Categorie: Geen categorie

Avondeditie van Driekoningen – zondag 6 januari 2019

Avondeditie van Driekoningen – zondag 6 januari 2019

We vallen meteen met de deur in huis. Wie wordt de nieje hoeëgheid in ’t stedje van lol & gewaer? In de nacht van oud op nieuw werden de glazen geheven op de vastelaovend door ’t Dreejspan van dit jaar. De vraag is, waar precies gebeurde het?

De Vors heeft het behaagd de eerste aanwijzing te geven. Exclusief voor Aevel. Wij mogen ons gepaerdskeuteld voelen. Het Mirakel van de Mieëwbaemp oreerde: ‘De Hoeëgheid 2019 is enne èchte Jubelprins dae ’t gans geit make’. Hoe kunnen we dit duiden? De Jocusoloog van vrouwelijke kunne, dacht meteen aan een poelier of aan een kok. Vanwege die gans dus. In het geval van een kok zou het Eric Swaghoven kunnen zijn. Die wacht al haos even lang op het prinsschap bij Jocus als prins Charles op het koningschap van Engeland.

Het blijft aevel gissen, want de Jocus-omerta werkt ook dit jaar uitstekend. Er wordt veel gefluisterd, maar niemand weet het zeker. Dat is ook ’t ketje van ’t prinsjeraoje. Tot aan ’t Hofbal verkeren Jocusologe in onzekerheid en die onzekerheid is glièk hun bestaansrecht. Het moet de Vors sowieso hoofdbrekens hebben gekost om na Lex en Herm een geschikt iemand te vinden. En dan werd ook nog de Vreedzame Krijger teruggeplaatst.

Toch is er enkele dagen na de Elfde van de Elfde iets opvallends gebeurd. Een prominent lid van De Naate Raaf werd voor de joeks en de jen in verband gebracht met het Jocusdreejspan 2019. Hij schrok zich unne bölt en wuifde de mogelijkheid iets te nadrukkelijk weg. We noemen geen namen, want het is prinseraoje en geen prinseverraoje. Laten we het daarom cryptisch zo zeggen: zoeë-as Atlas oeits de aerd op zien schouwers torstte, zoeë druueg ziene naokommeling meschiens dit jaor de Venlose vastelaovend.

Tot slot iets heel anders. Van sommige mensen verwacht je dat ze het eeuwige leven hebben. Tot het niet zo blijkt te zijn. De stad is deze week een sterke vrouw ontvallen. Mieke Schreurs-Braem, beter bekend als Mie van ’t Frietei. Zelfstandig onderneemster sinds 1954 en een geweldige verhalenvertelster. Venlo verliest een icoon.

Wies ’t aevel waer is,
Sef Derkx

Advertenties
Ochtendeditie van maandag 24 december 2018

Ochtendeditie van maandag 24 december 2018

De Ark van de Limburgse Smaken (1)

Zwart broeëd, Code Rood en het Donkere Welriekende Goud

De Ark van de Smaak is een catalogus van kleinschalige kwaliteitsproducten die horen bij een specifieke cultuur, historie of traditie van een streek of land. Door bijzondere groente- en fruitsoorten, granen, dierenrassen, dranken, kazen en vleeswaren onder te brengen in de Ark van de Smaak bieden we een platform en nodigen we iedereen uit om deze producten te beschermen door ze weer te kopen en te eten. Of – in het geval van bijvoorbeeld bedreigde wilde diersoorten – door ze juist niet meer of veel minder te eten zodat ze zich weer kunnen voortplanten.’ – Slow Food Nederland

Wat is de oersmaak van Limburg? Is dat de vlaai? Nee, vlaai vindt zijn oorsprong in Vlaanderen of Duitsland en is dus import. Een tweede kans. Is het asperges, het witte goud, de vaandeldraagster van de Limburgse gastronomie? Nee, de aspergeteelt dateert van de vorige eeuw en heeft pas sinds zo’n jaar of veertig een hoge vlucht genomen. Streekgerechtendeskundige Netty Engels-Geurts is er heel stellig in. Typisch Limburgse producten zijn er eigenlijk nauwelijks. Nou ja, ieëwig moos, een snijkool die geoogst en gegeten werd van carnaval tot Kerstmis, was een puur Limburgs groente maar is inmiddels opgeborgen in het Museum van de Limburgse Smaken. Voor wie er naar op zoek gaat, het is op één plek in Limburg te vinden: de Historische Groentenhof in het Midden-Limburgse Rijkel, een buurtschap van Beesel.

