Categorie archief: Dinsdag

Avondeditie van dinsdag 7 augustus 2018

Nog een aanvulling over de Bochums Kuil.

De naam voor de plas is in het dialect van de Boekend Boumeskoul. Chrit Klerken, een groot kenner van de Boekend, kon ons niets vertellen over de herkomst van deze dialectbenaming. Evenmin over de officiële topografische aanduiding. Hij neemt aan dat de plas ontstaan is door het winnen van turf. Op de beroemde Tranchotkaart staat de Boumeskoul al afgebeeld, helaas zonder naam.

Detail Tranchotkaart, boven Génékenhof is de turfplas weergegeven, die we heden ten dage kennen als de Bochums Kuil.

Jean Joseph Tranchot (1752-1815) was een Franse topograaf. Zijn historisch belang ligt in het minutieus vastleggen van het gebied tussen Maas en Rijn. Tranchot en zijn staf ontwikkelden nieuwe karteringstechnieken. Ze verbeterden meetinstrumenten en -methoden en ontwikkelden nieuwe werkprocessen. Zo ontstonden kaarten van ongekende kwaliteit. Veel historici maken ook nu nog veelvuldig gebruik van het materiaal vanwege de nauwkeurigheid en overvloed aan details. In het vredesverdrag van Parijs (1814) werd bepaald dat het complete kaartwerk van Tranchot, waaronder die van het huidige Limburg die tussen 1802 en 1807 waren opgenomen, aan het koninkrijk Pruisen zouden worden overgedragen.

  • Sef Derkx
Advertenties

Middageditie van dinsdag 7 augustus 2018

Bochums Kuil aan de Overkorenweg in de Boekend; of de prop papier links van het midden een literair meesterwerk is dat in het ongerede is geraakt, wagen we te betwijfelen (bron: Google Streetview)

We waren korte tijd geleden in de Boekend voor een bezoek aan de kruidentuin van de familie Bosch. U las erover in de zaterdageditie van de Venloër Grensbode. We zijn geen geef-mij-maar-een-citroenmelissethee-type noch leggen wij op zere plekken een zwachtel gedrenkt in een kamille-aftreksel, maar toch hebben we genoten en veel opgestoken van het aangename kruidencollege dat we kregen.

Vlak voordat wij aankwamen bij hun Ecosofisch Centrum Achantus zagen wij een mysterieuze waterplas aan de Overkorenweg.  Later vernamen we dat het de Bochums Kuil is. Een onheilspellende naam, toch? Bochum ligt in is Duitsland en is groot geworden door de mijnbouw. Nu herinneren alleen nog het mijnmuseum en diverse instituten eraan. In die industriële periode lukte het hier het eerst om staal in vormen te gieten.

Maar hoe zo een Bochums Kuil in de Boekend? Is op deze plek in een grijs verleden iemand door verdrinking om het leven gebracht? Was de dader of het slachtoffer een inwoner van Bochum?

Bochums Kuil zoals een ovetrekkende watervogel deze waarneemt; van een bevriend ornitholoog hoorden we dat er zelden watervogels op de waterplas worden waargenomen. Ook dit gegeven roept vragen op. Waarom mijdt de avifauna de Bochums Kuil?

 

Sef Derkx

Ochtendeditie van dinsdag 7 augustus 2018

Nescio in Arcen (2)

In een vorige editie van de Venloër Grensblad hebben we beschreven hoe Nescio gevallen is voor de charme van Arcen, dat ‘malle kleine stadje’, zoals hij het noemt. We deden dit aan de hand van fragmenten uit de jaren 1946-1950 van zijn Natuurdagboek. Op grond van zijn aantekeningen op 17 mei 1950 concludeerden we dat zijn liefde definitief was, want hij ging die dag tweemaal naar het kasteeltje en de watermolen. Dat deed hij tijdens eerdere bezoeken nooit. Daarom leek ons de verwachting gewettigd dat hij in de daaropvolgende jaren jaarlijks naar Arcen terug zou gaan of wellicht wel twee of drie keer per jaar. Het dagboek loopt tot eind 1955, dus we dachten nog tussen de vier en tien dagboeknotities over Arcen tegoed te hebben.

