Categorie archief: Wim Moorman

Middageditie van woensdag 22 augustus 2018

De redactie van Voetbal International kiest na elke speelronde een Voetballer van de Week van de Eredivisie. Afgelopen weekend viel het oog op Lars Unnerstall. Tegen Ajax kwam de keeper van VVV op acht reddingen. Hij moest alleen buigen voor de strafschop van Tadic. Ook in de eerste uitwedstrijd tegen Willem II onderscheidde de goalie zich. Statistici hebben zijn reddingspercentage berekend. Dit is 93,3 procent, het hoogste reddingspercentage in de Eredivisie tot dusver.

Wim Moorman – Onze Man in de Mieëterik Voorpost van de Menselijke Beschaving – is gekend supporter van VVV en bewonderaar van Lars Unnerstall. Hij schreef naar aanleiding van de wedstrijd tegen de gedoodverfde landskampioen Ajax, onderstaand gedicht voor de Venloër Grensbode

VVV – AJAX

De vertrouwde plaats

De vertrouwde gezichten

De vertrouwde knulligheid van een onverstaanbare speaker

De vertrouwde knulligheid van sproeiers die sproeien als ze niet moeten sproeien

De vertrouwde spreekkoren

De vertrouwde angst voor een monsternederlaag

De bevestiging dat Kum ongeschikt is als rechtsback

De man een rij hoger die na tien minuten zegt dat Ajax bij rust al met 5-0 voorstaat

De adem die stokt in de keel als Neres alleen voor Unnerstall opduikt

De goddelijke Unnerstall

De man een rij hoger die na twintig minuten zegt dat Ajax zo nooit wint van Dynamo Kiev

De goddelijke Unnerstall

De goddelijke Unnerstall

De goddelijke Unnerstall

De wetenschap dat topclubs dit soort wedstrijden toch altijd winnen

De extase na de goal van Samuelsen

De adem die stokt in de keel als Blom iets krijgt toegefluisterd

De adem die stokt in de keel als Blom naar het beeldscherm aan de zijlijn loopt

De wetenschap dat dit niet goed kan aflopen

De bevestiging dat dit niet goed afloopt

De frustratie

De woede

De spreekkoren

De goddelijke Unnerstall

 

De rust van de rust

 

De goddelijke Unnerstall

De zekerheid dat een goal nu echt niet lang meer kan uitblijven

De vertwijfeling bij Ziyech

De goddelijke Unnerstall

De hoop

De spanning

De spreekkoren

De wetenschap dat topclubs dit soort wedstrijden toch altijd winnen

De adem die stokt in de keel als het schot van Ziyech richting bovenhoek zeilt

De goddelijke Unnerstall

De goddelijke Unnerstall

De goddelijke Unnerstall

De hoop

De spanning

De spreekkoren

De wetenschap dat topclubs dit soort wedstrijden toch altijd winnen

De adem die stokt in de keel als Blom iets krijgt toegefluisterd

De adem die stokt in de keel als Blom naar het beeldscherm aan de zijlijn loopt

De wetenschap dat dit niet goed kan aflopen

De bevestiging dat dit niet goed afloopt

De penalty

De goal

De frustratie

De woede

De spreekkoren

De onuitstaanbare Onana

De wetenschap dat topclubs dit soort wedstrijden toch altijd winnen

De adem die stokt in de keel als Opoku alleen voor Onana opduikt

De vertwijfeling bij Opoku

De vertwijfeling op de tribunes

De spreekkoren

De onuitstaanbare Onana

De bevestiging dat topclubs dit soort wedstrijden toch altijd winnen

De aftocht van Blom

De nabeschouwingen

De frustratie

De berusting

(Wim Moorman)

Ten overvloede wellicht, maar toch willen wij hieraan het volgende toevoegen. Van Rinus Michels is de uitspraak Voetbal is oorlog.  Natuurlijk de Generaal had en heeft gelijk, meestal is dit ook zo. Echter: Voetbal  is óók poëzie. Met dank aan Onze Man in de Mieëterik Voorpost van de Menselijke Beschaving.

Advertenties

Editie van donderdag 12 juli 2018

Mededeling van de redactie

Het verheugt ons bijzonder dat we in de persoon van Wim Moorman, van het periodiek Horst-sweet-Horst,  een correspondent hebben gevonden in Horst aan de Maas. Zijn eerste, meteen gelukkig lijvige bijdrage handelt over de 129.000 minuten die hij doorbracht aan De Koel. Dank aan Onze Man in Horst aan de Maas, Voorpost van de Menselijke Beschaving.

