Categorie archief: Geen categorie

Sportbijlage van woensdag 29 augustus 2018

Hoeveel punten zal Lars Unnerstall voor VVV pakken in het seizoen 2018-2019?  Onze doelman verricht wonderbaarlijke reddingen. Redder Lars, El Salvador Unnerstall – het inspireerde beeldend kunstenaar Jos Deenen. Exclusief voor de Venloër Grensbode vervaardigde hij deze collage, waarvoor hartelijk dank!

© Jos Deenen, 2018

Advertenties

Literaire bijlage van zaterdag 18 augustus 2018

Geen werk van literaire aard met Venlo als plaats van handeling heeft de stad meer in beroering gebracht dan de obscure publicatie Het Zedenschandaal van Venlo. Voor de literaire bijlage  ‘Je bedreft je ogen nog!’ van de Venloër Grensbode gaan we op onderzoek naar de achtergronden van dit boekje, dat ons inziens ten onterechte de prestigieuze Geschiedenis van de literatuur van Limburg  (Uitgeverij VanTilt/LGOG, 2016) niet heeft gehaald.

Het zedenschandaal van Venlo I

Het moet bijna zestig jaar geleden zijn dat een boekje Venlo in rep en roer bracht. Het betrof een werk van erotische aard, gedrukt op 61 pagina’s zeer houthoudend papier. De stad sprak er schande van. Meer dan schande. De goede naam van Venlo was te grabbel gegooid. Maar wat nog zwaarder woog, de katholieke moraal was geschonden. De schrijver verschool zich achter het pseudoniem Elka Inconnu en hem werden de meest vreselijke ziekten en straffen toegewenst.

Exterieur van café De Witte aan de Parade

In de tijd waarin het speelde, mocht ik soms op zaterdagmiddag met mijn vader mee als hij ging kaarten in Café De Witte aan de Parade. Die dag zouden de kaarten niet op tafel komen. Al bij binnenkomst in De Witte bespeurde ik een dreigend krachtenveld. Eén vonk was voldoende om bolbliksems en donders te laten rollen. De kaartvrienden van mijn vader zaten aan hun vaste tafeltje bijeen met een blik waaruit zowel ontzetting als verontwaardiging sprak. De kans om aan te schuiven kreeg ik niet: ‘Steur dae blaag weg!’. Ik kreeg een dubbeltje toegestopt, vouwde uit een bierviltje een provisorisch bakje en ging naar de pinda-automaat die op het buffet stond. Het was de kunst om de schuif van het apparaat niet in één beweging van links naar rechts te trekken, maar hortend en stotend. De opbrengst was dan groter. Zeker tien nootjes meer. Ik werd gesommeerd om aan een tafeltje aan het raam te gaan zitten. De kastelein bracht een glas Riedellimonade.

Interieur café De Witte, begin jaren zestig. Dat vroeger alles beter was, zult u niet horen van de Venloër Grensbode. Maar dat het huidige interieur van De Witte een verloochening is van alles van waarde, staat onomstotelijk vast.  

Mijn vader en zijn vrienden dachten dat ik buiten gehoorafstand zat, maar kleine potjes hebben grote oren. Ik had niet alleen grote oren, maar ook nog wijduitstaande. Flaporen, een familiekenmerk. Model Pieter van Vollenhoven. Later zou ik hieraan worden geholpen door onze huisarts, dokter Tielbeek, die met behulp van speciale pleisters mijn oren in een achterwaartse groeirichting dwongen. Maar goed, mijn oren die steeds onderwerp waren van hoon en spot, kwamen mij nu goed van pas. Ik kon grote gedeelten van het op gedempte toon gevoerde gesprek opvangen en hoorde voor het eerst in mijn nog jonge leven, de titel van het boekje. Het zedenschandaal van Venlo. Het woord zeden in combinatie met schandaal had op mij de uitwerking van een bermbom. Zedenschandaal. Het leek alsof in mijn bewustzijn zware toneelgordijnen van velours werden opengeschoven en mij een blik werd gegund op iets onuitsprekelijks. Mijn oren werden nog groter en ik ving op dat het Zedenschandaal van Venlo onder de toonbank verkocht werd in de Neutrale Bibliotheek, gevestigd in het pand op de hoek van de Sint-Martinusstraat en Mgr. Boermansstraat aan de zijde van het Klein Park. Daar was nog niet zo lang geleden de politie binnengevallen omdat er in de etalage enkele exemplaren van De Natuurvriend lagen, het orgaan van de Naturistenvereniging. Met op de omslag dames in bikini. Dat op hetzelfde adres Het zedenschandaal van Venlo werd verkocht, lag helemaal in de lijn van de verwachting.