Maar gelukkig is er natuurlijk nog altijd de Limburgse stroop, bereid van appels en peren. Spreekwoordelijk kun je die niet met elkaar vergelijken, maar godzijdank gelukkig wel samen inkoken. Stroop is een verbinder. Neem een sneetje Limburgs roggebrood, besmeer het met appel-perenstroop en beleg het met kaas. Ervoor wakker maken, is teveel gezegd – maar de combinatie is wel lichtverslavend.

Maar ja, daar noem je zoiets. Limburgs roggebrood. Laten we het zou zeggen, het fabrieksroggebrood dat ik de schappen van de supermarkt ligt, kan niet in de schaduw staan van ambachtelijk roggebrood uit de oven van een bakker. De samenstelling en de bereiding van roggebrood zijn in Nederland historisch en regionaal bepaald. Connaisseurs onderscheiden drie soorten roggebrood: noordelijk (Fries en Gronings), Gelders en zuidelijk (Brabants en Limburgs). Behalve de geur, kleur, structuur en smaak, is ook de bereidingswijze van roggebrood anders dan van gewoon brood. Roggebrood wordt namelijk meer gaar gemaakt dan echt gebakken. De oventemperatuur van wordt tijdens de bereiding niet verhoogd, omdat roggebrood dan een harde korst zou krijgen. Roggedeeg gaat vaak na het brood de oven in als de temperatuur zakt. Bakken bij een afliggende oven, heet dat. In het zuiden duurt het bakken van roggebrood anderhalf tot tweeënhalf uur. De Friezen doen er wel vijftien tot twintig uur over en in Gelderland neemt de bereiding van roggebrood tien tot vijftien uur in beslag. Die grote verschillen hebben weer te maken met het vochtigheidsgehalte van het deeg. In Limburg bakken de bakkers roggebrood van gemalen rogge en tarwemeel. Het is lichter van kleur en vaster van structuur. Zuidelijk roggebrood heeft een hardere korst. Vaak gebruikt men zuurdesem als rijsmiddel, net zoals de Duitsers. Daardoor kan bijvoorbeeld Limburgs roggebrood wat rins van smaak zijn.

https://bakkerijputs.nl/productinformatie.html

Op zoek naar het lekkerste ‘zwart broeëd’ van onze provincie kregen we van Gerry Küppers een zakje roggebrood van bakkerij Jos Puts uit Ohé en Laak. We zijn geen culinaire snobs of betweters, maar dit prachtig roggebrood verdient een plaats in de Ark van Limburgse Smaken.

Ieder dorp had in dagen van weleer een eigen stroopkoker en iedere stroopkoker had zijn eigen, vaak geheim familierecept. Stroop is Limburg in de overtreffende trap; een concentraat van Limburg. Zoals de stroop zelf, want die is een concentraat van appels en peren. Limburgse appels en peren vanzelfsprekend. Geur en smaak van stroop roepen bij iedere Limburger herinneringen op. Het stond steevast op tafel bij de broodmaaltijden. Je at het puur of dik gesmeerd op kaas of schijfjes bloedworst. Stroop was het geheime wapen bij de bereiding van rode kool en hazenpeper. Zeg stroop en iedere Limburger komt met een verhaal. Het is de oersmaak, de moedersmaak. Het werd gewaardeerd, zeker, maar dat stroop gezien werd als onvervangbaar culinair cultuurgoed? Nee, daar was het misschien te gewoontjes voor. Er kleefde toch altijd iets aan van broodbeleg voor de armen – de slobbers, knechten, loonwerkers, dienstmaagden en fabriekarbeiders.

Ruim vijftig jaar geleden begon voor de Limburgse stroop een zware tijd. Hoogstamboomgaarden met traditioneel fruit werden gerooid, de laatste ambachtelijke Limburgse stroopbereiders hielden ermee op. De echte peren-appelstroop werd een herinnering van oude mensen.

Maar het kan verkeren. Anno nu is het tij gekeerd. De Limburgse stroop is hoogst actueel. Het staat in de vakken van reformwinkels en is het puur Limburgse broodbeleg door de internationale Slow Food-organisatie opgenomen in de Ark van Smaak – zeg maar de Champions League van streekproducten wereldwijd. Voedseldeskundigen lopen er weg mee en sterrenkoks uit de beide Limburgen hebben het ontdekt. Het laat zich fantastisch combineren met bijvoorbeeld gevogelte.

