Categorie: Wim Moorman

Editie van donderdag 4 april 2019

Editie van donderdag 4 april 2019

Het is de dag na het debacle. 2-6. Heeft die einduitslag ooit op het scorebord gestaan aan De Kraal of in De Koel?

De Venloër Grensbode waagt het te betwijfelen. Verliezen is een, maar met 2-6 verliezen is erger dan verliezen. Het valt in de categorie ‘roemloos ten onder gaan’.

Is nu de wereld vergaan?  Nee, VVV staat nog steeds op de elfde plaats in de tussenstand. Zoals het vóór het debacle was. En in de binnenstad van Venlo signaleerden wij eerder deze week een groepje Japanse voetballertjes. Misschien loopt hier wel de opvolger tussen van Honda. Fijn dat hij alvast aan Venlo heeft kunnen snuffelen.

En vanzelfsprekend was er gisteren na de wedstrijd de Mikanista-blog van Wim Moorman. Balsem op de gekwetste ziel van een VVV-supporter. We fotografeerden de blogger uit Meterik in de rust van de rampwedstrijd, toen hij druk doende was op zijn mobiele telefoon. Ons frappeerde de overeenkomst met de foto’s die wij in de Sportbijlage van gisteren publiceerden.

Advertenties
Sportbijlage van woensdag 3 april 2019

Sportbijlage van woensdag 3 april 2019

De Mens achter de blogger Mikanista

‘Dit wordt een diepte-interview geloof ik’

WIM MOORMAN: EEN FATALIST MET HUMOR

Een mathematicus heeft het ons onlangs nog eens haarfijn uitgelegd. Een reguliere competitiewedstrijd van VVV duurt twee keer 45 minuten. Tussen de eerste en tweede helft is een onderbreking van vijftien minuten, die veelal rust wordt genoemd. De mythe wil dat er dan thee wordt gedronken, een drank die door mijn moeder z.g. niet onterecht uulezeik werd genoemd. Het gezicht dat ze erbij trok, sprak boekdelen. Overigens geloof ik niet, dat in de zogenaamde voetbalcatacomben in de rust echt thee wordt gedronken. Catacomben zijn ook geen kleedkamers. Dit echter terzijde.

Mikanista doende met zijn mobiele telefoon in de rust van de wedstrijd VVV – PSV  (foto Sef Derkx)

Als de 45 minuten van een helft voorbij zijn, komen er omwille van de zuivere speeltijd meestal een of meer minuten bij. Dit oponthoud is richting zuivere drinktijd van de VVV-supporter een onduldbaar onrecht. Helaas hebben we daarover nog nooit gelezen of gehoord in de media. Deze extra speeltijd leidt overigens in De Koel steevast tot nagelbijten.

Negentig en nog wat extra minuten dus duurt een wedstrijd, vanaf het eerste tot het laatste fluitsignaal. Negentig minuten. Maar hoeveel minuten méér worden er wel niet geleuterd óver een wedstrijd? Zowel voor, tijdens als na de wedstrijd? De tafels met eromheen heren deskundigen zijn talrijk. Bijna iedere televisiezender kent zo’n babbelkousengezelschap. Tussen al prietpraat over voetbalwedstrijden is er één baken van relativering en dat is de blog Mikanista – Notities van een VVV-volger .

Mikanista  doende met zijn mobiele telefoon in de rust van de wedstrijd VVV – PSV, enkele tellen later dan hierboven (foto Sef Derkx)

Blogger Wim Moorman analyseert de wedstrijd niet. Goddank. Nee, hij schrijft over wat hem daadwerkelijk beroert. Illustratief voor wat wij bedoelen, is het onthullende kijkje in de ‘innerlijke Wim’ na de match VVV-PSV, die onverdiend met 0-1 verloren ging. De wedstrijd begon al vroeg om kwart over twaalf op die gedenkwaardige zondag. Inderdaad, degenen verantwoordelijk bij de KNVB voor het speelschema zijn geen voetballiefhebbers maar lakeien van Fox Sport. Maar ook dit terzijde.

