Middageditie van zondag 5 augustus 2018

Geachte Redacteur,

Hierbij wil ik reageren op de ingezonden brief van ene Annie in uw editie van 1 augustus j.l., waar zij Uw blad wereldvreemdheid en droogheid verwijt, ‘droogheid van Uw orgaan’, notabene. Als Uw correspondent uit Egypte* voel ik mij direct aangesproken. Wie wil er nu naar zijn hoofd geslingerd krijgen dat hij zijn ogen sluit voor de recente actualiteit: de grote droogte van dit moment en het feit dat er sinds het aantreden van wethouder Pollux – met haar man Herm aan haar zijde – geen parkeergarage meer is ingestort en VVV het nog steeds goed doet? Meer dan alles ter wereld gaat de recente actualiteit mij ter harte, getuige onderstaand gedicht dat ik speciaal voor Annie en de haren heb geschreven.

Met dank voor plaatsing.

Uw correspondent in Egypte*.

P.S. 1. Is zij soms een populiste?

P.S. 2. U houdt die foto van het opdrogend fietspad in Egypte* er toch zeker wel in, hè? De mensen hier zijn er erg van gecharmeerd.

DE GROOOTE DROOGTE

Voor Annie

Het begon, zoals nu, met grote hitte en watergebrek,

toen vielen de rivieren droog en het IJsselmeer verdampte,

de regering riep de mensen dringend op tot kalmte,

tevergeefs, iedereen wilde als de sodemieter weg.

 

De regen verplaatste zich naar het verre zuiden

en streek ten slotte in Centraal Afrika neer,

waar de woestijnen veranderden in weelderige tuinen

en de Sahelgebieden in één groot binnenmeer.

 

De Nederlanders vertrokken naar de Middellandse Zee

met hun caravans en boten achter zich aan,

maar de regeringen van Noord-Afrika zeiden nee

en de Nederlanders bleven daar met open monden staan.

Opdrogend fietspad in Egypte*

* Buurtschap tussen Venlo en Tegelen door liefhebbers bezocht vanwege het empatisch Opdrogend Fietspad

 

 

 

 

Advertenties

Ochtendeditie van zaterdag 4 augustus 2018

Beste vrind Blônd,

Waat ein hèts! We hebben ons persoonlijk hitteplan in werking gesteld met de ingebruikname van een derde koelkast. Veur ‘t bruin. Vrienden hebben sinds jaar en dag een klapperboom in de haof. Ze zijn er grueëts op en steken veel energie in de verzorging. Deze zomer rijpen er voor het eerst kokosnoten aan. Geleefde sjarmezenger van Tegele en umsjtreke, laat dit eens tot je doordringen. Venlose kokosnoten. Je grootvader Bertus van de groentewinkel aan de Bolwaterstraat zou het niet geloofd hebben. Kokosnoten kwamen uit de missielanden. Maar praktiserende katholieken zien het huidige Nederland als missieland, dus misschien groeien daarom hier kokosnoten.

Voor wie ik grote bewondering heb, zijn de parcaholics die bezig zijn met de voorbereidingen van het Zomerparkfeest. Gisteren ben ik het Julianapark ingelopen. Mij schoot opeens een liedje door het hoofd van jouw oom Ad: Laot òs gaon, laot òs gaon mien leefste Klara, dich en ik weej allebei nao de Sahara. Nergens is nog een speerke greun graas te zien. De hitte riep herinneringen op. Aan het jaar waarin Ome Willem optrad en er opeens een wespenplaag was. Vanaf het hoofdpodium deden we een oproep om aek. Halve flessen of kletskes, alles was welkom. We hebben het geweten. Jaren later stonden er in de voorraadcontainer nog dozen met aangebroken flessen aek. In 1993 was het ook smoor, maar dit jaar wordt tijdens het opbouwen het hitterecord gebroken. Wanneer je onder die omstandigheden als vrijwilliger toch aan het werk gaat, is dat bijzonder. Voor mij zijn de parcaholics de Helden van 2018.

Had ik het over een haof? Pas geleden zijn we in d’n Bookend geweest. Aan de Overkorenweg, in de idyllische haof van de familie Bosch. We kregen er een kruiden high tea met uitleg over ‘alles wat groeit en bloeit en ons altijd weer boeit’. Ik ben niet van het type doe-mij-een-citroenmelissethee, maar dit was een interessante ervaring. Het mooiste van d’n Bookend bleef aevel bewaard tot het moment dat we er vertrokken. Bij het viaduct over de A73 staat een bord met de tekst: Geef elkaar de ruimte. Als we ons die raad ter harte nemen, wordt de hele wereld een beetje als de haof aan de Overkorenweg. Een idylle.