OUE SCHUUR WEG

Niets is echter definitief in het leven, ook de liefde van Nescio voor Arcen niet. Om onnaspeurbare redenen komt hij er nog maar één keer terug, en wel op 23 september 1954. Vanuit het station in Venlo neemt hij om tien over twaalf ’s middags de bus naar Arcen, waar hij een hotel – naar we mogen aannemen het Maashotel – bezoekt: ‘Kopje koffie in de weranda en broodje met overvloedig kaas en een allervriendelijkst dienstertje en zeer duur. Zon verdoofd, doffe tinteling op de Maas. Geen gezicht naar den weg ten westen van de Maas meer, door een rommelige beplanting.

Schuur tegenover het kasteel van Arcen, vóór 1954

Arcen heeft zijn charme verloren, want hij blijft er amper een uur. Bij het verlaten van het dorp windt hij zich vreselijk op: ‘Bus 1 uur 18 terug. De oue schuur aan den weg naar Duitschland tegenover de brug van het kasteel is afgebroken (G.v.d). Er staan nieuwe ‘lieve’ huisjes.

Niet vaak komt de uitdrukking ‘G.v.d.’ in het Natuurdagboek voor, meestal gebruikt hij het woord ‘nix’ of ‘nix an’ om aan zijn afkeuring lucht te geven.

BANALE FLIKKERIJ

Prentbriefkaart, circa 1920

De maat van het ongenoegen is echter nog niet vol voor die dag en het is Venlo dat de hardste klappen krijgt: ‘Venlo is een banale flikkerij. Zelfs de overtocht van de Maas mist er glorie (dat oud groote gebouw tussen brug en station is weg, vernield in den oorlog.

Hij bedoelt waarschijnlijk de oude marechausseekazerne en niet het wachtlokaal van de Maasbuurtspoorweg op de brug zelf, dat eerder een gebouwtje dan een groot gebouw was, en ook niet zo oud als de kazerne: zie foto’s.

Marechausseekazerne, blok langs Brugstraat, circa 1910

WACHTERS

Men kan zich afvragen wat Nescio zou vinden van de huidige ‘overtocht’ van de Maas met de beelden van Shinkichi Tajiri: weliswaar etaleren de wachters hun glorie op niet te misverstane wijze, maar of het de glorie is die Nescio bedoelt, kan men zich afvragen. Van het beeld De verwoeste stad van Ossip Zadkine, Tajiri’s leermeester in Parijs, moest hij in elk geval niets hebben. Op 3 mei 1955 verzucht hij: ‘Het idiote beeld van Zadkine, vernegering!’

Verkeersbrug met Wachters van Tajiri; aan de overzijde van de Maas ligt Blerick waarover Nescio ook al minder complimenteus was

door Willem Kurstjens

Middageditie van dinsdag 31 juli 2018

De mooiste stadsgezichten uit de twintigste eeuw

Mark Smeets (Hulst 1942-1999 Baarlo) was jarenlang de gezichtsbepalende illustrator van NRC-Handelsblad. Zijn bijdragen verschenen vooral in de zaterdageditie en in de bijlages voor wetenschap, onderwijs en boeken. Redacteur Adriaan van Dis had hem ontdekt in Tante Leny Presenteert, een legendarisch en grensverleggend underground-stripblad uit de jaren zeventig. Soms kreeg Smeets vanuit de redactieburelen de vraag of hij de voorpagina van een katern wilde maken. Wanneer zo’n bijdrage voor je lag, ontdekte je steeds weer nieuwe tekengrappen en absurde woordspelingen. Ofschoon er veel energie, creativiteit en geld ingestoken wordt, is de krant een vluchtig medium. Uiteindelijk belanden ze aan de straatkant, waar ze worden opgehaald door prijzenswaardige werkers die oud papier inzamelen ten bate van de vereniging waarvan ze lid zijn.

Smeets vertelde geen afgeronde verhalen, hij was een lyrisch stripdichter. Niets is af. Plots zijn er wendingen, afbrekingen en nieuwe verhalen. Fragmenten en brokstukken staan naast elkaar. Kortom, geen duidelijke lijn van A naar Z, maar een doolhof. Het labyrintische is kenmerkend voor het oeuvre. De bijdragen aan het NRC-Handelsblad bleven niet onopgemerkt. Smeets werd bekend bij het grote publiek. Redacties van magazines als Avenue, Psychologie, Ouders van Nu en Sekstant – het orgaan van de Nederlandse Vereniging voor Seksuele Hervorming – klopten bij de Limburgse striptekenaar aan. Steeds vaker moest hij nachten doorwerken om tekeningen ‘die er al gisteren hadden moeten zijn’ op tijd af te hebben. Tekenen werd alles en het enige in zijn leven.