Moorman rijdt na de verloren wedstrijd tegen de regerend kampioen naar huis en hoort zijn medereiziger F. zeggen dat het fijn is dat de wedstrijd zo vroeg is afgelopen. Dan heb je nog wat aan de zondag. We citeren nu de VVV-volger, waarbij wij vooraf willen meedelen dat hij precies schrijft, wat wij op dat tijdstip ook voelden maar door frustratie niet onder woorden konden brengen:

‘Toch fijn dat de wedstrijd zo vroeg is begonnen, dan heb je ten minste nog iets aan de middag’, zegt F. na afloop. Dan heb je er dus niks van begrepen. Helemaal niets valt er meer aan de middag te hebben. En aan de avond ook niet. Elk plezier dat nog aan deze dag te beleven zou zijn, wordt vergald door de gedachte aan de goal van die Mexicaanse huilebalk. En anders wel door de gedachte aan die Maasbrachtse huilebalk. ‘Een topcoach’, aldus F. In mijn ogen acteert hij vooralsnog slechts een topcoach. (Einde citaat)

Voor de duidelijkheid: met de Mexicaanse huilebalk is de voetballer, maar vooral acteur en tuimelaar, Hirving Lozano bedoeld. Zijn Maasbrachtse evenknie is Mark van Bommel.

Tijd om Mikanista te benaderen voor een interview. We zijn gewaarschuwd, dat hij het verzoek daartoe waarschijnlijk zal afwimpelen. Onze geliefde blogger treedt niet graag in de schijnwerpers, horen wij van meerdere kanten. Op een voetballoze zondag in januari jongstleden om 10.33 uur sturen wij Wim Moorman een e-mail met het verzoek voor een vraaggesprek. In het vermoeden dat een antwoord erop nog lang zou gaan duren, zetten we ons aan de ontbijttafel en keken vervolgens naar een van de vele zielloze schaatswedstrijden, die de NOS uitzendt in deze periode van het jaar.

Vele uren en tientallen kilometers schaatsverveling later, gingen wij weer aan de computer zitten en wat bleek? Tien minuten na ons verzoek had Wim Morman reeds een geantwoord. Met een akkoord voor het interview.

Logo  van de blog Mikanista – Notities van een VVV-volger  (foto van internet)

Mikanista heeft een welhaast religieuze bewondering voor de VVV-goalie Lars Unnerstall; met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid is hier echter sprake van ironie, van Spielerei (collage Wim Moorman)

Venloër Grensbode (VG): Stel, het is zondag en VVV speelt thuis zijn wedstrijd die op het klassieke tijdstip van 14.30 uur begint. Op welk tijdstrip vertrekt u dan van huis en welke route neemt u?

Wim Moorman (WM): Dit wordt een diepte-interview geloof ik. Ik fiets om 13.15 uur thuis in de Pastoor Notermansstraat in Meterik weg, om vijf minuten later via de Sint-Jansstraat aan de Meterikseweg in Horst te arriveren, waar ik de auto van mijn zus leen. Met die auto rijd ik via de Meterikseweg en de Venrayseweg naar de afrit Horst-Noord van de A73. Daar rijd ik de A73 op. Op knooppunt Zaarderheiken rijd ik de A67 op. Die verlaat ik via de laatste afslag voor de grens. Via de Weselseweg en de rotonde Europaplein beland ik op de Klagenfurtlaan. Die blijf ik helemaal tot het einde volgen. Op de rotonde neem ik vervolgens de eerste afslag naar de Kaldenkerkerweg. Afhankelijk van de drukte parkeer ik op de smalle groenstrook tussen Kaldenkerkerweg en voormalig stadion De Kraal, dan wel langs de Beckersweg, tegenover voormalig klooster Bethanië. Vandaar loop ik naar het stadion, waar ik omstreeks twee uur arriveer.

VG: U hebt volkomen gelijk, het wordt een diepte-interview. De lezers en lezeressen van de Venloër Grensbode zijn zeer geïnteresseerd in de Mens achter Mikanista, dat zult u begrijpen. We zijn met u meegereden vanaf Meterik tot aan Stadion De Koel. Nu schuifelen we het stadion in. Eigenlijk is het een soort van trechter met aan de uitloop van het tuitje serieus kijkende dames en heren die de tickets of seizoenkaarten scannen. Neemt bij u onder het schuifelen in de trechter de spanning toe of bent u een zorgeloos type ‘dat wel ziet waar het schip strandt’?