Hald dich,

Bril

 

Avondeditie van vrijdag 3 augustus in het hopelijk glorieus wijnjaar 2018

NESCIO IN ARCEN

De Nederlandse schrijver Nescio, pseudoniem van J.F. Grönloh, is vooral bekend van zijn verhalen De Uitvreter en Titaanjes. Minder bekend is dat hij een dagboek bijhield met de notities van de uitstapjes die hij na de oorlog maakte. Ze waren ook niet bedoeld om gepubliceerd te worden, al is dat lang na zijn dood wel gebeurd. De ‘bezorgster’ van zijn werk, Lieneke Frerichs, bundelde ze in 1996 onder de titel Natuurdagboek, die ze zelf bedacht, een keuze die ik geheel onderschrijf. Nescio verzamelde natuurimpressies op datum, de titel brengt dat uitstekend tot uitdrukking.

Fotoportret Nescio, 1917

Had hij een plekje in zijn hart gesloten, dan ging hij daar regelmatig kijken om te zien hoe het erbij lag, als een schilder die er zijn ezel wil opzetten, maar ook om zijn gram te spuwen. Was er iets ouds, vertrouwds weggehaald, dan kon hij zich daar heel boos over maken. Was er nieuws, onooglijks toegevoegd, ook. We zullen dat nog zien.

Een van de plekken in Nederland die zijn hart heeft gestolen, was Arcen. Het is de enige plek in Noord-Limburg waar hij regelmatig een of meer dagen vertoefde. In Venlo was hij altijd op doorreis, of naar het noorden (Arcen of Nijmegen), of naar het zuiden (Roermond en zuidelijker). Vooral in Zuid-Limburg mocht hij graag komen, dat gebied heeft – eerlijk is eerlijk – zijn hart nog meer gestolen dan Arcen. Tegelen en Steyl komen niet in het Natuurdagboek voor, Blerick wel, maar daarover is hij – zonder opgave van reden – niet te spreken (‘Blerik zij verdelgd’, 3 mei 1953)

Drie prentbriefkaarten van karakteristieke plekjes in Blerick, begin jaren zestig; voor de oproep van Nescio van enkele jaren eerder valt het een en ander te zeggen (collectie Sef Derkx) 

MAL KLEIN STADJE

De eerste keer dat de naam Arcen in het Natuurdagboek opduikt is op vrijdag 9 mei  1947: ‘Met trein van 10 uur naar Venlo. Bus 11 uur 25 naar Arcen. Maasbocht, overkant, mal klein stadje. Maashotel. Beekje, kasteel. 1 uur 49 bus terug naar Venlo.’

Wat hem in het malle kleine stadje heeft geraakt is dan nog moeilijk te zeggen, maar ruim een maand later, op 12 juni, is hij er weer. Dit keer is hij al iets uitvoeriger: ‘Donderdag. Zomer. Met den trein van 7.29 M.P. naar Venlo over Eindhoven. Bus Arcen. Maas Hotel. Gewandeld naar de grens. Cafétje aan den driesprong met de twee lei-lindes en nog een boom, voor den grensheuvel. Teruggewandeld en bij Arcen op bergje geklommen. Prachtig panorama (Straelen en nog een Duitsch plaatsje in de hoogte tegen de lucht). Bus naar Venlo (Maashotel had geen plaats). Trein naar Maastricht.’

Bus richting Ziekenhuis en Genooi vertrekt van voor het NS-station Venlo, begin jaren zestig (collectie Piet Maas)

Prentbriefkaart ‘Arcen, langs de Maas’, begin jaren vijftig (particuliere collectie) 

Hiermee wordt Arcen opgenomen in het jaarlijkse reismenu. Een jaar later, op 11 mei 1948, komt hij er weer: ‘Om 2 uur 6 bus Nijmegen naar Arcen, meest mooie weg, in het Zuiden bezet met bloeiende kastanjes, zeer romantisch met stukken Maas hier en daar. Wolken pakten zich samen, onweer in de verte, onze bus had ook regen. Ruim ½ 4 in Arcen, Maashotel (hoekkamer). Naar het kasteeltje gewandeld en naar den watermolen, later het stadje in. ‘Koffietafel’ om 6 uur. Daarna tot 9 uur over de Maas zitten kijken. Heerlijk weer na het onweer. Wolken.’

Bij het cafétje en het bergje aan de grens hebben zich nu drie bezienswaardigheden gevoegd: de kastanjes aan de rijksweg, het kasteeltje en de watermolen. Het over het water naar de wolken kijken, is niet typisch voor Arcen, maar wel typisch Nesciaans. Het is de basso continuo in zijn oeuvre.

De volgende dag beklimt hij opnieuw het zwarte bergje, maar helaas, het ‘zicht (is) niet ruim genoeg om Straelen en het andere Duitsche plaatsje te zien.’