Kind van de Koel

(Rede uitgesproken op 10 juli 2018, ter gelegenheid van de presentatie van aflevering 27 van de Venlose Katernen)

129.000, dat is niet het totale aantal uren dat ik heb besteed aan het schrijven van mijn bijdragen aan het Venloos Katern over De Kraal en De Koel (dat waren er namelijk iets minder);

129.000, dat is ook niet het totale aantal seconden dat ik als speler van VVV in de dug-out van De Koel heb doorgebracht (dat waren er namelijk veel minder, want de eerlijkheid gebied me te zeggen dat ik nog niet eens goed genoeg was voor de bank);

129.000, dat is al helemaal niet het totale aantal seconden dat Neymar tijdens dit WK op de grond lag (dat waren er namelijk veel meer);

129.000, dat is wel het totale aantal minuten dat ik in mijn leven op de tribunes van De Koel heb doorgebracht. Bij benadering dan. Want ik kan me niet herinneren wanneer ik mijn eerste wedstrijd in De Koel heb gezien. Ik vermoed toen ik een jaar of 7, 8 was, in 1972 of 1973, aan de hand van mijn vader. Dus ja, ik ben een kind van De Koel, want De koel werd in 1972 in gebruik genomen. Als ik vanaf 1974, 1975 nog wedstrijden miste, dan was dat eigenlijk alleen omdat ik zelf moest voetballen op het moment dat VVV een thuiswedstrijd had. Dus ben ik er vanuit gegaan dat ik 43 jaar lang gemiddeld 20 wedstrijden heb gezien, 860 in totaal, ongeveer 150 minuten per wedstrijd. Zo kom ik aan die 129.000 minuten.

129.000 minuten, dat is 2150 uur, dat is drie maanden. Drie maanden van mijn leven heb ik gestaan en gezeten op de tribunes van De Koel! Maar om hier iets te vertellen over mijn Koelverleden heb ik maar tien minuten – waarvan er intussen waarschijnlijk al twee zijn verstreken. Tien minuten: dat is minder dan 0,01 procent van die 129.000 minuten. Toch wil ik u in die tien minuten meenemen op mijn reis door De Koel in die ruim veertig jaar. Dat wordt dus wel een reis in sneltreinvaart, waarbij ik veel, veel te veel, links zal moeten laten liggen. Maar goed, de rest komt dan misschien wel een andere keer.

Die reis begint dus in het midden van de jaren zeventig. De Koel was nog bijzonder overzichtelijk: aan de Tegelse kant een overdekte zittribune over ongeveer de halve lengte van het veld en voor de rest uitsluitend staanplaatsen. Wij, m’n vader en ik, stonden aan de lange zijde tegenover de overdekte zittribune, iets rechts van de middenlijn. Mijn vader op de derde of vierde trede, ik aan het hek, achter het reclamebord van de Nederlandse Draadindustrie NDI Blerick.

U ziet op deze foto natuurlijk vooral Johan Cruijff en De Koes, Ik zie op deze foto – in het rode cirkeltje – vooral m’n vader en een heel klein beetje mezelf, boven de tweede d van Draadindustrie.

VVV was hotter dan hot in die tijd. Als we niet minstens een half uur van tevoren aanwezig waren, dan was mijn vaste plekje aan het hek verge­ven en stond ik tweede of derde rang. Van de wedstrijd kreeg ik dan nauwelijks iets mee. Na een paar jaar was ik groot genoeg om ook op de derde of vierde trede te gaan staan, bij m’n vader en de vrienden en bekenden die vanuit Horst waren meegereden.

Daar iets rechts van de middenlijn hadden we een prachtige plaats. Je stond er bovenop het veld, kreeg van heel nabij mee wat er allemaal gebeurde. Maar overzicht had je er niet.

Overzicht had je wel op de Maastribune, de tweede ring achter de goal aan de stadszijde, die in 1976 werd gebouwd om de mensenmassa’s die De Koel toentertijd bevolkten, beter te kunnen herbergen en die enkele jaren later werd overkapt.

Het betere overzicht is waarschijnlijk de reden dat ik, naar schatting eind jaren tachtig, de overstap maakte naar de Maastribune. Die bestond toen nog uitsluitend uit staanplaatsen. Mijn nieuwe vaste plaats bevond zich ergens bovenin, iets rechts van de goal, vijf of zes treden boven de intussen flink uitgedunde harde kern.

In de loop van de jaren negentig werd De Koel leger en leger. Om een plaatsje hoefde je niet langer meer te vechten en in de rust kon je gerust een rondje over de rondweg lopen zonder dat je bang hoefde te zijn dat je plaats in de tweede helft door iemand anders was ingenomen. Het voetbal was vaak niet om aan te zien. Het overzicht dat je op de Maastribune had, veranderde daarmee van een voordeel een nadeel. Want van daarboven kon je nóg beter zien hoe slecht het wel niet was.

Op zoek naar meer vertier, keerde ik van lieverlee halverwege de jaren negentig weer terug naar de onoverdekte staantribune aan de lange kant. Wéér rechts van de middenlijn, maar nu ergens ter hoogte van de zestienmeterlijn. Want daar stond Ger Bouten, afkomstig uit Hegelsom, werkzaam bij de krant, verstokt VVV-supporter en iemand die gezegend is met een verreikende stem – om het maar eens heel zacht uit te drukken. Naast z’n supporterschap had Ger nog een soort van dubbelrol: onbezoldigd assistent-trainer en commentator, ook onbezoldigd neem ik aan.
‘Briëd halde, Evans!’
‘Bakboord, aan d’n binnenkant dekke!’
‘Hald din bal nou is vast, Van der Meer!’,
galmde het dan door een nagenoeg lege Koel.