WM: (Kijkt bedachtzaam alsof hij deze directe vraag naar zijn gemoedstoestand niet had verwacht) Ik zou niet durven beweren dat ik een zorgeloos type ben, maar pre-wedstrijdspanning heb ik nooit. Eerder dan een type dat wel ziet waar het schip strandt, ben ik namelijk een het-glas-is-half-leeg-type: ik ben er altijd van overtuigd dat VVV verliest. Die zekerheid maakt me zorgeloos, voorkomt spanning en biedt me de garantie dat het schip binnen anderhalf uur vanzelf strandt. Nee, inderdaad, ik ben ook geen het-zonnetje-in-huis-type, maar dat heeft dus z’n voordelen.

VG: Als correspondent van de Venloër Grensbode te Meterik, Voorpost van de Menselijke Beschaving, schreef u al een belangwekkende historische bijdrage over de verschillende staan- en zitplaatsen die u in De Koel heeft ingenomen en inneemt. Als u het stadion binnengaat, slaat u linksaf en loopt dan tot aan…

(Wim Moorman valt ons lachend in de rede)

WM: … de trap die de vakken VN4 en VN5 van elkaar scheidt. Daar wring ik me door een haag van mensen, loop twee, drie treden naar beneden en manoeuvreer me hinkstapspringend naar mijn gereserveerde plaats – vak VN5, rij 5, stoel 19 en installeer me aldaar, waarbij ik telkens weer word bevangen door heimwee naar de tijden dat stadions nog voornamelijk uit staanplaatsen bestonden.

Deel van stadion De Koel met  de gereserveerde zitplaats van Wim Moorman (foto met dank aan Wim Moorman) 

VG: Mag ik als interviewer thans ook een persoonlijke noot toevoegen aan dit gesprek? Dank u wel. Ik heb net als u een gereserveerde zitplaats, VN 3 Rij 3 Stoel 16. Maar als nostalgicus ga ik principieel altijd staan op de ring, in weer en wind. Dat is voor mij de kern van het bezoek van een thuiswedstrijd van VVV. A propos, was u erg teleurgesteld toen bleek dat de plannen voor een nieuw stadion op het kazerneterrein niet haalbaar bleken te zijn?

WM: (Heft zijn ogen ten hemel) Als nostalgicus stond ik uiteraard te juichen toen bleek dat de plannen voor een nieuw stadion op het Kazerneterrein niet doorgingen. Met enig genoegen constateer ik ook dat er nog weinig vaart zit in de vernieuwbouwplannen voor De Koel. Wat me trouwens wel aansprak in het idee van een stadion op het Kazerneterrein was de gedachte om een nieuw stadion midden in de stad te bouwen en niet ergens in een Verweggistans-oord als het Floriadeterrein.

Ook in het vorig seizoen beschikte Wim Moorman over dezelfde zitplaats; inderdaad een man met vaste gewoontes (foto met dank aan Wim Moorman)

VG: Hoe is de sfeer in vak VN5? Näöle de toeschouwers er veel of kunt u vaststellen dat ze het vertoonde spel schrander analyseren, zonder zich door emoties mee te laten slepen?

WM: (Nipt bedachtzaam van zijn glas muntthee, wil een antwoord geven, bedenkt zich en zet nogmaals het theeglas aan zijn lippen) Ik drink nooit rooibosthee, laat dit eerst gezegd zijn. Näöle is echter een wezenskenmerk van de voetbalsupporter. Maar het näöl-niveau in vak VN5 is benedengemiddeld dunkt me. De doorsnee VN5’er zou ik willen omschrijven als ‘positief kritisch’, mits dat geen contradictio in terminis is. Desondanks wil de sfeer in VN5 nog wel eens verhit worden. Dit heeft er alles mee te maken dat vak VN5 grenst aan de tunnel naar de kleedkamers. Nergens anders in het stadion kun je de scheidsrechter van zo dichtbij de huid vol schelden als in vak VN5. Van deze gelegenheid wordt gretig gebruik gemaakt als de man erom heeft gevraagd en vaak ook als hij er niet om heeft gevraagd. (Lacht ingehouden).