Omslag van Het Zedenschandaal van Venlo

Het gewraakte boekje ging nu over tafel van de kaartvrienden. Het werd met betekenisvolle blik doorgeschoven. De lippen van mijn vader trilden toen het zijn beurt was. ‘Die vuiligheid komt ons huis niet in. Nooit of te nimmer. Ik heb zes jongens!’, siste hij. Omdat ik voorvoelde dat mijn vader met zijn ogen mij zou zoeken, wendde ik mijn blik af van het tafeltje van de kaartvrienden en keek ik op straat. De geveinsde argeloosheid in eigen persoon. Het was een drukke zaterdag op de Parade die toen nog een doorgaande straat was. Maar echt zag ik het verkeer niet, omdat ik slechts bevangen was door één gedachte.  Het zedenschandaal van Venlo, dat móést ik lezen!

Druk verkeer op de Parade, op de achtergrond National; opvallend is de openbare telefooncel links, door de komst van de mobiele telefonie is deze inrichting van openbaar nut uit het straatbeeld verdwenen

(wordt vervolgd)

 

 

Extra editie van woensdag 15 augustus 2018

Van Hans Canters ontvingen wij een foto van een wel heel bijzonder automaat aan de straat in Altenahr. In jaren van weleer konden dames die in nood waren, omdat zij een ladder in hun nylonkous hadden, hierbij terecht voor een nieuw paar.

Reeds eerder meldde de Venloër Grensbode dat lange tijd geleden dames die met hetzelfde ongerief werden geconfronteerd, terecht konden bij een automaat van de lingeriewinkel van de familie Canters aan de Lomstraat.

Avondeditie van woensdag 1 augustus 2018

Vanavond doen we tussen de bedrijven door onderzoek naar het oeuvre van de dichter Koos Timp. Hij is de geestelijke vader van het V.V.V.-lied dat in 1963 op de plaat werd gezet.

Ons trof vooral het tweede couplet, dit is ons inziens sociaal-realistische voetbalpoëzie: 

Waarschijnlijk is er bij het drukken van het hoesje iets misgegaan, want bij de vierde regel zal de keeper tot de backs gezegd hebben: Ik heb ‘m al, vooruit we zijn niet bang. Wat zal de tekstdichter teleurgesteld geweest zijn dat het hulpwerkwoord is weggevallen.

De tekstdichter. Koos Timp dus. Wie was hij en welke liedjes heeft hij aan de wereld geschonken? We gaan het vragen aan een kenner. Lees de antwoorden morgen in de Venloër Grensbode.

Woensdag 1 augustus 2018 – Ingezonden brief

Hallo! Wakker worden, geachte redactie van de Venloër Grensbode.

 Terwijl in Noord-Limburg een natuurbrand woedt, als gevolg van de droogte waaronder wij al weken gebukt gaan, haalt Gerrit van der Vorst alleen oude Gerad Revekoeien uit de sloot. Nou geachte redactie, de sloten staan bijkans droog door de hittegolf waar vooralsnog geen einde aan lijkt te komen. De koeien kunnen niet in de wei vanwege het gebrek aan gras en Gerard Reve – over de doden niets dan goed.