Waar komt stroop eigenlijk vandaan, wie stond er aan de bakermat? Waarschijnlijk danken we het aan de Romeinen. Zij introduceerden rond het begin de jaartelling de fruitteelt en wijnbouw in Limburg. De fruitbomen stonden verspreid in weilanden. De oogst was overvloedig en het bereiden van stroop een manier om het overschot aan fruit te verwerken. De bereiding van stroop op ambachtelijk wijze is een kunde, maar ook een beetje een kunst. In een grote koperen ketel komt eerst een laagje water. Vervolgens worden de appels en peren in de ketel gestapeld en met een doek afgedekt. Onder de ketel wordt het vuur aangemaakt en na ongeveer vijf uur stoken is het fruit zacht en barst het. De pulp wordt over geschept in een houten pers en onder hoge druk uitgeperst. Het sap wordt tot slot nog eens vier uur ingedikt. Wat dan overblijft is donkere mysterieuze en uiterst geurige zalf.

De stroopbereider, de porsjer in het Limburgs, gebruikte vroeger vooral lokale en regionale appel- en perenrassen zoals de schaapsneuzen, het Gronsvelder klumpke of het klumpke uit het buurdorp Eysden, de herfstpeer van Geulle, het Serumse striepke, de sterappel, gerstepeer, bongertje, legipont en suikerpeer. Helaas behoren ook veel van deze oude heerlijkheden uit de Limburgse boomgaard inmiddels tot de bedreigde fruitsoorten. Sinds de Franse tijd worden ook suikerbieten verwerkt. Ze zijn goedkoper en branden niet zo snel aan. De traditionele Limburgse stroop bestaat uit ongeveer zestig procent uit peren en veertig procent appels, de Limburgers uit Vlaanderen gebruiken tachtig procent peren, wat de stroop zoeter en vloeiender maakt. Maar tegenwoordig is het bestanddeel suikerbieten groot geworden. De etiketten spreken boekdelen.  Limburgse stroop kan enkele jaren worden bewaard en verliest nauwelijks aan smaak en die smaak is eigenlijk met niets te vergelijken. Aan stroop wordt niets toegevoegd, het bevat alleen maar de natuurlijke suikers van de verwerkte vruchten.

Maar stroop werd niet alleen vervaardigd omdat het zo lekker was. Het was ook dé manier om het beste uit het fruit te halen en extra calorieën op voorraad te hebben in de vitaminearme winter. De stroop werd bewaard in Keulse potten, weckglazen of blikken. Kinderrijke gezinnen (en die waren talrijk in het door en door katholieke Limburg!) hadden tientallen kilo’s stroop in voorraad. Ieder dorp had zijn eigen porsjers die het beroep in het oogstseizoen uitoefende. Na de Tweede Wereldoorlog namen fabrieken de stroopproductie over. Er zijn slechts enkele ambachtelijke stroopkokers in de beide Limburgen. Op YouTube troffen wij een instructief filmpje aan over stroopbereiding bij Mart VandeWall. Zijn stroop is echter moeilijk te krijgen, want sinds enkele jaren is er een enorme run op. Wie op strooptocht gaat, wordt dringend aangeraden tevoren te bellen.

Tot slot, maar niet op de laatste plaats de kaas. Onze favoriet is de roodkorst van Tebben, een echte Blerickse kaasfamilie. We schrijven 1958, rond de aarde cirkelen de eerste satellieten. In Blerick, aan het Lambertusplein met zijn statige herenhuizen, gaat een knusse buurtwinkel open. Kaashandel Tebben staat in sierlijke letters op de etalageruiten. Sjaak Tebben en zijn vrouw Mia Tebben- van Aerts zoeken ook de ruimte. Ze kopen een aanhangwagen en reizen naar weekmarkten in Limburg. De slagzin ‘Op alle markten is het raak met kaas van Sjaak’ wordt geboren. Het zullen profetische woorden blijken te zijn. Nog steeds is het raak met de kaas van Sjaak op de markt, de uitgelezen plek om in contact te blijven met de consument. Uiteraard is er in zes decennia veel veranderd, maar kaas blijft een fantastisch beleg op een sneetje roggebrood besmeerd met ‘kroèt’. De roodkorst van Tebben is zo’n heerlijke kaas, dat we hem hebben omgedoopt in ‘Code Rood – Gevaarlijk Lekker’.