Mark Smeets was een vertegenwoordiger van wat in de stripkunde ‘de klare lijn’ wordt genoemd. Wie Kuifje voor de geest haalt van Hergé (1907-1983), weet wat ermee bedoeld wordt. De vroegste Kuifjesalbums zijn altijd heilige boeken gebleven voor Smeets. Hij had ze opengeslagen staan op zijn huisaltaar, met ernaast een afbeelding van het schilderij van Vincent van Gogh van een bloeiende boom. Hij was vooral idolaat van de oer-Kuifje. Van de albums van na de taalaanpassing, die de toon van de verhalen compleet veranderde, moest hij weinig hebben. Om de Hollanders te gerieven had de directie van de studio besloten om de personages elkaar te laten tutoyeren. Het verlies van ‘u‘ was Smeets een gruwel, in zijn eigen oeuvre bleven de figuren elkaar vousvoyeren. Niet alleen daarom ademen zijn tekeningen melancholie, ongemak met de wereld om hem heen. Een verwarrend verlangen in fondantkleuren naar een tijd die nooit heeft bestaan of zal bestaan. De karakters die de tekeningen bevolken, zijn uit het lood geslagen. Van het type verstrooide professor, Sjef van Oekel of het onverzorgd ogend mannetje dat over straat loopt en luid in zichzelf praat. Wat ze zeggen is absurd, licht verontrustend: ‘Slooprijke omgeving hier’ of ‘Ugh! Alweer ouwe kapotte gebouwen! Das ist zum Kotzen!’ of ‘Dit zijn de schurken die de omwalling hebben doen afbreken! … Allen avonturiers, bankroutiers en entrepeneurs!’

Met de omwalling die door doen van schurken afgebroken is, bedoelde hij de omwalling van Venlo. Als hij de deadline van de krant weer eens had gehaald en dat ei was gelegd, stortte Smeets zich op zijn vrije werk. Het ene schetsboek na het andere tekende hij vol. Wanneer hij niet zat te tekenen, was hij aan het denken over wat hij had of zou gaan tekenen. Zijn leven stond in dienst van het tekenen. ‘Mijn tekenpotlood en mijn geest zijn mijn kompanen’, was zijn motto. Een belangrijk thema in het vrije werk was het Venlo van voor de sloop van de vestingwerken. Hij had een hardgrondige hekel aan het moderne Venlo en idealiseerde de stad van vroeger. Hij kon maar niet snappen dat Venlo vanaf 1868 de wallen, muren en poorten was gaan slechten en de grachten was gaan dempen. De ontmanteling beschouwde hij als de grootste blunder in de stadsgeschiedenis. Hij was bij het onderwerp uitgekomen in 1993, toen ter gelegenheid van Venlo 650 jaar stad het Historisch Vademecum het licht zag. De stadsgezichten en plattegronden uit de zeventiende en achttiende eeuw waren voor hem een onuitputtelijke bron van inspiratie. Smeets’ herinterpretaties behoren tot de mooiste stadsgezichten die in de vorige eeuw zijn gemaakt.

Avondeditie van dinsdag 24 juli 2018

Geachte Redacteur,

Te voet onderweg naar mijn landgoed in Egypte*, vanwaar ik u bericht, kwam ik vanmorgen langs het voormalig entreegebouw van de Onderste Molen. Op slag hoorde ik weer het gekletter van de klapdeurtjes van de kleedhokjes en het galmende geroep door de holle gangen. Ook zag ik mezelf weer in het water springen en naar de kabel van het half diep zwemmen. Bij elke meter werd het water kouder. Niet geheel toevallig had ik mijn zwemspullen in mijn rugzak, want ik had voor die dag nog zwemplannen in De Bosberg in Swalmen. Het bad is uit dezelfde tijd als De Onderste Molen, maar kennelijk hebben ze in Swalmen iets goed gedaan. De Bosberg is overgenomen door een stichting en wordt gerund door vrijwilligers. Die bemensen maar liefst zeven werkgroepen en drie commissies. Ik mag er graag komen, niet alleen vanwege de herinnering aan De Onderste Molen, maar ook vanwege de sfeer, het onbaatzuchtige van al die vrijwilligers.