Een onderwerp dat u ook al lang had moeten aanpakken en uitdiepen als Venloër Grensbode zijn de ervaringen van wethouder Marij Pollux en de man achter haar,  Jocusprins Herm Pollux. Dat interesseert uw lezeressen meer.

Nee, u keuvelt liever – geheel in stijl van de Bond Zonder Naam – over een verkeersbord bij de Boekend met de mededeling Geef elkaar de ruimte. Maar dat er sinds het aantreden als wethouder van Marij Pollux geen parkeergarage is ingestort en VVV in de voorbereiding op het nieuwe seizoen nog geen oefenwedstrijd heeft verloren – nee, daar hoor je de Venloër Grensbode niet over.

Die plaatst liever een foto van een opdrogend fietspad in het buurtschap Egypte. Een opdrogend fietspad in het buurtschap Egypte, godbetert, terwijl al weken de fietspaden in het buurtschap Egypte geen kans hebben gekregen om op te drogen. Ze zijn namelijk al weken droog. Gortdroog. Net als het orgaan van u.

Annie, oud P.P.R.-lid afdeling Venlo

Middageditie van dinsdag 31 juli 2018

De mooiste stadsgezichten uit de twintigste eeuw

Mark Smeets (Hulst 1942-1999 Baarlo) was jarenlang de gezichtsbepalende illustrator van NRC-Handelsblad. Zijn bijdragen verschenen vooral in de zaterdageditie en in de bijlages voor wetenschap, onderwijs en boeken. Redacteur Adriaan van Dis had hem ontdekt in Tante Leny Presenteert, een legendarisch en grensverleggend underground-stripblad uit de jaren zeventig. Soms kreeg Smeets vanuit de redactieburelen de vraag of hij de voorpagina van een katern wilde maken. Wanneer zo’n bijdrage voor je lag, ontdekte je steeds weer nieuwe tekengrappen en absurde woordspelingen. Ofschoon er veel energie, creativiteit en geld ingestoken wordt, is de krant een vluchtig medium. Uiteindelijk belanden ze aan de straatkant, waar ze worden opgehaald door prijzenswaardige werkers die oud papier inzamelen ten bate van de vereniging waarvan ze lid zijn.

Smeets vertelde geen afgeronde verhalen, hij was een lyrisch stripdichter. Niets is af. Plots zijn er wendingen, afbrekingen en nieuwe verhalen. Fragmenten en brokstukken staan naast elkaar. Kortom, geen duidelijke lijn van A naar Z, maar een doolhof. Het labyrintische is kenmerkend voor het oeuvre. De bijdragen aan het NRC-Handelsblad bleven niet onopgemerkt. Smeets werd bekend bij het grote publiek. Redacties van magazines als Avenue, Psychologie, Ouders van Nu en Sekstant – het orgaan van de Nederlandse Vereniging voor Seksuele Hervorming – klopten bij de Limburgse striptekenaar aan. Steeds vaker moest hij nachten doorwerken om tekeningen ‘die er al gisteren hadden moeten zijn’ op tijd af te hebben. Tekenen werd alles en het enige in zijn leven.

Mark Smeets was een vertegenwoordiger van wat in de stripkunde ‘de klare lijn’ wordt genoemd. Wie Kuifje voor de geest haalt van Hergé (1907-1983), weet wat ermee bedoeld wordt. De vroegste Kuifjesalbums zijn altijd heilige boeken gebleven voor Smeets. Hij had ze opengeslagen staan op zijn huisaltaar, met ernaast een afbeelding van het schilderij van Vincent van Gogh van een bloeiende boom. Hij was vooral idolaat van de oer-Kuifje. Van de albums van na de taalaanpassing, die de toon van de verhalen compleet veranderde, moest hij weinig hebben. Om de Hollanders te gerieven had de directie van de studio besloten om de personages elkaar te laten tutoyeren. Het verlies van ‘u‘ was Smeets een gruwel, in zijn eigen oeuvre bleven de figuren elkaar vousvoyeren. Niet alleen daarom ademen zijn tekeningen melancholie, ongemak met de wereld om hem heen. Een verwarrend verlangen in fondantkleuren naar een tijd die nooit heeft bestaan of zal bestaan. De karakters die de tekeningen bevolken, zijn uit het lood geslagen. Van het type verstrooide professor, Sjef van Oekel of het onverzorgd ogend mannetje dat over straat loopt en luid in zichzelf praat. Wat ze zeggen is absurd, licht verontrustend: ‘Slooprijke omgeving hier’ of ‘Ugh! Alweer ouwe kapotte gebouwen! Das ist zum Kotzen!’ of ‘Dit zijn de schurken die de omwalling hebben doen afbreken! … Allen avonturiers, bankroutiers en entrepeneurs!’

