdagboek voor, meestal gebruikt hij het woord ‘nix’ of ‘nix an’ om aan zijn afkeuring lucht te geven.

BANALE FLIKKERIJ

Prentbriefkaart, circa 1920

De maat van het ongenoegen is echter nog niet vol voor die dag en het is Venlo dat de hardste klappen krijgt: ‘Venlo is een banale flikkerij. Zelfs de overtocht van de Maas mist er glorie (dat oud groote gebouw tussen brug en station is weg, vernield in den oorlog.

Hij bedoelt waarschijnlijk de oude marechausseekazerne en niet het wachtlokaal van de Maasbuurtspoorweg op de brug zelf, dat eerder een gebouwtje dan een groot gebouw was, en ook niet zo oud als de kazerne: zie foto’s.

Marechausseekazerne, blok langs Brugstraat, circa 1910

WACHTERS

Men kan zich afvragen wat Nescio zou vinden van de huidige ‘overtocht’ van de Maas met de beelden van Shinkichi Tajiri: weliswaar etaleren de wachters hun glorie op niet te misverstane wijze, maar of het de glorie is die Nescio bedoelt, kan men zich afvragen. Van het beeld De verwoeste stad van Ossip Zadkine, Tajiri’s leermeester in Parijs, moest hij in elk geval niets hebben. Op 3 mei 1955 verzucht hij: ‘Het idiote beeld van Zadkine, vernegering!’

Verkeersbrug met Wachters van Tajiri; aan de overzijde van de Maas ligt Blerick waarover Nescio ook al minder complimenteus was

door Willem Kurstjens