Maar Ger kon ook kritisch zijn: ‘Vaan Boekel, ge stot verdomme wer te pitte!’  Favoriete mikpunt van z’n kritiek was Milko Pieren. Wat leidde tot de onvervalste klassieker ‘Pieren, stodde godverdomme wer ’t graas te dekken?’ Heel vreemd is het dus niet dat Milko zich in een interview ooit beklaagde over ‘die man in dat leren jekkie’.

Ook omstanders wisten het commentaar van Ger niet altijd op waarde te schatten, maar ik beleefde enkele mooie seizoenen in zijn nabijheid. Toch keerde ik, omstreeks 2000, weer terug naar de inmiddels van stoeltjes voorziene Maastribune.

Dat was toen een vriend zich bereid verklaarde samen met mij de tweewekelijkse martelgang in De Koel te ondergaan, op voorwaarde dat we gingen zitten. Het overzicht was er nog altijd geweldig, het voetbal vaak Grottenschlecht.

Wie het verblijf hier wel veraangenaamde, was een man die enkele rijen lager zat. Slechts één keer per wedstrijd deed hij z’n mond open, zo rond de 57e minuut (maar het kan ook de 63e minuut zijn geweest) om dan steevast te roepen ‘Hup die blauwen!’, terwijl geen van de twee teams in het blauw gehuld was. Was PEC Zwolle of De Graafschap de tegenstander, of een andere club die in het blauw speelde, dan paste hij z’n oproep moeiteloos aan: ‘Hup die greune!’

Het werd daarboven aanzienlijk aangenamer toen VVV in de loop van het nieuwe millennium beter begon te presteren en uiteindelijk weer naar de ere-divisie promoveerde.

Maar een deel van het plezier werd weer vergald toen in 2009 een man, ik vermoed uit Tegelen, naast ons kwam te zitten die negentig minuten lang elk balcontact van – wie kent hem nog? – Achmed Ahahaoui zat af te kraken. Nou ben ik de eerste om toe te geven dat VVV betere spelers onder contract heeft gehad dan Achmed Ahahaoui, maar dit ging te ver. Zó ver, dat ik, als de vriend er niet was, vaak bij m’n oom ging zitten. Die had een plaats op de nog altijd onoverdekte tribune aan de lange kant, die intussen wel stoeltjes had gekregen. VN5 rij 2, pal op het veld, dichtbij de trap en dichtbij de tunnel waardoor de spelers het veld op komen. Totaal geen overzicht, maar je zat er wel met je neus bovenop de actie. Ik waande me weer dertig jaar terug. Zo zag ik er in 2011 van nabij hoe Maya Yoshida met zijn spectaculaire omhaal VVV op voorsprong zette tegen PSV.

In 2012, de vriend was inmiddels afgehaakt, besloot ik definitief te verkassen naar VN5, rij 2.

Vijf seizoenen bleef dat m’n vaste plek, de eerste twee jaar samen met m’n oom (die zoals zovelen afhaakte na Ton Lokhoff) en daarna steeds vaker in het gezelschap van m’n neefje. Dat we slechts drie van de vier cornervlaggen zagen, was niet zo’n probleem. Wel dat er steeds meer camera’s en stewards kwamen die ons het zicht op het spel ontnamen. Aanleiding voldoende om, met ingang van het afgelopen seizoen, drie rijen hoger te gaan zitten: VN5, rij 5, stoel 19.

Daar beleefden we een mooi jaar. Dat werd zelfs niet vergald door de man achter ons, die z’n niet bijster geïnteresseerde vrouw, elke wedstrijd weer, negentig minuten lang, blééf uitleggen hoe ze moest interpreteren wat er op het veld allemaal gebeurde. En die haar bij elke corner verzekerde: ‘Jerold Promes gaat scoren, let maar eens op!’ Jerold scoorde natuurlijk nooit, maar de vrouw had het fatsoen haar man daar nooit mee te plagen. Al kan het ook zijn dat ze het lef niet had.

Intussen behoren m’n neefje en ik wel tot een met uitsterven bedreigde mensensoort. Namelijk die soort die ere-divisiewedstrijden bekijkt vanaf een onoverdekte plaats. De Koel is als ik het wel heb nog het enige ere-divisiestadion met onoverdekte plaatsen. Die trap mag uniek zijn, die onoverdekte zitplaatsen zijn het evenzeer! Daarom, Hai Berden, bescherm die met uitsterven bedreigde mensensoort en koester die onoverdekte plaatsen! Ik zou zeggen op z’n minst 129.000 uur, dan zien we daarna wel weer verder.

Reageren? Stuur een e-mail maar Wim Moorman: horstsweethorst@gmail.com