Met de omwalling die door doen van schurken afgebroken is, bedoelde hij de omwalling van Venlo. Als hij de deadline van de krant weer eens had gehaald en dat ei was gelegd, stortte Smeets zich op zijn vrije werk. Het ene schetsboek na het andere tekende hij vol. Wanneer hij niet zat te tekenen, was hij aan het denken over wat hij had of zou gaan tekenen. Zijn leven stond in dienst van het tekenen. ‘Mijn tekenpotlood en mijn geest zijn mijn kompanen’, was zijn motto. Een belangrijk thema in het vrije werk was het Venlo van voor de sloop van de vestingwerken. Hij had een hardgrondige hekel aan het moderne Venlo en idealiseerde de stad van vroeger. Hij kon maar niet snappen dat Venlo vanaf 1868 de wallen, muren en poorten was gaan slechten en de grachten was gaan dempen. De ontmanteling beschouwde hij als de grootste blunder in de stadsgeschiedenis. Hij was bij het onderwerp uitgekomen in 1993, toen ter gelegenheid van Venlo 650 jaar stad het Historisch Vademecum het licht zag. De stadsgezichten en plattegronden uit de zeventiende en achttiende eeuw waren voor hem een onuitputtelijke bron van inspiratie. Smeets’ herinterpretaties behoren tot de mooiste stadsgezichten die in de vorige eeuw zijn gemaakt.

Editie van dinsdag 10 juli 2018

Uurwerk in rechtertoren stadhuis, detail aquarel van Jan de Beijer

Het stadhuis van Venlo, aquarel Jan de Beijer, 1741 (collectie Rijksmuseum) 

Zaterdag 1 mei 1909 was een bijzonder dag. Overal in Nederland werden de klokken gelijkgezet. De regering had aanvankelijk niet willen toegeven aan één uniforme tijd, maar uiteindelijk kwam er toch een Wet Eenheid van Tijd. Die maakte een einde aan de verschillende plaatselijke klokkentijden. In sommige regio’s was de situatie tevoren licht bizar. In de Groningse gemeente Baflo hanteerden de vier dorpen alle vier een verschillende tijd. Wat was hiervan de oorzaak, vraag je je dan af. Een animositeit die teruggreep naar een handgemeen om een meisje tijdens een kermis lang, lang geleden? Het blijft gissen. Het dorp Etten in Noord-Brabant had de Amsterdamse tijd in de klok. Buurgemeente Leur de Greenwich tijd. De tijd in Princenhage, dat op een steenworp afstand ligt, scheelde daarmee weer 25 minuten.

Prentbriefkaart station Venlo met aan zijgevel stationsklok, circa 1905

Verwarring wat betreft de tijd lag altijd en overal op de loer. In het vakblad voor horlogemakers Christiaan Huygens beschreef een treinreiziger de situatie in Venlo in 1907:

Onlangs vertrok ondergeteekende uit een plaatsje over de grens te 12.11 Duitse tijd en arriveerde te Venlo 11.42 spoortijd; de torenklok te Venlo stond op 12.07. Mijn trein naar Amsterdam vertrok te 3.42; de vier uur welke ik had, wilde ik besteden voor een uitstapje naar Tegelen. De tram naar Tegelen stond reeds bezet met publiek voor het station.