Grensovergang Arcen, jaren vijftig (particuliere collectie)

MAASVISCHJE

Anderhalf jaar later wil Grönloh opnieuw naar Arcen. Hij en zijn vrouw (‘Os’ in het dagboek) logeren dan in hotel Nieuw Bellevue te Arnhem en hij vraagt ‘den kelner het Maashotel in Arcen op te bellen, maar het was vol.’ (9 september 1949).

Precies drie jaar na zijn verblijf in 1947 is hij op 9 mei 1950 weer terug in Arcen: ‘Trein Roermond-Venlo, onderweg stond de trein ergens op de lijn stil en keek ik op ’t valleitje van de Swalm met veldjes en boerderijtjes en boomen. Bus Arcen, daar om 1/211 en verder den dag doorgebracht met eten en drinken en rooken en slapen en naar de Maas staren. ’s Middags en tegen den avond even naar het kasteeltje gewandeld. Volop zomer. Weer om ½ 10 naar bed.’

De volgende morgen staat hij om half zeven op en neemt om acht uur de bus naar Nijmegen. De kastanjes langs de weg bloeien niet of nauwelijks. Hij herinnert zich dit nog goed, want hij voegt eraan toe: ‘vergelijk 11 mei 1948’.

Deze lichte teleurstelling komt hij echter snel te boven, want vijf dagen later, op maandag 15 mei, is hij alweer terug in Arcen: ‘Trein 9 uur 39 van M.P. naar Eindhoven. ’s Middags ½ 4 door met den trein naar Venlo en bus naar Arcen. Daar aangekomen om ½ 6. Kasteeltje en watermolen en tegen 8 uur naar het bergje (panorama over Limburg en Brabant, maar geen Maas, in het oosten Straelen en Walbeck in de lucht). Maas-Hotel. Twee prachtig bloeiende boomgaarden aan de Brabantschen kant tegenover het Maas hotel, een groote rechts en een kleine ver links.’

De schrijfwijze van de naam varieert: nu eens is het Maashotel, dan weer Maas Hotel, Maas-Hotel of Maas hotel. Wat blijft is de trits kasteeltje, watermolen en bergje.

De liefde voor Arcen is nu definitief, want twee dagen later komt hij er na een dagje Nijmegen weer terug en gaat hij zelfs tweemaal naar het kasteeltje en de watermolen. Ook ziet hij er een prachtige zonsondergang – ‘zeer groot en rood in wolkenbank’ – en praat hij er met het ‘Maasvischje en haar man.’ Bezorgster Lieneke Frerichs denkt dat het om een privégrapje van Nescio gaat (p. 448 in mijn uitgave), maar het zou natuurlijk ook een plaatselijke bijnaam kunnen zijn. We zoeken het uit.

Prentbriefkaart Maashotel, vóór 1940 (particuliere collectie)

– Willem Kurstjens

 

 

 

 

Middageditie van vrijdag 3 augustus in het hopelijk glorieus wijnjaar 2018

NOODKREET UIT EGYPTE*

Egypte is Egypte niet meer,

nachtegalen moet je met een lampje zoeken,

leeuweriken in geen velden of wegen,

en ook de merels worden schaars,

net zoals de koekoeken.

 

alleen de schreeuwlelijken die blijven,

de eksters, de meeuwen en de kraaien,

niemand houdt hun opmars tegen

  • van hen geen uithalen of trillers,

God damn the survival of the shrillest

(Willem Kurstjens)

*buurtschap tussen Venlo en Tegelen, waar alles wat groeit en bloeit ons altijd weer boeit (vrij naar dr. Fop I. Brouwer)

Avondeditie van woensdag 1 augustus 2018

Vanavond doen we tussen de bedrijven door onderzoek naar het oeuvre van de dichter Koos Timp. Hij is de geestelijke vader van het V.V.V.-lied dat in 1963 op de plaat werd gezet.

Ons trof vooral het tweede couplet, dit is ons inziens sociaal-realistische voetbalpoëzie: 

Waarschijnlijk is er bij het drukken van het hoesje iets misgegaan, want bij de vierde regel zal de keeper tot de backs gezegd hebben: Ik heb ‘m al, vooruit we zijn niet bang. Wat zal de tekstdichter teleurgesteld geweest zijn dat het hulpwerkwoord is weggevallen.

De tekstdichter. Koos Timp dus. Wie was hij en welke liedjes heeft hij aan de wereld geschonken? We gaan het vragen aan een kenner. Lees de antwoorden morgen in de Venloër Grensbode.

Ochtendeditie van woensdag 1 augustus 2018

Nolly’s Town

Nu het almaar niet lukt Steyl in de vaart der volkeren op te stoten en de enorme kloostergebouwen maar steeds leeg blijven staan, heeft een Amerikaans reclamebureau zich erover gebogen en ongevraagd advies uitgebracht aan de gemeente Venlo. Via via wist uw Correspondent in Egypte* er de hand op te leggen. De titel van het rapport spreekt boekdelen, het heet ‘De vermarkting van Steyl als religieus Disneyland.