VG: Wat mij opvalt aan uw, ook door veel dames gelezen en gewaardeerde, blogs over VVV is dat zelden verslag wordt gedaan van de wedstrijd zelf. Uw eigen zielenroerselen en die van uw medemens, weliswaar in relatie tot het voetbalspel, staan… hoe zegt men het ook alweer… o ja, staan centraal. Klopt die observatie?

WM: (Plukt een denkbeeldig pluisje van zijn trui) Die observatie klopt inderdaad, daarvoor hoef ik niet eens een denkbeeldig pluisje van mijn trui te plukken. De tijden dat ik nauwkeurige analyses schreef van het spel en de spelers in door mij bezochte voetbalwedstrijden, liggen toch alweer zo’n dertig jaar achter me. Niet dat ik nu m’n neus ophaal voor het beoordelen van spel en spelers, maar ik doe dat liever mondeling dan schriftelijk. Aan het opschrijven zou ik nu weinig lol meer beleven. Bovendien valt een verslag van de wedstrijd tegenwoordig op tal van media te zien, te horen en te lezen. Of ik daar dan nog heel veel zinnigs aan toe zou kunnen voegen?

VG: (Wij offreren Wim Moorman een glas wijn – naar keuze, wit of rood – of ‘iets sterkers’ maar hij slaat het genereuze alcoholhoudend aanbod van de Venloër Grensbode af en houdt het bij thee) Uw ook in de boezem van VVV gespelde blog heet Mikanista en is vernoemd naar Mikan Jovanovic. Is dit de Speler Aller Tijden naar uw deskundige mening? Of verwijlen uw gedachten ook nog bij VVV’ers, zoals er zijn Honda of Uchebo of Nass en Schatorjé? De laatste is uw dorpsgenoot, toch?

Jan Schatorjé  onderweg van Horst naar de training van VVV in Venlo, circa 1959; de brommer waarop hij zich verplaatst werd beschikbaar gesteld door sponsor Cyrus (foto Boy Coehorst/collectie Sef Derkx)

WM: Gijs Nass en Jan Schatorjé heb ik gekend, maar niet als voetballer. Als mijn gedachten al bij hen verwijlen, dan niet in hun hoedanigheid van VVV-speler. Mikan mijn VVV’er aller tijden? Nee, ik geloof niet dat ik een VVV’er aller tijden heb. Keisuke Honda en Tijani Babangida zijn waarschijnlijk de beste spelers die ik in actie heb gezien. En Larsje natuurlijk. Maar de beste spelers zijn niet automatisch mijn favoriete spelers. Dan eerder spelers in de categorie net onder de beste spelers. Denk aan mensen als Piet Pala, Frank van Kouwen, Remy Reijnierse en Ken Leemans. En nog eerder spelers die buiten alle kaders vallen. Denk aan Huub Vercoulen en Stefan Venetiaan. De absolute topper in deze categorie is voor mij Michael Uchebo. Onnavolgbaar, zowel in positieve als in negatieve zin. Ja, ik denk dat Michael Uchebo mijn Speler Aller Tijden is. Vandaag dan, morgen kan het alweer anders zijn.

Michael Uchebo controleert de bal en overweegt een passeerbeweging (foto van internet)

VG: Wat is naar uw deskundige mening de Moeder Aller Matches van VVV? Is dat de Sneeuwwedstrijd, waarin onze Venlose voetbaltrots het machtige Ajax aan de zegekar bond? Of wellicht de Victorie op de Wageningse Berg? De Venloër Grensbode is zeer geïnteresseerd. (Dat de Venloër Grensbode inmiddels snakt naar een glas wijn en de vijf al lang in de klok is en er dus een reden is subiet een fles te openen, zijn feiten. Maar het zijn feiten die we niet uitspreken om Wim Moorman niet uit zijn concentratie te halen).