“Hoe laat vertrek je, conducteur?”  “Te 12.50, mijnheer.” “Nu, dan ga ik nog een half uurtje de stad in.” Pardon, mijnheer, wij gaan nu, het is al over tijd.” “ Maar het is toch pas 11.52?”  “Jawel, maar wij rekenen Duitse tijd.”

“Conducteur, ik moet te 3.42 spoortijd naar Amsterdam. Kan ik terug rijden, of moet ik loopen?” “Niet nodig, mijnheer, te 3.40 gaan wij van Tegelen en dan is U zoowat 3.30 aan het statie (station).”

 Jawel, 3.40 vertrekken, 3.30 aan het station, houd nu je hoofd maar bij elkaar. Wat wonder, dat de gemoedelijke conducteur de helft der passagiers moest inlichten, hoe laat het vertrek en aankomst te Venlo was in Duitschen tijd, spoortijd en Venloschen tijd. Zal dit beter worden met eenheid van Tijd, vooral als het Amsterdamschen Eenheidstijd wordt?

Tram Venlo-Tegelen-Steyl voor hotel germania aan de Keulsepoort, circa 1900 (particuliere collectie)

Nederland legde in 1909 de Amsterdamse tijd vast als wettelijke tijd. Deze liep 19 minuten en 32 seconden voor op Greenwich tijd. Om de coördinatie te vergemakkelijken was de regering bereid om dit af te ronden op twintig minuten. Zeven jaar later moesten de klokken weer verzet worden. Om energie te sparen in de Eerste Wereldoorlog werd de zomertijd ingevoerd.  De klok liep een uur vooruit op de standaardtijd. De zomertijd bleef bestaan tot 1934. De benaming Amsterdamse tijd maakte in 1937 plaats voor Woudrichemse tijd. Deze stad ligt exact op de vijfde meridiaan oosterlengte en was daarom geschikt als ankerpunt. De klokken bleven overigens gelijk staan.

Het huidige tijdsregime is een erfenis uit de Tweede Wereldoorlog en werd opgelegd door de Duitsers. De eigen Nederlandse tijdzone paste niet in het idee van de bezetter van één groot rijk. Na de inval werd de Woudrichemse tijd direct opgeheven. Op donderdag 16 mei 1940 werden de klokken in Nederland 1 uur en 40 minuten vooruitgezet. Hiermee werden tegelijkertijd de Midden-Europese tijd als de zomertijd ingevoerd. Nederland was het laatste Europese land dat zich voegde in het mondiale stelsel met sprongen van ronde uren. Na de bevrijding bleef de Midden-Europese tijd gehandhaafd. De zomertijd is na de oorlog afgeschaft om in 1977 weer ingevoerd te worden.

Nescio, nom de plûme van J.H.F. Grönloh

In de Venloër Grensbode, het verhaal van Nescio dat begin 1907 werd voltooid, is de Midden-Europese tijd onderwerp van droefgeestige bespiegelingen.  De officiële invoering ervan in 1884 tijdens een Internationale Meridiaanconferentie in Washington was voor  hoofdfiguur Japie niet te verteren:

Hij was een wonderlijke vent geweest. Verdriet had i altijd gehad van den middeleuropeeschen tijd. Die maakte ’m voortdurend onbehagelijk. De uren hadden voor hem ieder hun eigen beteekenis. Een zonnige middag in ’t eind van September, om vijf uur. Een Zondagmiddag in December op ’t Rembrandtplein, om 2 uur, met heldervriezend weer. – Juli morgen 7 uur. Bij die enkele woorden dacht hij zich altijd zeer bijzondere dingen. Elk uur bracht zijn eigen herinneringen, zijn eigen stemming. En daar gingen ze nu aan tornen. God weet waarom. Hij heeft dat nooit begrepen.

Reageren? Stuur een e-mail naar de redactie van de Venloër Grensbode: redactievenloergrensbode@xs4all.nl