Steyl in gelukkigere tijden, vóór de disnificatie

Lees en huiver. Het concept voor de totale vermarkting van Steyl is heel simpel (‘laagdrempelig’) en bestaat slechts uit een plattegrond van het kloosterdorp met toelichting, meer niet. Op die plattegrond heet Steyl niet langer Steyl, maar Nolly’s town, naar de voornaam van de stichter van de missie-orde Arnoldus Janssen. De Parkstraat heet Park Avenue, de Arnoldus Janssenstraat Nolly’s Lane, café het Veerhuis Nolly’s Inn en het veer Nolly’s ferry.

’t Veerhoès in gelukkiger tijden, vóór de disnificatie

Maar dat is nog niet alles. Bij het missiemuseum is een winkeltje met regionale producten ingetekend, Nolly’s Gift Shop, met typisch streekgebonden producten als Nolly’s Liquor, Nolly’s Knapkook en Nolly’s Lolly, kortweg de nolly geheten, om de kleine bezoeker te paaien. Wie de jeugd heeft, heeft immers de toekomst.

Natuurlijk kan men daar ook kleine replica’s kopen van de beroemde beer bij de ingang, Nolly’s bear.

Museumbeer Joseph verheft zijn stem tegen de disnificatie van Steyl

Van de Giftshop hoeft u maar de straat over te steken en u bent in Nolly’s Garden, de  huidige Jochumhof, waar allerlei Nolly-achtige planten en bomen zijn te bezichtigen en ook de Nolly Humble Bee vliegt.

De Grotten in de zogenaamde bidtuin van de paters, zo genoemd omdat daar vroeger gebrevierd werd, blijken opeens Nolly’s Follies te heten en het belendende ketelhuis Nolly’s Power Plant.

Wordt Jochumhof het centrum van de protestacties tegen disnificatie van Steyl?

Al deze bezienswaardigheden worden onderling verbonden door een tramlijntje dat Nolly’s Trolley moet gaan heten, waarvan de opstapplaats zich bij het Veerhuis, sorry Nolly’s Inn, bevindt.

En zo gaat dat nog een tijdje door. Wat er met het rapport gaat gebeuren is onduidelijk. Sommige politici schijnen er wel oren naar te hebben, maar het mag niets kosten want de gemeente heeft geen geld.

Opdrogend fietspad in Egypte*

Zelf houd ik mijn hart vast: als dit straks met Steyl gaat gebeuren, wat moet er dan niet terecht komen van Egypte*, vanwaar ik u dit schrijf: komt hier wellicht een railway met tremkes langs oude, gereanimeerde kleiputten?

  • buurtschap tussen Venlo en Tegelen, door kenners geroemd vanwege de loofbomen, avifauna, korstmossen, kleiputten en opdrogend fietspad

 

 

 

 

 

Woensdag 1 augustus 2018 – Ingezonden brief

Hallo! Wakker worden, geachte redactie van de Venloër Grensbode.

 Terwijl in Noord-Limburg een natuurbrand woedt, als gevolg van de droogte waaronder wij al weken gebukt gaan, haalt Gerrit van der Vorst alleen oude Gerad Revekoeien uit de sloot. Nou geachte redactie, de sloten staan bijkans droog door de hittegolf waar vooralsnog geen einde aan lijkt te komen. De koeien kunnen niet in de wei vanwege het gebrek aan gras en Gerard Reve – over de doden niets dan goed.

Een onderwerp dat u ook al lang had moeten aanpakken en uitdiepen als Venloër Grensbode zijn de ervaringen van wethouder Marij Pollux en de man achter haar,  Jocusprins Herm Pollux. Dat interesseert uw lezeressen meer.

Nee, u keuvelt liever – geheel in stijl van de Bond Zonder Naam – over een verkeersbord bij de Boekend met de mededeling Geef elkaar de ruimte. Maar dat er sinds het aantreden als wethouder van Marij Pollux geen parkeergarage is ingestort en VVV in de voorbereiding op het nieuwe seizoen nog geen oefenwedstrijd heeft verloren – nee, daar hoor je de Venloër Grensbode niet over.

Die plaatst liever een foto van een opdrogend fietspad in het buurtschap Egypte. Een opdrogend fietspad in het buurtschap Egypte, godbetert, terwijl al weken de fietspaden in het buurtschap Egypte geen kans hebben gekregen om op te drogen. Ze zijn namelijk al weken droog. Gortdroog. Net als het orgaan van u.

Annie, oud P.P.R.-lid afdeling Venlo