WM: (Nipt wederom van zijn thee, nu muntthee met gember en honing. Inderdaad: om gek van te worden) Aan de Sneeuwwedstrijd heb ik louter slechte herinneringen: geveld door een knieblessure lag ik die zondagmiddag thuis op de bank. FOX Sport bestond nog niet, dus ik moest me behelpen met Langs de Lijn. Gruwelijk. Bij de Victorie op de Wageningse Berg was ik wel lijfelijk aanwezig. Onvergetelijk. Net als de 3-3 ooit in Eindhoven tegen PSV met een excellerende Honda. Net als de thuiswedstrijd tegen MVV twee jaar geleden: weggespeeld worden en dan toch in blessuretijd winnen door een goal van Seuntjens. Maar de Moeder Aller Matches van VVV is toch de thuiswedstrijd tegen Haarlem op 21 december 1975. Vanwege de kerstvakantie die net was begonnen, vanwege de mist, vanwege die drie dramatische goals van Piet van den Berg tussen de 25e en de 29e minuut, vanwege de spanning, vanwege de sensatie, vanwege de volop meelevende Koel, vanwege nog veel meer.

VG: Wat is uw Trainer Aller Tijden van VVV?

WM: Ik besef dat dit antwoord de diepte van het interview niet ten goede komt. Daar kan ik kort over zijn: ik heb geen Trainer Aller Tijden van VVV. Ik zie trainers als een noodzakelijk kwaad.

VG: Tot slot. Bent u weleens door VVV ‘dronken van geluk’ geweest, zoals het zo treffend in doktersromans wordt gezegd?

WM: Er is heel weinig voor nodig om mij dronken van geluk te maken, elke overwinning van VVV en bijna elke goal maken mij dronken van geluk.

VG: Alsnog een allerlaatste vraag: natuurgras of kunstgras? Of is het u om het even?

WM: Dat is vragen naar de bekende weg: natuurgras!

Stadion De Koel in vogelvluchtperspectief; geconsulteerde ornithologen zijn het niet eens over de vogelsoort (foto van internet)

Middageditie van woensdag 22 augustus 2018

Middageditie van woensdag 22 augustus 2018

De redactie van Voetbal International kiest na elke speelronde een Voetballer van de Week van de Eredivisie. Afgelopen weekend viel het oog op Lars Unnerstall. Tegen Ajax kwam de keeper van VVV op acht reddingen. Hij moest alleen buigen voor de strafschop van Tadic. Ook in de eerste uitwedstrijd tegen Willem II onderscheidde de goalie zich. Statistici hebben zijn reddingspercentage berekend. Dit is 93,3 procent, het hoogste reddingspercentage in de Eredivisie tot dusver.

Wim Moorman – Onze Man in de Mieëterik Voorpost van de Menselijke Beschaving – is gekend supporter van VVV en bewonderaar van Lars Unnerstall. Hij schreef naar aanleiding van de wedstrijd tegen de gedoodverfde landskampioen Ajax, onderstaand gedicht voor de Venloër Grensbode

VVV – AJAX

De vertrouwde plaats

De vertrouwde gezichten

De vertrouwde knulligheid van een onverstaanbare speaker

De vertrouwde knulligheid van sproeiers die sproeien als ze niet moeten sproeien

De vertrouwde spreekkoren

De vertrouwde angst voor een monsternederlaag

De bevestiging dat Kum ongeschikt is als rechtsback

De man een rij hoger die na tien minuten zegt dat Ajax bij rust al met 5-0 voorstaat

De adem die stokt in de keel als Neres alleen voor Unnerstall opduikt

De goddelijke Unnerstall

De man een rij hoger die na twintig minuten zegt dat Ajax zo nooit wint van Dynamo Kiev

De goddelijke Unnerstall

De goddelijke Unnerstall

De goddelijke Unnerstall

De wetenschap dat topclubs dit soort wedstrijden toch altijd winnen

De extase na de goal van Samuelsen

De adem die stokt in de keel als Blom iets krijgt toegefluisterd

De adem die stokt in de keel als Blom naar het beeldscherm aan de zijlijn loopt

De wetenschap dat dit niet goed kan aflopen

De bevestiging dat dit niet goed afloopt

De frustratie

De woede

De spreekkoren

De goddelijke Unnerstall

 

De rust van de rust

 