Onderste Molen, zomer 1953 (collectie Venloër Grensbode)

Had dat in Venlo ook niet gekund? Was dat geen scenario geweest om de sluiting van de Onderste Molen te voorkomen? Ik betwijfel het, en wel hierom. Eerstens, waar haal je in Venlo zoveel onbaatzuchtige gelijkgestemden vandaan? Het zit, denk ik, niet in de aard van de stad, die vooral op handel en middenstand is gericht, met legio grote en kleine zelfstandigen die elkaar vliegen willen afvangen. Ik merk dat ik hier mijn woorden moet kiezen, omdat U mij hierom wellicht zult willen berispen. Per slot van rekening is het de Venloër Grensbode waarvoor ik schrijf en niet de Swalmer Koerier.

Onderste Molen, zomer 1953 (collectie Venloër Grensbode)

Ten tweede ligt De Bosberg mijlenver buiten de dorpskom, terwijl De Onderste Molen in een gewild buitengebied voor bovenmodalen lag. De grond was er duur en de VVD wilde per se dat haar leden er konden bouwen. Ook de gemeente werd er financieel niet slechter van. Er valt daar heel wat onroerend goed belasting te incasseren.

In 1994 viel het doek. Het kon niet anders, verzuchtte menige politicus, zichtbaar met het lot van de stad en het bad begaan, we moesten wel. Je kunt het je – nog altijd – afvragen. Ik schreef het onderstaand gedicht, tevergeefs.

ZWEMBAD DE ONDERSTE MOLEN

De tijd vervloeit in de cirkels van dit bad

die zich tot de bosrand vergro­ten,

het water wordt door beton om­sloten

als een arena die niet stoffig is maar nat.

 

Op het gras rondom de burgers van de stad,

die de hitte uit hun huizen heeft verstoten,

genietend van de zon, de aanblik van ontblote

lichamen en het hels spektakel in het bad.

 

Als gladiatoren storten de kinde­ren zich in het water,

het licht schittert om hen heen en in hun ogen,

er werd gevochten, geroepen en gesmeekt.

 

Hardhandig wordt het leven van zijn sleur geweekt,

wat ooit vaststond wordt eens flink bewogen

en wat hierna komt, komt steeds later.

Prentbriefkaart Strandbad Onderste Molen, een koene duik van de plank in het koude natuurwater (welwillend ter beschikking gesteld door Onze correspondent in Egypte* ) 

*idyllisch buurtschap tussen Venlo en Tegelen geroemd om zijn loofbomen

 

 

 

Noeneditie van dinsdag 24 juli 2018

Hotel Wilhelmina tegenover het station van Venlo dateert van 1876. Het etablissement heeft een opvallende, maar weinig benijdenswaardige plek in de Nederlandse literatuur gekregen. Het speelt een eminente rol in de roman Zes sterren van Joost Zwagerman

In Zes sterren worden feit en fictie vernuftig met elkaar vervlochten. Hotel Wilhelmina heet bij Zwagerman Hotel Juliana. Het schelmenverhaal wordt verteld door de twintiger Justus Merkelbach. Hij groeit op in Alkmaar bij een moeder met smetvrees, mysofobie. Zijn vader is een principiële onderwijzer. Dat je met die combinatie het plezier buitenshuis zoekt, ligt voor de hand. Justus vindt het gezelliger bij zijn oom Siem, een flierefluiter met veel kortstondige baantjes zonder enig succes. Een te preferen combinatie, mits je opgewekt in het leven staat. Op zekere dag richt oom het tijdschrift Goedemorgen op. Het orgaan richt zich op hotels. Net ter verheffing van deze branche, maar om er zelf beter van te worden. Veel beter.

Prentbriefkaart hotel Wilhelmina, ruim een eeuw geleden toen alles nog goed was (collectie redactie Venloër Grensbode)

Lievelingsneef Justus wordt hoofdredacteur, samen reizen ze stad en land af om hotels te recenseren. Als het verblijf in het hotel tegenvalt, is er geen man over boord. Wie een advertentie in Goedemorgen plaatst, krijgt als wederdienst een jubelrecensie. Het duo zet juist in op slechte hotelervaringen, want dat is een garantie voor veel advertenties.