Noeneditie van dinsdag 27 november 2018

Noeneditie van dinsdag 27 november 2018

Nog is niets verloren. Zelfs wat waardevol is, is niet weerloos.  Veel is waardeloos, maar dit is goed nieuws.

Zet u schrap. De expositie met tekeningen van Albert Kiefer in het Kunstencentrum aan de Goltziusstraat wordt verlengd. Lezers en lezeressen van de Venloër Grensbode, u hoeft niet naar de optometrist te snellen, want er is niets mis met de sterkte van uw bril of lenzen. Voor het eerst sinds mensenheugenis wordt een tentoonstelling in Venlo van een levende kunstenaar verlengd. Verlengd vanwege het succes. Wij als redactie van de Venloër Grensbode zijn er zeer verheugd om.  Van de andere kant evenwel, verbaast het ons niet. De tekeningen van Albert Kiefer sprankelen, als een bergbeek waarin een steentje wordt gegooid. En het merendeel ervan is herkenbaar, het zijn tekeningen van panden in Venlo en Blerick.

Dus. Ga zelf kijken. De toegang is gratis en het Kunstencentrum is op werkdagen geopend van negen uur tot negen uur. Tot slot feliciteren wij Albert Kiefer en het Kunstencentrum met deze tentoonstelling, die zachtjes klopt – om het zo maar eens te zeggen – aan het raam van onze verbondenheid met Venlo.

Huisnummer-mysterie op Kazerneterrein (avondeditie van zaterdag 24 november 2018)

Huisnummer-mysterie op Kazerneterrein (avondeditie van zaterdag 24 november 2018)

Stichting Ons Fort heeft de sympathie van de Venloër Grensbode. De vrijwilligersorganisatie waakt over Fort Sint-Michiel en draagt bij aan het beheer en behoud van het militair monument op de Blerickse Maasoever. In de voormalige officiersmess op het Kazerneterrein heeft Stichting Ons Fort een passend onderkomen. Ze organiseren er onder heel veel meer tentoonstellingen, rondleidingen, workshops voor de jeugd en lezingen. Afgelopen zondag wilde voorzitter Corina Brouwers de deur openen, toen haar oog viel op het nieuwe huisnummer 23. Heeft kort na de inkomst in ons land van Sinterklaas wellicht de Huisnummer-Piet toegeslagen?

Het gewraakte nieuwe huisnummer

Corina Brouwers: ‘Het huisnummer was er opeens, ook aan de andere gebouwen op het kazerneterrein. Vrijdag waren ze er nog niet, dat weet ik zeker. Tot zondag had iedereen als adres Garnizoenweg 3 met toevoeging Gebouw en vervolgens een kleine letter van het alfabet. Wij als Ons Fort hebben het adres Garnizoenweg 3 Gebouw i.’

Zondagavond ging Brouwers aan de slag op internet. Bij Google was het nog altijd Garnizoenweg 3 en ook op de website van de Rijksdienst voor het Cultuur Erfgoed was er sprake van dat adres.

VG: Dus maandagmorgen meteen contact gezocht met de gemeente Venlo neem ik aan?

Corina Brouwers ‘Zeker, ik heb een mail gestuurd naar Projectgroep Kazernekwartier van de gemeente. Binnen een dag kwam er een reactie. De projectgroep wist van niets en had geen idee hadden waar de nummering vandaan kwam. Vanzelfsprekend ook een mail gestuurd naar onze wethouders. Er zijn vier betrokken wethouders, die elk een onderdeel van het kazernekwartier in hun portefeuille hebben vandaar. Binnen een uur was er een antwoord van Alexander Vervoort, dat hij het ook vreemd vond aangezien de plannen voor het terrein helemaal stil liggen. Afgelopen maandag hadden we de Erfgoedstaf van de gemeente op bezoek. Zij begrepen er ook niets van, het was in hun ogen gewoon Garnizoensweg 3 Gebouw i. Vrijdagmiddag kreeg ik een telefoontje van Aukje Reijnen van de gemeente. Ze had het nagezocht en volgens haar had iemand van Camelot het nieuwe huisnummer tegen de gevel geschroefd.’