De goddelijke Unnerstall

De zekerheid dat een goal nu echt niet lang meer kan uitblijven

De vertwijfeling bij Ziyech

De goddelijke Unnerstall

De hoop

De spanning

De spreekkoren

De wetenschap dat topclubs dit soort wedstrijden toch altijd winnen

De adem die stokt in de keel als het schot van Ziyech richting bovenhoek zeilt

De goddelijke Unnerstall

De goddelijke Unnerstall

De goddelijke Unnerstall

De hoop

De spanning

De spreekkoren

De wetenschap dat topclubs dit soort wedstrijden toch altijd winnen

De adem die stokt in de keel als Blom iets krijgt toegefluisterd

De adem die stokt in de keel als Blom naar het beeldscherm aan de zijlijn loopt

De wetenschap dat dit niet goed kan aflopen

De bevestiging dat dit niet goed afloopt

De penalty

De goal

De frustratie

De woede

De spreekkoren

De onuitstaanbare Onana

De wetenschap dat topclubs dit soort wedstrijden toch altijd winnen

De adem die stokt in de keel als Opoku alleen voor Onana opduikt

De vertwijfeling bij Opoku

De vertwijfeling op de tribunes

De spreekkoren

De onuitstaanbare Onana

De bevestiging dat topclubs dit soort wedstrijden toch altijd winnen

De aftocht van Blom

De nabeschouwingen

De frustratie

De berusting

(Wim Moorman)

Ten overvloede wellicht, maar toch willen wij hieraan het volgende toevoegen. Van Rinus Michels is de uitspraak Voetbal is oorlog.  Natuurlijk de Generaal had en heeft gelijk, meestal is dit ook zo. Echter: Voetbal  is óók poëzie. Met dank aan Onze Man in de Mieëterik Voorpost van de Menselijke Beschaving.

Editie van donderdag 12 juli 2018

Editie van donderdag 12 juli 2018

Mededeling van de redactie

Het verheugt ons bijzonder dat we in de persoon van Wim Moorman, van het periodiek Horst-sweet-Horst,  een correspondent hebben gevonden in Horst aan de Maas. Zijn eerste, meteen gelukkig lijvige bijdrage handelt over de 129.000 minuten die hij doorbracht aan De Koel. Dank aan Onze Man in Horst aan de Maas, Voorpost van de Menselijke Beschaving.

Kind van de Koel

(Rede uitgesproken op 10 juli 2018, ter gelegenheid van de presentatie van aflevering 27 van de Venlose Katernen)

129.000, dat is niet het totale aantal uren dat ik heb besteed aan het schrijven van mijn bijdragen aan het Venloos Katern over De Kraal en De Koel (dat waren er namelijk iets minder);

129.000, dat is ook niet het totale aantal seconden dat ik als speler van VVV in de dug-out van De Koel heb doorgebracht (dat waren er namelijk veel minder, want de eerlijkheid gebied me te zeggen dat ik nog niet eens goed genoeg was voor de bank);

129.000, dat is al helemaal niet het totale aantal seconden dat Neymar tijdens dit WK op de grond lag (dat waren er namelijk veel meer);

129.000, dat is wel het totale aantal minuten dat ik in mijn leven op de tribunes van De Koel heb doorgebracht. Bij benadering dan. Want ik kan me niet herinneren wanneer ik mijn eerste wedstrijd in De Koel heb gezien. Ik vermoed toen ik een jaar of 7, 8 was, in 1972 of 1973, aan de hand van mijn vader. Dus ja, ik ben een kind van De Koel, want De koel werd in 1972 in gebruik genomen. Als ik vanaf 1974, 1975 nog wedstrijden miste, dan was dat eigenlijk alleen omdat ik zelf moest voetballen op het moment dat VVV een thuiswedstrijd had. Dus ben ik er vanuit gegaan dat ik 43 jaar lang gemiddeld 20 wedstrijden heb gezien, 860 in totaal, ongeveer 150 minuten per wedstrijd. Zo kom ik aan die 129.000 minuten.

129.000 minuten, dat is 2150 uur, dat is drie maanden. Drie maanden van mijn leven heb ik gestaan en gezeten op de tribunes van De Koel! Maar om hier iets te vertellen over mijn Koelverleden heb ik maar tien minuten – waarvan er intussen waarschijnlijk al twee zijn verstreken. Tien minuten: dat is minder dan 0,01 procent van die 129.000 minuten. Toch wil ik u in die tien minuten meenemen op mijn reis door De Koel in die ruim veertig jaar. Dat wordt dus wel een reis in sneltreinvaart, waarbij ik veel, veel te veel, links zal moeten laten liggen. Maar goed, de rest komt dan misschien wel een andere keer.