Exterieur van hotel Wilhelmina, recent (bron website hotel Wilhlmina )

Over het eerste verblijf in het Venlose hotel is de ik-figuur weinig vleiend: ‘Ik weet nog welke kamer ik die vorige keer kreeg toegewezen: 118. Het bleek een claustrofobisch stemmend zweethok met meubilair uit de tijd dat ze in Limburg nog op vier poten liepen en uit troggen aten. (…) De entourage van gang en trapportaal was ook al niet veel bijzonders. Alleen de entree kon ermee door, maar daar stond weer tegenover dat de ontbijtzaal vol hing met smoezelige en slecht geconserveerde schilderijen, portretten van boerenvrouwen die Limburgs trots vertegenwoordigen. Als pièce de résistance stond er in de hoek van de ontbijtzaal een replica van een harnas, waarmee vast en zeker een regionale Koning Arthur werd herdacht. Het was al met al een zieltogende uitdragerij met opgepoetste prullaria waar ik mijn ontbijt zat te nuttigen.’

Hotelentree, links schaal met pepermuntjes; recent (bron website hotel Wilhlmina )

Na een tweede overnachting en de toezegging dat een advertentie van 2.500 euro zal worden geplaatst, krijgt het hotel zes sterren. Tot zover de roman van de zwartgallige Zwagerman, die wij u zeker kunnen aanbevelen in dagen van een hittegolf. In werkelijkheid is Wilhelmina natuurlijk een prima familiehotel, waar het goed toeven schijnt te zijn. Nog één opmerkelijk gegeven uit Zes sterren: oom Siem pleegt zelfmoord. De romanauteur volgde zijn fictionele familielid in 2015.

Ontbijtzaal, rechtsachter in nis het gewraakte ‘harnas’ (bron website hotel Wilhlmina

Reageren? Stuur een reactie naar de redactie van de Venloër Grensbode: redactievenloergrensbode@xs4all.nl

 

Editie van dinsdag 17 juli 2018

Geachte redactie van de Venloër Grensbode,

Met liefde bied ik dit gedicht aan over de watersnood van 1993:

Maas

Het heeft nog niet zo lang geleden

een keer met hoog peil gevroren,

het dorp lag onder water te slapen

en nadat het zakte kransten

knapperige Degasjurken alle stammen

 

Wij gleden op een baan naar de beek, de morsige wei

was nog nooit zo Tsjaikovski geweest

brandnetels lagen opgebaard in glazen kisten

die bij nader laarzenstampend inzien

van ijs als stuivende suiker waren

 

Rond wat ik nog van de watersnood in ’93 wist

ligt een haastige dijk van geel zand en videobanden

witte laarzen plassen door een straat bruin water

mijn oma ziet uit het raam hoe de oever haar dagelijks nadert

Kerst met Wim Kok bij mijn tante

 

Op de zolder van het ondergelopen huis

slaapt mijn oom met drie katten en een papegaai

Hij klimt in de achtertuin via een kruiwagen over een ladder

richting mijn latere slaapkamerraam, maar

ik ben vijf en durf niet te gaan kijken

Daan Doesborgh

Foto’s vervaardigd in fotohokje op station NS Sloterdijk, 5 januari 2009 (collectie Sef Derkx)

Daan Doesborgh (Steyl, 1988) is dichter en columnist. Van 2006 tot 2011 was hij stadsdichter van Venlo. In 2008 verscheen zijn eerste bundel De Reeds Beweende Liefdes van Daan Doesborgh. In 2009 behaalde hij de derde plaats op het Nederlands Kampioenschap Poetry Slam, een jaar later werd hij landskampioen ex aequo met Martijn Teerlinck. In datzelfde jaar verscheen zijn tweede dichtbundel De Venus Suikerspin.

In juni 2011 nam Doesborgh deel aan het Wereldkampioenschap Poetry Slam in Parijs, waar hij de halve finale bereikte. In december 2014 werd door Ed Spanjaard de opera Kastje… Muur gedirigeerd. Voor deze opera van Bart de Vrees schreef Daan het libretto.

Reageren? Stuur een e-mail naar de redactie van de Venloër Grensbode: redactievenloergrensbode@xs4all.nl