Rondleiding voor de schooljeugd bij Ons Fort

Camelot is een leegstandbeheerder. De firma plaatst tijdelijke bewoners zodat leegstaande panden niet verloederen. Camelot houdt kantoor in Eindhoven. Ergens tussen vrijdag en zondag moet er iemand van Camelot dus naar Venlo gereden zijn om de nummers op te hangen. Zonder iemand tevoren te informeren. Zelfs de beheerder van het kazerneterrein, die Camelot vertegenwoordigt, wist van niets. Ons Fort heeft folders, flyers, visitekaartjes en briefpapier met het adres Garnizoensweg 3i. Dat drukwerk is op slag onbruikbaar.

Corina Brouwers: ‘Inmiddels is op Google de huisnummering gewijzigd. Maar de eerste problemen met een postbesteller hadden we meteen vrijdag. Hij had een pakketje voor Garnizoenweg 7, maar in het systeem van post.nl bestaat dat adres niet. Hij wilde het pakketje als onbestelbaar terugsturen. We hebben hem geholpen. Het nieuwe huisnummer 7, was Gebouw c, maar dat begreep deze bezorger niet. Vandaag gaan we zelf maar kaartjes ophangen met de nieuwe nummering en de brievenbus aan straat een nieuwe belettering geven. We hebben gekozen voor Garnizoenweg 3 gebouw a, b, c, d, e, f enzovoorts of Garnizoenweg 1-23′

Middeleeuwse markt bij Ons Fort

Foto’s zijn afkomstig van Facebook-account Stichting Ons Fort

Nagekomen foto’s

Gisteravond (maandag 26 november 2018) ontvingen wij in dank van de Stichting Ons Fort twee foto’s van de postbussen, die de huidige, onduidelijke stand van zaken illustreren en tegelijkertijd aan de kaak stellen. De eerste foto is genomen aan de Garnizoenweg, de tweede bij het gebouw van de stichting. Kom daar als postbestellende dyscalculist (m/v) maar eens uit.

 

 

 

 

 

Kunstbijlage van zaterdag 17 november 2018

Kunstbijlage van zaterdag 17 november 2018

Nog niet geweest? Te druk met van alles en niets en nog wat? Kom op zeg! Er is geen excuus of uitvlucht.

De expositie Albert Kiefer Schetsen in de Goltzius Galerie het Kunstencentrum Venlo móét je bezocht hebben. Laat je deze kans lopen, dan heb je echt iets gemist. De expositie is deze maand te zien, op werkdagen tussen 9 ’s morgens en 9 uur ’s avonds. De toegang is gratis. Hoe makkelijk wil je het hebben?

Ga je niet, krijg je gegarandeerd spijt. Misschien trek je jezelf wel haren uit je hoofd of bijt je je een vinger af. En wat gaat dat dan wel niet kosten om te transplanteren? Op naar Albert Kiefer dus.

Albert Kiefer is een rastekenaar, maar op de kunstacademie legde hij zich toe op digitale 3D animaties. Hij raakte geen pen of potlood meer aan en werd, om dichter Gerard de Brabander te parafraseren, een kleine slaaf van beeldscherm, muis en toetsenbord. Tot twee jaar geleden: “Ik heb tekenen weer opgepakt. Vooral om het handwerk weer onder de knie te krijgen. Want dat miste ik toch wel. De eerste schets was van mijn boekenkast. Maar architectuur trekt me toch het meest. Historische panden, stadsgezichten en ook huizen.”

Het was als een badkraan die je opendraait. Eerst sijpelt het water eruit, na drie of vier slagen volgt een weldadige straal. Albert Kiefer begon met één schets per dag, maar zette al gauw de kraan open. Momenteel komen dagelijks drie of vier schetsen Bij aanvang van de expositie stond teller op ruim achthonderd. Dat zijn zeventien  schetsboekjes. Schetsen van vooral huizen in Venlo.

Die achthonderd tekeningen zijn één op één gereproduceerd en zijn samen met ruim dertig uitvergrotingen in het Kunstencentrum te zien. Ook worden er enkele originele schetsboekjes geëxposeerd.

