Categorie archief: Nescio

Ochtendeditie van dinsdag 7 augustus 2018

Nescio in Arcen (2)

In een vorige editie van de Venloër Grensblad hebben we beschreven hoe Nescio gevallen is voor de charme van Arcen, dat ‘malle kleine stadje’, zoals hij het noemt. We deden dit aan de hand van fragmenten uit de jaren 1946-1950 van zijn Natuurdagboek. Op grond van zijn aantekeningen op 17 mei 1950 concludeerden we dat zijn liefde definitief was, want hij ging die dag tweemaal naar het kasteeltje en de watermolen. Dat deed hij tijdens eerdere bezoeken nooit. Daarom leek ons de verwachting gewettigd dat hij in de daaropvolgende jaren jaarlijks naar Arcen terug zou gaan of wellicht wel twee of drie keer per jaar. Het dagboek loopt tot eind 1955, dus we dachten nog tussen de vier en tien dagboeknotities over Arcen tegoed te hebben.

OUE SCHUUR WEG

Niets is echter definitief in het leven, ook de liefde van Nescio voor Arcen niet. Om onnaspeurbare redenen komt hij er nog maar één keer terug, en wel op 23 september 1954. Vanuit het station in Venlo neemt hij om tien over twaalf ’s middags de bus naar Arcen, waar hij een hotel – naar we mogen aannemen het Maashotel – bezoekt: ‘Kopje koffie in de weranda en broodje met overvloedig kaas en een allervriendelijkst dienstertje en zeer duur. Zon verdoofd, doffe tinteling op de Maas. Geen gezicht naar den weg ten westen van de Maas meer, door een rommelige beplanting.

Schuur tegenover het kasteel van Arcen, vóór 1954

Arcen heeft zijn charme verloren, want hij blijft er amper een uur. Bij het verlaten van het dorp windt hij zich vreselijk op: ‘Bus 1 uur 18 terug. De oue schuur aan den weg naar Duitschland tegenover de brug van het kasteel is afgebroken (G.v.d). Er staan nieuwe ‘lieve’ huisjes.

Niet vaak komt de uitdrukking ‘G.v.d.’ in het Natuurdagboek voor, meestal gebruikt hij het woord ‘nix’ of ‘nix an’ om aan zijn afkeuring lucht te geven.

BANALE FLIKKERIJ

Prentbriefkaart, circa 1920

De maat van het ongenoegen is echter nog niet vol voor die dag en het is Venlo dat de hardste klappen krijgt: ‘Venlo is een banale flikkerij. Zelfs de overtocht van de Maas mist er glorie (dat oud groote gebouw tussen brug en station is weg, vernield in den oorlog.

Hij bedoelt waarschijnlijk de oude marechausseekazerne en niet het wachtlokaal van de Maasbuurtspoorweg op de brug zelf, dat eerder een gebouwtje dan een groot gebouw was, en ook niet zo oud als de kazerne: zie foto’s.

Marechausseekazerne, blok langs Brugstraat, circa 1910

WACHTERS

Men kan zich afvragen wat Nescio zou vinden van de huidige ‘overtocht’ van de Maas met de beelden van Shinkichi Tajiri: weliswaar etaleren de wachters hun glorie op niet te misverstane wijze, maar of het de glorie is die Nescio bedoelt, kan men zich afvragen. Van het beeld De verwoeste stad van Ossip Zadkine, Tajiri’s leermeester in Parijs, moest hij in elk geval niets hebben. Op 3 mei 1955 verzucht hij: ‘Het idiote beeld van Zadkine, vernegering!’

Verkeersbrug met Wachters van Tajiri; aan de overzijde van de Maas ligt Blerick waarover Nescio ook al minder complimenteus was

door Willem Kurstjens

Advertenties

Editie van dinsdag 10 juli 2018

Uurwerk in rechtertoren stadhuis, detail aquarel van Jan de Beijer

Het stadhuis van Venlo, aquarel Jan de Beijer, 1741 (collectie Rijksmuseum) 

Zaterdag 1 mei 1909 was een bijzonder dag. Overal in Nederland werden de klokken gelijkgezet. De regering had aanvankelijk niet willen toegeven aan één uniforme tijd, maar uiteindelijk kwam er toch een Wet Eenheid van Tijd. Die maakte een einde aan de verschillende plaatselijke klokkentijden. In sommige regio’s was de situatie tevoren licht bizar. In de Groningse gemeente Baflo hanteerden de vier dorpen alle vier een verschillende tijd. Wat was hiervan de oorzaak, vraag je je dan af. Een animositeit die teruggreep naar een handgemeen om een meisje tijdens een kermis lang, lang geleden? Het blijft gissen. Het dorp Etten in Noord-Brabant had de Amsterdamse tijd in de klok. Buurgemeente Leur de Greenwich tijd. De tijd in Princenhage, dat op een steenworp afstand ligt, scheelde daarmee weer 25 minuten.