Die reis begint dus in het midden van de jaren zeventig. De Koel was nog bijzonder overzichtelijk: aan de Tegelse kant een overdekte zittribune over ongeveer de halve lengte van het veld en voor de rest uitsluitend staanplaatsen. Wij, m’n vader en ik, stonden aan de lange zijde tegenover de overdekte zittribune, iets rechts van de middenlijn. Mijn vader op de derde of vierde trede, ik aan het hek, achter het reclamebord van de Nederlandse Draadindustrie NDI Blerick.

U ziet op deze foto natuurlijk vooral Johan Cruijff en De Koes, Ik zie op deze foto – in het rode cirkeltje – vooral m’n vader en een heel klein beetje mezelf, boven de tweede d van Draadindustrie.

VVV was hotter dan hot in die tijd. Als we niet minstens een half uur van tevoren aanwezig waren, dan was mijn vaste plekje aan het hek verge­ven en stond ik tweede of derde rang. Van de wedstrijd kreeg ik dan nauwelijks iets mee. Na een paar jaar was ik groot genoeg om ook op de derde of vierde trede te gaan staan, bij m’n vader en de vrienden en bekenden die vanuit Horst waren meegereden.

Daar iets rechts van de middenlijn hadden we een prachtige plaats. Je stond er bovenop het veld, kreeg van heel nabij mee wat er allemaal gebeurde. Maar overzicht had je er niet.

Overzicht had je wel op de Maastribune, de tweede ring achter de goal aan de stadszijde, die in 1976 werd gebouwd om de mensenmassa’s die De Koel toentertijd bevolkten, beter te kunnen herbergen en die enkele jaren later werd overkapt.

Het betere overzicht is waarschijnlijk de reden dat ik, naar schatting eind jaren tachtig, de overstap maakte naar de Maastribune. Die bestond toen nog uitsluitend uit staanplaatsen. Mijn nieuwe vaste plaats bevond zich ergens bovenin, iets rechts van de goal, vijf of zes treden boven de intussen flink uitgedunde harde kern.

In de loop van de jaren negentig werd De Koel leger en leger. Om een plaatsje hoefde je niet langer meer te vechten en in de rust kon je gerust een rondje over de rondweg lopen zonder dat je bang hoefde te zijn dat je plaats in de tweede helft door iemand anders was ingenomen. Het voetbal was vaak niet om aan te zien. Het overzicht dat je op de Maastribune had, veranderde daarmee van een voordeel een nadeel. Want van daarboven kon je nóg beter zien hoe slecht het wel niet was.

Op zoek naar meer vertier, keerde ik van lieverlee halverwege de jaren negentig weer terug naar de onoverdekte staantribune aan de lange kant. Wéér rechts van de middenlijn, maar nu ergens ter hoogte van de zestienmeterlijn. Want daar stond Ger Bouten, afkomstig uit Hegelsom, werkzaam bij de krant, verstokt VVV-supporter en iemand die gezegend is met een verreikende stem – om het maar eens heel zacht uit te drukken. Naast z’n supporterschap had Ger nog een soort van dubbelrol: onbezoldigd assistent-trainer en commentator, ook onbezoldigd neem ik aan.
‘Briëd halde, Evans!’
‘Bakboord, aan d’n binnenkant dekke!’
‘Hald din bal nou is vast, Van der Meer!’,
galmde het dan door een nagenoeg lege Koel.

Maar Ger kon ook kritisch zijn: ‘Vaan Boekel, ge stot verdomme wer te pitte!’  Favoriete mikpunt van z’n kritiek was Milko Pieren. Wat leidde tot de onvervalste klassieker ‘Pieren, stodde godverdomme wer ’t graas te dekken?’ Heel vreemd is het dus niet dat Milko zich in een interview ooit beklaagde over ‘die man in dat leren jekkie’.