De Venloër Grensbode was zo vrij de kunstenaar een e-mail toe te sturen met enkele vragen. En zie… Albert Kiefer zit af en toe nog wel achter zijn computer:

Albert Kiefer (foto Kunstencentrum Venlo)

VG: Zijn er bepaalde rituelen voordat u aan de slag gaat? Neemt u eerst een douche? Stofzuigt u de woonkamer of maakt u de kattenbak schoon? Opent u ter inspiratie alvast een fles wijn en zet u een glas klaar?

Nee (lacht) ik pak meestal een blokje, maak het open en begin. Zo min mogelijk voorwaarden scheppen, dat belemmert alleen maar!

VG: Wat zijn de formaten van uw schetsboekjes en van welk merk zijn?

Mijn schetsboekjes zijn van het merk Moleskine, de zwarte met een elastiek, en het formaat is A5.

VG: O, zo’n boekje kan zelfs in de binnenzak van de jas. Gemak dient de mens. Mogen wij een beetje de diepte in gaan? De vijftien vaste lezers en lezeressen van de Venloër Grensbode zullen zeker geïnteresseerd zijn in het tekengerei dat u gebruikt.

Welk tekengerei? Ik gebruik zwarte fineliners en gekleurde markers van het merk Copic en van het merk Winsor and Newton?

VG: Wat is het beste tijdstip van het etmaal om te tekenen?

Het maakt niet per se wat uit. Maar als er zon komt of is, is vroeg in de ochtend of het begin van de avond mooi voor de lichtwerking. Grijs en grauw weer kan evenwel ook mooi zijn en dan heeft het tijdstip minder invloed.

VG: Goddank, eindelijk iemand die net klaagt over het weer. Naarmate ik ouder word, ontmoet ik steeds meer mensen die zeuren over het weer. Het is te heet, ze zijn de regen moe, durven niet naar buiten omdat het sneeuwt of stormt – eigenlijk is er altijd wat. Maar we dwalen af. Tekent u en plein air of thuis met foto’s op tafel of foto’s op het scherm van de computer?

Beide. Mijn primaire drijfveer is tekenen. Ik stel daar geen lokatie voorwaarde aan. Als ik maar zin krijg om iets te tekenen. Dat is soms meteen ter plaatse als ik spullen bij me heb maar ook vaak genoeg schiet ik een snelle kiek met mijn smartphone die ik dan op een later tijdstip uitwerk. Ik teken daarbij niet slaafs na want dan is er geen lol aan te beleven! 

VG: Wanneer is een tekening mislukt ? Scheurt u die bladzijde dan uit het Moleskine schetsboekje?

Niet… Soms werkt er eentje niet en begin ik opnieuw. Ik scheur noch goeie, noch minder goeie schetsen uit mijn boekjes.

 

 

Extra editie van woensdag 31 oktober 2018

Extra editie van woensdag 31 oktober 2018

Morgenavond vanaf 18.15 voor het stadhuis uur protestdemonstratie tegen de voorgenomen bezuinigingen op amateurcultuur… Zegt het voort!

 Venlo, mien kald

Protesleed taege de gemeinte Venlo, 1 november 2018

Venlo, zo’n stad, zoe bestond d’r maar ein

Met zo’n schoën stadhoés.

Floddergats vondse beej ôs maar allein

Wao Amor haet gespoés.

In de sträötjes now graekende luuj,

Vleisstraot guuëf noeits miér ein vreejersrevue

Boermans en Funs, zeej ware patent,

maar kuns noeits miér present.

Venlo, stedje van lol en plezeer,

Dich kan ik toch noeits vergaeve.

Zeen ik eine vraemde, dink ik altied weer:

Waat velt d’r heej te belaeve?

Dao te kinne laeve met al waat ik leef,

Is verlaejen tiéd, noow huur mich astebleef.

Venlo, stedje van lol en plezeer,

Wao is ôs cultuur toch haer?

==

Wie schoën ôs Venlo waas

Det wet toch nemus

As daen eine Venlonaer,

Dae heej gebleve is.

Want door de jaore haer

Woort Venlo onbetwis

Det stökske Nederland,

Waose riékdom mis.

==

Wao in ‘t bronsgreun eikeholt,

Nachtegaelke zingk,

Parelwién en klatergold,

Is al waat det ôs heej nog bringk.

Wao de toorts is opgebrand,

En cultuur vermoord;

Dao waas mien vaderland,

Venloos dierbaar oord!

Dao waas mien vaderland,

Venloos dierbaar oord!