Prentbriefkaart station Venlo met aan zijgevel stationsklok, circa 1905

Verwarring wat betreft de tijd lag altijd en overal op de loer. In het vakblad voor horlogemakers Christiaan Huygens beschreef een treinreiziger de situatie in Venlo in 1907:

Onlangs vertrok ondergeteekende uit een plaatsje over de grens te 12.11 Duitse tijd en arriveerde te Venlo 11.42 spoortijd; de torenklok te Venlo stond op 12.07. Mijn trein naar Amsterdam vertrok te 3.42; de vier uur welke ik had, wilde ik besteden voor een uitstapje naar Tegelen. De tram naar Tegelen stond reeds bezet met publiek voor het station.

“Hoe laat vertrek je, conducteur?”  “Te 12.50, mijnheer.” “Nu, dan ga ik nog een half uurtje de stad in.” Pardon, mijnheer, wij gaan nu, het is al over tijd.” “ Maar het is toch pas 11.52?”  “Jawel, maar wij rekenen Duitse tijd.”

“Conducteur, ik moet te 3.42 spoortijd naar Amsterdam. Kan ik terug rijden, of moet ik loopen?” “Niet nodig, mijnheer, te 3.40 gaan wij van Tegelen en dan is U zoowat 3.30 aan het statie (station).”

 Jawel, 3.40 vertrekken, 3.30 aan het station, houd nu je hoofd maar bij elkaar. Wat wonder, dat de gemoedelijke conducteur de helft der passagiers moest inlichten, hoe laat het vertrek en aankomst te Venlo was in Duitschen tijd, spoortijd en Venloschen tijd. Zal dit beter worden met eenheid van Tijd, vooral als het Amsterdamschen Eenheidstijd wordt?

Tram Venlo-Tegelen-Steyl voor hotel germania aan de Keulsepoort, circa 1900 (particuliere collectie)

Nederland legde in 1909 de Amsterdamse tijd vast als wettelijke tijd. Deze liep 19 minuten en 32 seconden voor op Greenwich tijd. Om de coördinatie te vergemakkelijken was de regering bereid om dit af te ronden op twintig minuten. Zeven jaar later moesten de klokken weer verzet worden. Om energie te sparen in de Eerste Wereldoorlog werd de zomertijd ingevoerd.  De klok liep een uur vooruit op de standaardtijd. De zomertijd bleef bestaan tot 1934. De benaming Amsterdamse tijd maakte in 1937 plaats voor Woudrichemse tijd. Deze stad ligt exact op de vijfde meridiaan oosterlengte en was daarom geschikt als ankerpunt. De klokken bleven overigens gelijk staan.

Het huidige tijdsregime is een erfenis uit de Tweede Wereldoorlog en werd opgelegd door de Duitsers. De eigen Nederlandse tijdzone paste niet in het idee van de bezetter van één groot rijk. Na de inval werd de Woudrichemse tijd direct opgeheven. Op donderdag 16 mei 1940 werden de klokken in Nederland 1 uur en 40 minuten vooruitgezet. Hiermee werden tegelijkertijd de Midden-Europese tijd als de zomertijd ingevoerd. Nederland was het laatste Europese land dat zich voegde in het mondiale stelsel met sprongen van ronde uren. Na de bevrijding bleef de Midden-Europese tijd gehandhaafd. De zomertijd is na de oorlog afgeschaft om in 1977 weer ingevoerd te worden.

Nescio, nom de plûme van J.H.F. Grönloh

In de Venloër Grensbode, het verhaal van Nescio dat begin 1907 werd voltooid, is de Midden-Europese tijd onderwerp van droefgeestige bespiegelingen.  De officiële invoering ervan in 1884 tijdens een Internationale Meridiaanconferentie in Washington was voor  hoofdfiguur Japie niet te verteren:

Hij was een wonderlijke vent geweest. Verdriet had i altijd gehad van den middeleuropeeschen tijd. Die maakte ’m voortdurend onbehagelijk. De uren hadden voor hem ieder hun eigen beteekenis. Een zonnige middag in ’t eind van September, om vijf uur. Een Zondagmiddag in December op ’t Rembrandtplein, om 2 uur, met heldervriezend weer. – Juli morgen 7 uur. Bij die enkele woorden dacht hij zich altijd zeer bijzondere dingen. Elk uur bracht zijn eigen herinneringen, zijn eigen stemming. En daar gingen ze nu aan tornen. God weet waarom. Hij heeft dat nooit begrepen.

Reageren? Stuur een e-mail naar de redactie van de Venloër Grensbode: redactievenloergrensbode@xs4all.nl

 

 

 

Editie van vrijdag 6 juli 2018

Twee jaar lang hebben we daar lol van gehad. Als we platzak waren, als niemand meer wat had, als er godsterwereld nix meer los kwam, dan keken we mekaar aan en dan zei der een : “Venloër Grensbode” en dan vielen we om van ’t lachen, Dat komt te pas, als je zoo hard bent en ’t kost nix. En dan had er dadelijk weer iemand lef genoeg om een dubbeltje briketten op de pof te gaan halen in een city bag.

uit: Venloër Grensbode, Nescio, 1907