Ook omstanders wisten het commentaar van Ger niet altijd op waarde te schatten, maar ik beleefde enkele mooie seizoenen in zijn nabijheid. Toch keerde ik, omstreeks 2000, weer terug naar de inmiddels van stoeltjes voorziene Maastribune.

Dat was toen een vriend zich bereid verklaarde samen met mij de tweewekelijkse martelgang in De Koel te ondergaan, op voorwaarde dat we gingen zitten. Het overzicht was er nog altijd geweldig, het voetbal vaak Grottenschlecht.

Wie het verblijf hier wel veraangenaamde, was een man die enkele rijen lager zat. Slechts één keer per wedstrijd deed hij z’n mond open, zo rond de 57e minuut (maar het kan ook de 63e minuut zijn geweest) om dan steevast te roepen ‘Hup die blauwen!’, terwijl geen van de twee teams in het blauw gehuld was. Was PEC Zwolle of De Graafschap de tegenstander, of een andere club die in het blauw speelde, dan paste hij z’n oproep moeiteloos aan: ‘Hup die greune!’

Het werd daarboven aanzienlijk aangenamer toen VVV in de loop van het nieuwe millennium beter begon te presteren en uiteindelijk weer naar de ere-divisie promoveerde.

Maar een deel van het plezier werd weer vergald toen in 2009 een man, ik vermoed uit Tegelen, naast ons kwam te zitten die negentig minuten lang elk balcontact van – wie kent hem nog? – Achmed Ahahaoui zat af te kraken. Nou ben ik de eerste om toe te geven dat VVV betere spelers onder contract heeft gehad dan Achmed Ahahaoui, maar dit ging te ver. Zó ver, dat ik, als de vriend er niet was, vaak bij m’n oom ging zitten. Die had een plaats op de nog altijd onoverdekte tribune aan de lange kant, die intussen wel stoeltjes had gekregen. VN5 rij 2, pal op het veld, dichtbij de trap en dichtbij de tunnel waardoor de spelers het veld op komen. Totaal geen overzicht, maar je zat er wel met je neus bovenop de actie. Ik waande me weer dertig jaar terug. Zo zag ik er in 2011 van nabij hoe Maya Yoshida met zijn spectaculaire omhaal VVV op voorsprong zette tegen PSV.

In 2012, de vriend was inmiddels afgehaakt, besloot ik definitief te verkassen naar VN5, rij 2.

Vijf seizoenen bleef dat m’n vaste plek, de eerste twee jaar samen met m’n oom (die zoals zovelen afhaakte na Ton Lokhoff) en daarna steeds vaker in het gezelschap van m’n neefje. Dat we slechts drie van de vier cornervlaggen zagen, was niet zo’n probleem. Wel dat er steeds meer camera’s en stewards kwamen die ons het zicht op het spel ontnamen. Aanleiding voldoende om, met ingang van het afgelopen seizoen, drie rijen hoger te gaan zitten: VN5, rij 5, stoel 19.

Daar beleefden we een mooi jaar. Dat werd zelfs niet vergald door de man achter ons, die z’n niet bijster geïnteresseerde vrouw, elke wedstrijd weer, negentig minuten lang, blééf uitleggen hoe ze moest interpreteren wat er op het veld allemaal gebeurde. En die haar bij elke corner verzekerde: ‘Jerold Promes gaat scoren, let maar eens op!’ Jerold scoorde natuurlijk nooit, maar de vrouw had het fatsoen haar man daar nooit mee te plagen. Al kan het ook zijn dat ze het lef niet had.

Intussen behoren m’n neefje en ik wel tot een met uitsterven bedreigde mensensoort. Namelijk die soort die ere-divisiewedstrijden bekijkt vanaf een onoverdekte plaats. De Koel is als ik het wel heb nog het enige ere-divisiestadion met onoverdekte plaatsen. Die trap mag uniek zijn, die onoverdekte zitplaatsen zijn het evenzeer! Daarom, Hai Berden, bescherm die met uitsterven bedreigde mensensoort en koester die onoverdekte plaatsen! Ik zou zeggen op z’n minst 129.000 uur, dan zien we daarna wel weer verder.

Reageren? Stuur een e-mail maar Wim Moorman: horstsweethorst@gmail.com